San Remo, Muisje muis
|
Langs een sportveld... de grens tussen fantasie en werkelijkheid Uitgenodigd als ik ben, sta ik voor de zoveelste keer in korte tijd naar een voetbalwedstrijd te kijken. Een vriend van me is jeugdtrainer en het zijn zijn lieverdjes die de wei in mogen. Nu ja, lieverdjes, geen van hen ken ik echt goed, dus wie ben ik om hen lieverdjes te noemen? Dat laat ik liever aan anderen over, die hen wel kennen. Hun ouders bijvoorbeeld. Wie me opvalt is een knaapje van vijf, zes jaar. Hij kent me –op zijn manier- ik ben immers de kennis van de trainer van zijn broer. In het wereldbeeld van een zesjarige ben je dan al gauw een bekende. De knul doet het rijtje bekenden af en probeert de aandacht te trekken van de volwassenen om hem heen door hen speels tegen de billen te tikken. Niemand reageert, maar ik sla het toneel geamuseerd gade. Dan ontdekt de jongen dat hij me kent, t.t.z. dat hij me vast al een keer gezien heeft en dat ik zijn vrienden ken en dus te vertrouwen ben. Maar ik straal het vast ook een beetje uit, dat ik het wel leuk vind wat hij doet. Dus komt hij ook een keertje bij me langs en tracht me op mijn billen te tikken. Ik doe alsof ik de wedstrijd probeer te volgen, maar mijn voelhorens registreren zijn aanwezigheid achter me en de tik volgt al gauw. Een speelse tik, ontdaan van alle andere dan speelse bedoelingen. Ik hou hem in het oog en hij heeft dat door, hij vindt het prettig want ik bezorg hem aandacht. Plots draai ik me om en tracht een zachte trap tegen zijn zitvlak te geven. Hij wijkt snel uit en ik mis. “Je hebt me lekker niet geraakt!” triomfeert hij. Ik doe alsof het me niet kan schelen en pretendeer de wedstrijd te volgen. Mijn actie heeft het gewenste effect. De jongen heeft aandacht gekregen en hengelt naar meer. Hij deelt weer een tik uit, ik tracht hem weer van repliek te dienen. Eén keer komt hij twee meter voor me staan en steekt uitdagend zijn achterwerk naar me toe. Eer ik hem kan raken is hij alweer weggelopen. Na enkele minuten ‘vissen en missen’ is het echter raak en ontaardt het spelletje eventjes in ‘zoveel mogelijk op elkaars achterste tikken’. Papa heeft het te druk met voetbal kijken of heeft het in de mot, maar zoekt niet verder naar verdachtmakingen die er niet zijn. Nu de jongen mijn volle aandacht heeft –de match interesseert me steeds minder- verlaat hij de piste van het billentikkend verkennen. Eventjes bespreken we de avonturen van het lieveheersbeestje dat over zijn handje en armpje kruipt en dat hij gerust eens op mijn vingers wil laten kruipen. Het beestje wil aanvankelijk echter niet weg van de zachte jongenshuid. Mijn vingers eigenlijk ook niet. Maar dat vertel ik hem niet. De jongenshand straalt een, euh, jongensachtig soort warmte af op mijn hand. Op schitterende wijze tovert hij plots een suikeren muis uit de snoepzak om in een echt huisdier, dat aandacht en liefde nodig heeft. Hij speelt niet met de muis, de muis is. Ze leeft, ze bestaat. Ze rent heen en weer over de omheining rond het veld, ze kruipt op zijn hand en snuffelt aan mijn hand. Hoe de muis heet? wil ik weten. Na enig nadenken beslist hij dat het Muisje Muis is. Da’s een naam waar ik me akkoord mee kan verklaren. Het blijft hartverwarmend om te zien hoe het kind in zijn spel opgaat en hoe het geniet van de aandacht van die ene volwassene die hem ernstig neemt. Zonder overbodige woorden en zonder –van mijn kant- de behoefte tot aanraking, ontwikkelen we een prettige interim-vriendschap. Eén schitterend moment wil ik nog graag beschrijven: op zeker ogenblik haalt de knul een snoepkrokodil en een snoepkikker ter versterking van de muis boven. Hij legt de drie dieren (want het is geen snoep meer, het zijn dieren met hoogstens wat menselijke trekjes) alledrie apart te slapen op een paal van de afrastering, staat ze van op een afstandje te bekijken en plots huilt er eentje. Of het nu de jongen is die doet alsof, of het diertje dat echt huilt, dat doet er niet toe in deze belevingswereld. Een beestje huilt en de jongen vraagt me “Wie was dat?” “Ik denk dat het de krokodil was.” Met een ernstig gezicht gaat hij luisteren bij Muisje Muis, hij legt er letterlijk zijn oortje tegen om te ontdekken dat het beestje een ritmische ademhaling heeft. Dan voltrekt zich hetzelfde ritueel bij de kikker, maar ook die slaapt. Met twinkelende oogjes in een serieus gezicht zegt hij: “Je hebt gelijk, het was de krokodil…” De match is ten einde, papa roept zijn zoontje en het kind dwarrelt weg. Einde van dit sprookjesmoment? Niet helemaal, want wanneer ze met z’n drieën vertrekken, krijg ik nog een lief zwaaiend handje als teken van waardering. See you later… San Remo Alle teksten ressorteren onder San Remo©copyright, tenzij anders is aangegeven. Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd, ingekort of verpersoonlijkt worden. |
|
San Remo |