Verhalen

San Remo, Met de trein

Het is een geslaagde dag geweest. Veel beweging, toffe sport, hetgeen voor iemand met een zittend beroep een welkome afwisseling is. Omdat dit een druk station is, heb ik de keuze uit een massa treinen richting X, mijn woonplaats. Ik zal de eerste maar nemen.

Op het perron, ter hoogte van de dienstregelingen, staat een jongen of jongeman ingespannen de uren van de treinen te bestuderen. Hij staat met z’n hoofd afgewend, dus het is moeilijk zijn leeftijd in te schatten. Hij is groter dan ik, merk ik, wanneer ik –uit nieuwsgierigheid- in zijn buurt ga staan. Zijn nek is nog gaaf. Heel oud zal hij dus niet zijn.

Hij draait zich om en ik zie een erg mooie knul van veertien, vijftien jaar. Glad gezicht, mooie ogen, mooie neus en lippen. Hij heeft allicht gelezen dat de trein er al zou moeten zijn en lijkt een tikje zenuwachtig. Ik heb horen afroepen dat er minstens tien minuten vertraging zijn en maak me geen zorgen. Het verbaast me evenmin dat er eerst een andere trein over dit spoor zal komen. De dispatchers van dienst zijn erg vaardig, moet ook wel als je in een station met zes sporen in de hoofdstad van Europa elke minuut een trein goed moet leiden. Dan stoort het niet dat er al eens een trein tussendoor glipt voor de jouwe komt. De jongen lijkt deze bedenkingen niet te maken. Weinig spoorervaring? Anderszins onzeker? Hij lijkt te panikeren. Zijn ogen flitsen overal heen, misschien in de hoop dat het antwoord op die vreemde trein ergens te lezen is.

Ik vind het nodig in te grijpen en spreek hem aan.
“De trein heeft tien minuutjes vertraging. Deze komt er even tussen.”
Het stelt hem gerust en ik ben tevreden hem uit zijn onrust te verlossen. Zou ik dit ook voor een volwassene gedaan hebben? Ik zal niet ontkennen dat een beetje meer contact welkom zou zijn.

Plots zie ik hoe de jongen wegloopt, de trappen op naar de centrale hal. Ik begin hem alvast te vergeten en denk weer aan de leuke dag. Vijf minuten later echter komt hij –met een flesje Fanta- terug en, halleluja, dicht in mijn buurt staan. Er is even oogcontact en een glimp van herkenning.

Er komt nu een andere trein binnen. Het is niet ‘onze’ trein met vertraging, maar hij stopt wel in mijn woonplaats. De jongen ziet enkel dat het bord weer wat anders aangeeft dan daarnet. Daarom spreekt hij me aan en vraagt of deze trein ook in X stopt. Terwijl ik dit bevestig, vind ik het amusant dat hij daar ook moet zijn. Gewoon amusant, want ik heb geleerd op niet te veel te hopen.

De trein rijdt binnen en ik zie de jongen en mezelf met de massa mee glijden, richting deuropening. Al snel zie ik echter dat het hier om eersteklassewagons gaat. Ik stop, twijfel even of ik jongen toch niet zou volgen, maar besluit me dan toch om te keren, naar de dichtstbijzijnde tweedeklassewagon. Vooral de waarneming, een fractie van een seconde eerder, dat de jongen zich ook al omgekeerd heeft, haalt me over de streep. Ik hoop dat het niet opvalt en al gauw merk ik dat hij vlak achter me loopt. We worden meegezogen in de massa en er is niemand tussen ons. Hij volgt me in de overvolle coupé. Er is geen zitplaats meer vrij en we blijven staan. Vlak naast elkaar. Ik kijk hem aan. Hij kijkt mij aan met een blik van “Hier staan we nu, zie.” Ik bedenk me dat we ook naast elkaar hadden kunnen zitten, maar zeg: “Ach, staan kunnen we ook. ’t Is niet ver.”

Het is de start van een geanimeerd gesprek. Zijn stem schuurt over de grens van de puberteit. Ik leer dat hij de zoon is van gescheiden ouders. Zijn vader woont hier, zijn moeder daar en zijn school is nog ergens anders. Als hij bij zijn vader verblijft, gaat hij met de bus tot in mijn stad, neemt daar de trein naar de hoofdstad en van daar nog een bus naar het dorp van zijn school. Hij is dan bijna twee uur onderweg. Hij leeft onder co-ouderschap: één week bij mama, één week bij papa.

Ik vertel hem waar ik werk en het gesprek komt op ‘vakantiejobs’. Hij wil graag de volgende vakantie een baantje om goed geld te verdienen.
“Hou oud moet je daar tegenwoordig voor zijn?” vraag ik hem.
Om zijn leeftijd niet rechtstreeks te vragen. Flater.
“Zestien. Ik ben al zestien, hoor.”
Hij zit al in het vijfde jaar van de middelbare school, maar neemt het me niet kwalijk dat ik hem jonger heb geschat. Sommige zestienjarigen zijn al harige apen met een volwassen gezicht. Hij is nog een engelachtige knaap. Maar dat zeg ik hem niet. Het bloed kruipt trouwens waar het niet gaan kan, want ik denk: “Dan zou ik legaal met je kunnen vrijen.”

Vlak voor X komen twee zitplaatsen vrij, maar het is de moeite niet waard om daar nog te gaan zitten. Hij vindt dat jammer en laat mij de illusie dat hij naast me had willen zitten. Waarschijnlijk had hij gewoon willen zitten en was ik een valabele buur geweest in plaats van zo’n oude vent of vrouw.

Hij moet hier de bus nemen, ik een andere trein. Scheiden onze wegen? Niet dus, want mijn aansluiting komt ten vroegste over een half uur. Dan kan ik even goed te voet of met de bus gaan, dus gaan we samen naar het busstation. ’t Is maximaal twintig minuten stappen tot bij mijn fiets en dat schrikt me niet af.

Ik ontdek dat de bus die ik kan nemen, evenzeer nog op zich laat wachten. Hij moet een andere bus hebben, tot de gemeente waar z’n vader woont. We praten nog wat en even hoor ik wat ik wil horen, namelijk dat hij nog wel een eindje meewandelt, tot aan de plek van mijn fiets want daar is ook een halte. Ik heb het gedroomd. Samen met hem op zijn bus wachten, om dan te voet alleen te gaan of de trein te nemen, is ook zo idioot. En zijn gsm-nummer (want ik twijfel er niet aan dat hij een gsm heeft) vraag ik ook maar niet. Uiteindelijk zijn we slechts toevallige passanten in elkaars leven.

Dus hier neem ik afscheid van die knappe zestienjarige, met wie ik me nog wel een legaal partijtje seks kan inbeelden. Al vermoed ik dat hij daar niet aan denkt, hij lijkt me iemand die om verschillende redenen (o.a. uiterlijk, stem en familiale situatie) wat moeilijk kan liggen in een groep en zo iemand heeft geen volwassene nodig die hem inwijdt in het seksuele wezen. Ik kan er natuurlijk compleet naast zitten. Voor zo iemand wil ik vriend zijn, maar de gelegenheid laat het niet toe.

Toch ben ik tevreden. Voor mezelf, voor dit gesprek met een leuk uitziende jongen. En ik denk dat ik voor de jongen eveneens een welgekomen afleiding uit de sleur ben geweest.

En dat is mooi.

San Remo

Alle teksten ressorteren onder San Remo©copyright, tenzij anders is aangegeven. Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd, ingekort of verpersoonlijkt worden.

San Remo

terug naar boven