Mathieu, de reis van zijn leven intro 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33
Deel 30 - Geen echte vader meer. Nee, hij was die nacht niet overleden en er stond geen engel aan zijn bed; hoewel, er stond er wel een! Bo was even naar de toilet geweest in de ochtend en was zich wat aan het vervelen met de tenen die uit het bed van Emiel staken. De wekker gaf 0830 aan. "Ga je nou weer zitten klieren, net zoals je deed toen wij samen op reis was?" zei Emiel streng. "Toen was je ook al zo'n vervelende klier!" De jongen keek hem lachend aan en zij dat hij helemaal geen klier geweest was maar slechts gereageerd had op de gedragingen van Emiel. Emiel richtte zich snel op en pakte zijn vriendje vast die aan het voeteneinde van het bed stond en trok hem naar zich toe. Deze actie resulteerde in een kleine stoeipartij in het bed van Emiel. Een paar minuten later waren de mannen tot rust gekomen en lag Bo op zijn rug te luisteren naar de woorden van Emiel, terwijl deze op zijn zijde, naast hem lag: "Nee, je was inderdaad geen klier en ik was heel blij dat je mee was gegaan, toen". Hij zag en voelde zijn vriendje voor het eerst weer heel dichtbij. "Je bent gegroeid" stelde Emiel vast terwijl hij met een paar vingers over de borst van Bo streelde. "Je word echt ouder". "Je kijkt toch niet naar die paar puistjes, hé?" reageerde Bo snel. Emiel raakte teder het voorhoofd van Bo aan en verzekerde hem dat het maar hele kleintjes waren en dat hij ze eigenlijk nog niet echt gezien had. "Dat betekent dat je een puber aan het worden bent!" Bo keek even naar hem met een korte glimlach. "Heb ik je eigenlijk wel eens bedankt, omdat je toen met me mee ging?" Bo wist het niet meer. "Dan doe ik het alsnog"; Bo kreeg een zoen op zijn voorhoofd terwijl het woord bedankt hoorde vallen. "Ik heb zo van je gehouden die tijd en ik heb je daarna zo gemist......." Na deze woorden viel er even een stilte. Emiel moest uitleggen waarom hij 'dan ook alleen op pad was gegaan en waarom hij niet was gebleven bij de familie'. Woorden als: 'Ik wist niet wat ik moest doen, toen' en 'op zoek naar….' werden uitgesproken. Even was het stil. "Als ik je nu weer zou vragen om mee te gaan op reis; zou je het dan opnieuw doen?" De jongen zei al snel "Ja". Emiel begreep al snel dat Bo het niet helemaal begrepen had. "Nee, ik bedoel niet toen......."legde Emiel uit. "Ik bedoel dat, als ik je nou zou vragen of je nog een keer mee zou willen naar Italië voor een paar weken; zou je dat dan weer doen?" Het hoge woord was eruit. "Je bedoelt....." De jongen keek verbaast. "Ik bedoel dat jij met mij meegaat naar Italië en dan laat ik jou alles daar zien. Er zijn jongens genoeg om mee te spelen en de meeste zijn erg aardig. Je kunt mij dan een beetje helpen met verbouwen en dan maken we het weer net zo gezellig als de laatste keer. Wil je dat?" De jongen hoefde niet lang na te denken en zei weer "Ja!". Nou moesten alleen zijn ouders nog toestemming geven. Die morgen bij het ontbijt voelde Emiel een hoop oude emoties opkomen. Het was eigenlijk een heel bijzonder ontbijt. Ten eerste was er natuurlijk eerst zijn hernieuwde kennismaking met Bo, en dan de gedachten aan zijn vader waar hij nooit iets mee te maken had gehad, zijn angst om 'het' te vragen aan Evelien en Ben (vroeger had hij ook altijd die angsten gevoeld. Zijn ouders hadden hem altijd zoveel afgewezen...), de tegenstrijdige gevoelens om zijn familie weer eens terug te zien... "Ik ga deze morgen naar mijn vader" zei hij tegen de familie maar vooral tegen Bo. "Het zou wel eens kunnen aflopen". "Mag ik met je mee?" Het duurde even voordat het tot Emiel doordrong dat het Bo was die vroeg... "Waarom wil je dan mee?" "Nou, toen mijn vader dood ging, ging jij ook met mij mee, helemaal naar Nederland. Dan ga ik ook met jou mee, nou." De woorden klonken oprecht. Emiel keek naar Evelien die ook vertederd naar Bo keek. "Je bent een lieve schat" gooide Emiel eruit. Het tehuis waar zijn vader bezig was zijn aardse last af te leggen, gaf een koele indruk. Koud, kil; een revolutie bouwwerk uit de jaren 70. De toenmalige moderne architectuur gaf weinig menselijkheid af. "Zo, en wie hebben we daar" klonk het. Het was de zus van Bo. "De verloren zoon komt even bij zijn vader kijken hoe hij ligt dood te gaan". Het waren typerende woorden die bij zijn familie paste. Zijn moeder zat naast haar en nam hem in zich op. "Waar was jij de laatste tijd" zei ze terwijl hij probeerde haar te begroeten "en wie is dat nou weer?" "Dit is Bo, mijn vriendje en de zoon van vrienden." "Je vriendje?" De woorden van zijn moeder klonken niet alleen minachtend maar ook verontwaardigd. Zijn zus lachte om aan te tonen hoe belachelijk zijn woorden waren geweest. "Jullie zijn niets veranderd" stelde Emiel vast. Zijn moeder keek op en had deze assertieve opmerking niet verwacht. "Hoe is het met Pa?" vroeg Emiel zakelijk. "Je vader is een half uurtje geleden de pijp uit gegaan, dus je bent te laat. Hij kreeg een beroerte en verleden maand had hij er ook al een gehad. Je bent dus te laat." Emiel keerde zijn gezicht weg van zijn moeder en keek door het raam naar buiten. Hij dacht aan de harde woorden van zijn moeder. Na een korte tijd had hij echter zijn emoties weer op een rijtje en had zichzelf beloofd 'dat híj wel veranderd was'. Hij keek even naar rechts en zag zijn zwager staan. Hij hoorde vaag zijn zus nog praten met Bo en de vraag 'hoe hij heette en hoe oud hij eigenlijk wel was', ving hij vaag op. Zijn zwager begroette hem vriendelijk en condoleerde hem. "Het is jammer dat het zo is gelopen. Je vader was erg ziek de laatste maanden. Ik heb erop aangedrongen dat ze ook jou zouden bellen. Ik heb met je vader nog een paar keer over je gesproken, hij vertelde veel positieve dingen over je. Hij had je altijd slim, vriendelijk en behulpzaam gevonden". Emiel luisterde naar zijn woorden. "Je moeder heeft mij gevraagd alles verder te regelen; vind je dat goed?" Zijn zwager was een vriendelijk mens. Emiel bedankte hem en gaf hem zijn verblijfadres. In de auto vroeg Emiel aan Bo 'wat hij vond van zijn familie.' "Wel aardig" zei de jongen. "Weet je wie ik aardig vind?" "Jou familie; dat zijn échte lieve mensen." "En jij; ik houd honderd maal meer van jou dan van mijn eigen familie. Jij bent dan ook écht een schat". "Dat je zo maar met me mee ging vandaag." Emiel streek zijn vriendje door zijn haren. "Ik houd echt heel veel van jou, honderden keren meer dan van mijn eigen moeder!" Bo ging een paar dagen logeren bij een vriendje en daarom was Emiel alleen op de begrafenis. Hij had nog wel aangeboden om mee te gaan, maar met een zoen op zijn voorhoofd, net gekregen, had hij vernomen dat Emiel liever alleen ging. Alleen was hij; en tegenover hem aan het graf, stond zijn familie. Na de begrafenis was hij meteen weg gegaan. Koffie en cake kreeg hij zeker niet door zijn keel. Al fietsend door het bos had hij de rest van de dag doorgebracht. Zijn zwager had drie dagen later nog gebeld. Emiel had hem bedankt voor zijn zorgen. Toen zijn zwager diezelfde dag bij Emiel langs kwam en hem vertelde dat er weer een erfenis voor hem zou zijn, had Emiel het even moeilijk gehad. Een bedrag van bijna Fl 9000,- werd genoemd. Even hadden ze stil tegenover elkaar gezeten. "Ik heb een beetje moeite om het geld aan te nemen van mijn vader", had Emiel gezegd. "Ik had zeker geen goede band met hem en heb nooit voor hem gezorgd, zoals hij mij ook nooit de aandacht gaf die mij toekwam als kind". Weer was het even stil geweest. "Zou je er voor kunnen zorgen dat ik het geld in Italiaanse Lires krijg en dat ik het over twee weken mee kan nemen?" Emiel legde zijn hele situatie uit, waar hij nu woonde en hoe hij zijn leven nu leefde. Het geld zou hij schenken aan het tehuis, die zouden het zeker kunnen gebruiken. Het geheel kreeg de goedkeuring van zijn zwager en hij zou zijn best voor hem doen. "Vertel daarover niets tegen mijn familie, had hij hem nog gezegd." Met de mededeling 'dat hij het begreep' hadden ze afscheid genomen. Het geld kwam er niet in Lires maar in guldens. Met een belletje naar Italië en een uitleg aan zijn vriend daar ter plaatse was het bankrekeningnummer gegeven en was het geld al onderweg. Eigenlijk zat er in deze erfenis een grote symboliek: Emiel die het geld niet wilde hebben vanwege de gebrekkige opvoeding, gaf nu het geld weg om juist de opvoeding van de jongens in het tehuis beter te laten verlopen. De paters waren heel blij met het geld, de familie vd Berg vonden het een heldendaad. Voor de eerste keer sinds jaren had Emiel een goed gevoel bij zijn vader. Mathieu
Alle
teksten ressorteren onder Mathieu©copyright, tenzij anders is aangegeven.
Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke
toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd,
ingekort of verpersoonlijkt worden.
|
Mathieu |