San Remo, avondje...
|
Reikhalzend kijken de kinderen uit naar de komst van hun langverwachte vriend. Op professionele wijze zijn de grote ramen van de anders in het daglicht badende sportzaal, verduisterd. De ruimte en de bijhorende gebeurtenissen zijn gedompeld in een warme duisternis. Enkel het podium en de erehaag van witte sterrenbogen, waardoor de goede vriend straks geleid zal worden, worden verlicht door flakkerende kaarsvlammetjes. Naast de sterrenbogen zitten vierdeklassers, twaalf in totaal, gehuld in een wit kleed, de voeten gestoken in soms iets minder witte turnpantoffels. Hun hoofden zijn getooid met een gouden kroon. De makers van deze kronen hebben kwaliteit geleverd. Enkele van deze kinderen bespelen een xylofoon. Ze zorgen, samen met een pianist met passende melodieën voor de vulling van kinderlijke verlangens. Het is een opeenstapeling van clichés, maar het effect is een warme deken van ongeschreven saamhorigheid. Zelfs de grote groep 13- en 14-jarigen, strategisch achteraan geposteerd op de oplopende tribune, voelen dat de sfeer bijna sacraal is en gedragen zich respectvol. Een laatkomende ouder wringt zich door de deur, zo snel en smal mogelijk, teneinde het daglicht niet in de hoofden van de gelovigen en ongelovigen te laten sijpelen. Tweehonderd kinderhoofden en -hoofdjes draaien zich om, maar ontdekken dat het hier om vals alarm gaat. Nauwelijks heeft de laatkomer zich genesteld of de toegangsdeuren achteraan de zaal openen zich opnieuw. Weer draaien tweehonderd hoofden zich. Een nieuwe concentratie van kaarslicht komt de duisternis verjagen, maar dit donkere beest schuift hoogstens een eindje op. Tien à twaalf tienjarigen dragen de nieuwe voorraad kaarsenschijnsel. Ze zijn gekleed als hun klasgenootjes vooraan in de zaal, de witte lakens hangen losjes langs hun lichaam. Een zucht van teleurstelling fluistert door het publiek: nog is de goede vriend niet gekomen. Maar dan verhoogt de intensiteit van de muziek. De witte kinderen zijn ondertussen bij hun klasgenootjes aan de sterrenbogen gekomen en nemen elk het uiteinde van een boog vast. Ze tillen hun bogen op tot een erehaag. Een leerkracht geeft een afgesproken teken en het wachtende publiek heet de langverwachte bezoeker zingend welkom. Enkele kinderen draaien zich tijdens het lied reeds om, de jongsten volgen massaal hun voorbeeld. Aan het uiteinde van de zaal is immers een oude man in bisschopsgewaad verschenen. Zijn gezicht is, op zijn neus en vriendelijke ogen na, geheel bedekt onder een witte baard en snor. Ook van onder zijn mijter groeien de witte lokken weelderig. De man die in de volksmond 'zijn knecht' genoemd wordt, draagt een kleurrijk, blinkend afgebiesd tenue. Zijn gezicht is roetzwart, zijn lippen knalrood, ondeugendheid is te lezen in zijn ogen. Ze worden voorafgegaan door een Mariafiguur die, heftig met haar armen bewegend, onzichtbare draden van goudbrokaat weeft. Deze figuur is vergezeld van een jongetje in gele en oranje kleuren, met een gouden zon op zijn hoofd. De oude man heeft zijn arm gelegd om de schouders van een ander kind, in vele tinten blauw: de koele maan. Het kind is blind, of toch bijna. Statig, zoals het hoort, schrijden deze mensen naar het podium. Vele jonge ongelovigen worden plots, door de intense sfeer die er hangt, even weer gelovig. Enkele ouderen beklagen zich even dat de volwassenheid hen hun geloof heeft afgenomen. Het is een toegestane uitschuiver.
Op het podium ontrolt zich nu het verhaal van deze heilige man. Aan Maria's weefsel ontbreekt nog iets menselijk, iets dat het goddelijke compleet maakt. De oude bisschop belooft haar iets fantastisch mee te brengen, met name kinderlijke dankbaarheid. De zon, de maan en de sterrenkinderen zullen hem daarbij helpen. Hij doet vanavond immers zijn cadeautjesronde want het is vandaag zijn verjaardag. Een alert kind uit de zaal kan dit, goed wetende dat het vandaag nog maar 5 december is, niet laten gebeuren: "Niet waar, dat is morgen pas!". Een mensenkind met een goddelijke reactie… Ondertussen vertoont de zwartberoete knecht de gekste kunstjes op het podium. De obligate bananenschil en het lachwekkende vallen en opstaan en weer vallen brengen, net als de gekke bekken en de rare woorden, de toeschouwers in verrukking. Wanneer de immer weerkerende slechterik, in de vorm van een baardige duivel, zich komt moeien, is de spanning te snijden. Maar gelukkig rekent de goede gekkerd af en trakteert hij de duivel op een stevig pakje rammel. Kinderen zijn van nature wreed en genieten van dit schouwspel, het helpt hen te leren omgaan met wreedheid zonder het aan de lijve te moeten ondervinden. Nochtans breekt ook hier even de televisie- en gamecultuur door: wanneer de duivel in de Zak is ingepakt en weerloos overgeleverd aan de grillen van de schoorsteenknecht, klinkt het uit de zaal: "Laat hem van het podium vallen!" De aanwezige volwassenen reageren op de beste manier die je je kan indenken: ze negeren de roeper. De andere kinderen tonen zich onvoorstelbaar gedisciplineerd en negeren mee. De would be amokmaker doet er dan maar het zwijgen toe. Na dit spel neemt de hoofdrolspeler van de dag plaats op de speciaal gebouwde, sobere troon. In zeeën van muziek mogen de allerjongsten uit de zaal, de zevenjarigen, in een lange rij aanschuiven om persoonlijk hun tekening aan de bebaarde man te overhandigen. Een bruinharig jongetje met een gebleekte trui en een ribfluwelen broek, wordt door de clownsknecht uit de rij gehaald en mag de gouden staf vasthouden. Hij glundert, hij schittert, hij straalt en hij zal deze dag nooit meer vergeten. De sfeer begint te verwateren. Het geheel duurt te lang. De kinderen zijn al bijna een uur aandachtig en rustig gebleven, maar nu er eigenlijk niets meer gebeurt dan het kijken naar aanschuivende schoolgenootjes, is de pret er zo'n beetje af. Gelukkig vangt een leerkracht dit op met een indrukwekkend verhaal over de jeugd van de oude man. De jonge toehoorders persen er nog een laatste inspanning uit en leveren hierdoor qua aandachtsspanning een prestatie waar de meeste volwassenen jaloers op mogen zijn. Hoezo, kinderen kunnen zich niet lang meer concentreren? Zorgt u ervoor, beste volwassene, dat ze iets boeiend hebben, dan lukt dat concentreren véél beter. En toch, zodra de in het rood gehulde kindervriend de laatste aanschuivers, met name de veertienjarige vertegenwoordigers van de klas bijna ex-kinderen, een welwillende aai over de bol gegeven heeft, zodra hij zingend uitgeleide gedaan is om met vernieuwde moed over de daken te trekken om menig slapend kleintje te verblijden met een presentje, zodra dat allemaal gebeurd is, kunnen de klassen niet snel genoeg buiten zijn. Het bobijntje is volledig op, de onderdompeling in het warme bad van samenzijn was heerlijk, maar het is eventjes genoeg geweest. Ze mogen zich gelukkig prijzen, denk ik nog als ik door de lindedreef naar het station wandel: de zon is -ongetwijfeld speciaal voor deze feestdag- present. De relatieve warmte en de frisse lucht zullen er voor zorgen dat menig kinderlijfje zich weldadig kan ontspannen in het spel of, naargelang de leeftijd en coolness, in het hangen. Ongetwijfeld lopen nu reeds meerdere tienjarigen luidop te roepen dat ze van hun geloof af zijn, dat die man maar een verklede volwassene was en dat ze geen enkel moment getwijfeld hebben. Toch weten ze -diep in hun binnenste, waar niemand komen mag- wel beter. San Remo Alle teksten ressorteren onder San Remo©copyright, tenzij anders is aangegeven. Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd, ingekort of verpersoonlijkt worden. |
|
San Remo |