San Remo, Deed ik het goed?...
|
De grootste jongen had ik al eerder gezien. Twaalf à dertien jaar, ziet er niet alleen zo uit maar zit ook op de middelbare school in het dorpje waar ik werk. Vorig jaar heb ik hem nog niet op en af de trein zien stappen, dus een simpele deductie leert mij dat. Hij is niet onknap. 's Morgens stapt hij op in het voorlaatste stationnetje voor mijn en zijn eindbestemming. 's Avonds zie ik hem zelden omdat ik -uit overwegingen betreffende tijdwinst- meestal helemaal het andere eind van de trein op zoek. Vanmiddag, toen ik het perron opkwam, ontdekten mijn sensoren dat er iets scheelde. De jongen was in gezelschap van een meisje en twee andere jongens van zijn leeftijd. Er hing agressie in de lucht, spanning. De drie had ik nog niet eerder gezien, ze omringden de jongen van de trein zodanig dat hij geen kant meer op kon. Achter hem was het einde van het perron, links van hem het spoor, rechts de afbakening van de trap naar de onderdoorgang. En aan de ene vrije kant stonden dus zijn drie leeftijdsgenootjes. Boosheid op hun gezicht. De jongen zat gevangen. Het meisje praatte: "Ik bel mijn neef en dan ga je wat meemaken." Ik besloot het tafereel niet achter me te laten. Om één of andere reden voelde ik dat hier gevaar dreigde. Bleef dus even wachten aan het voor mij- ongewone einde van het perron. Een sneltrein was in aantocht en ik spitste mijn voelhorens. De jongen van de trein bleef onbeweeglijk staan op amper een halve meter van de boord van het perron. De drie andere kinderen weken even uit. Een ongezonde glimlach speelde even om zijn lippen. Hij wilde door de vrijgekomen opening steken, maar één van de anderen belette het hem. De jongen was zelf wijs genoeg om niet tè dicht bij het voorbijrazende gevaarte te komen. Ik zag hoe de jongen van de trein opnieuw een 'uitval' waagde. Ik hoorde hoe het meisje siste: "Je denkt toch niet dat je op die trein komt? Geef dat eerst terug." Ik besloot in te grijpen, sprak het meisje aan: "Zou je hem niet gewoon doorlaten?" Het meisje reageerde fel maar niet onvriendelijk: "Meneer, hij moet die brief eerst teruggeven." De andere jongens vielen haar bij: hun 'slachtoffer' had een brief van het meisje genomen en wilde die niet teruggeven. Ik keek van de ene partij naar de andere en trachtte te beredderen: "Ik ben geen onderwijzer maar..." Waar ik precies heen wilde, was me niet helemaal duidelijk. Wel wist ik dat ik de zaak moest proberen te ontzenuwen en dat deze drie-tegen-één ook niet helemaal eerlijk was. Over enkele minuten zou de trein hier staan en ik moest mee. En de jongen ook. Ik keek hem opnieuw aan, herkende het gepeste kind, type dat door zijn gedrag "het zelf zoekt" en vroeg of het klopte wat zei zegden. Woordeloos en onverzettelijk knikte hij ja. "Maar die brief lag op de grond en..." "Ja! Ik was hem verloren. En dan?" bitste het meisje. Ik kon reconstrueren dat het om een liefdesbrief van het meisje ging en dat de jongen hem al dan niet toevallig in handen had gekregen. Ik vermoedde een veel groter drama in brugklaspesterijen, maar had geen tijd om daarop in te gaan. De jongen van de trein bekende dat hij eigenlijk niks met de brief te maken had en ik trachtte hem te overtuigen dat, als hij er toch niks aan had, het onding terug te geven. De drie anderen droegen niet mijn onvoorwaardelijke sympathie weg, maar ik kon niet anders dan hen gelijk geven. De treinknul kon zich niet echt verdedigen, had allicht geen verdediging. Kon zijn daad niet verklaren behalve vanuit een frustratie die hij zelf niet onder woorden kon brengen. Ik had mezelf in een positie gewrongen die me onmisbaar maakte -de vier kinderen leken te verwachten dat deze deus ex machina in hun voordeel zou uitdraaien- en ik becijferde de minst schadelijke oplossing voor de treinjongen. Ik trachtte hem te overtuigen van het zinloze van zijn protestactie. Bedacht dat hem morgen weer een dag wachtte waarbij hij aan de boze buitenwereld zou worden blootgesteld. Ik wilde hem beschermen maar zou me niet opdringen. Na een herhaling van argumenten gaf de treinknul toe. Hij haalde het verfrommelde vodje papier uit zijn jaszak en gaf het aan het meisje. De spanning vloeide weg. Die drie waren de kwaadste nog niet. Namens het meisje -daarin gevolgd door haar twee 'partners in crime'- kon er nog een gemeende dankjewel af. Zo bleef ik alleen achter met de treinjongen. Een jongen die dagelijks alleen en eenzaam heen en weer pendelt met de trein, tussen de gemeente waar hij woont en die waar hij school loopt. Een jongen die schijnbaar vriendenloos blijft, een jongen alleen. "Je vindt dat ik me moei met zaken die me niet aangaan, hè?" Hij knikte. In zijn ogen was kwaadheid te lezen, maar ook een vorm van opluchting. "Ik deed het omdat ik bang was dat er anders ongelukken zouden gebeuren." Ik meende wat ik zei, duizenden kilo's staal hebben geen medelijden met hoop en al veertig kilo's mensje. Ook al kijkt dat mensje toevallig even niet uit. Nu het conflict was overgewaaid, vond ik het niet langer nodig bij de jongen te blijven. Ik draaide me om en wandelde naar mijn plekje om in te stappen. Nog één keer keek ik achterom en zag hoe de jongen over de leuning van de trap hing. In een poging om de anderen nog te zien? Zou de situatie ontzenuwd geraakt zijn als ik niet was tussengekomen? Heeft mijn actie iets positief opgeleverd of heb ik hem gewoon bevestigd in zijn rol van zondebok? Heeft hij werkelijk de intentie van mijn interventie begrepen, of ben ik gewoon een onnozele moeial? Was mijn intentie wel zo nobel? In helden-bl-verhalen kijkt de jongen me na en komt hij me achterna (of ik opnieuw naar hem), stort hij zijn hart uit bij de man die het goed met hem meent en worden ze vrienden. In heldenverhalen trek ik de jongen uit het moeras van zijn leven en maak van hem een evenwichtige en gelukkige jongeman. Maar dit is geen heldenverhaal. Als de jongen het belieft, zal hij me op een ochtend op de trein misschien nog aanspreken. Of zal een vriendelijke groet mijn deel worden. En anders niet. Maar voorlopig blijft er die vraag: deed ik het goed? San Remo Alle teksten ressorteren onder San Remo©copyright, tenzij anders is aangegeven. Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd, ingekort of verpersoonlijkt worden. |
|
San Remo |