Verhalen

Lobocraspis, pijn ...

"Hou je kop nou eens!" Koen schreeuwde naar zijn moeder. Hij was boos, ontzettend boos. De reden van hun ruzie wist hij niet eens meer, dat was in zijn ogen ook niet meer belangrijk. Ze was gewoon niet zijn baas en hij bepaalde zelf wel wat hij deed. Hij hoorde zijn moeder de trap op komen, richting zijn kamer waar hij heen gevlucht was. Zijn kamer, de enige plek waar hij even alleen kon zijn, geen gezeur aan zijn hoofd. Hij wilde nu alleen zijn maar daar kwam ze aan. Tranen van woede voelde hij in zich op komen en met trillende stem schreeuwde hij door de dichte deur, "Rot op! Rot op mam! Waag het niet mijn kamer in te komen!" Het kraken van de trap stopte voor enkele seconde en liet zich daarna weer horen, alleen dan in omgekeerde richting. Tranen rolde over zijn wangen. Verdriet, woede, het maakte niet uit wat het was, hij wist zeker dat hij wegging en hier niet meer terug zou komen. Hij ging naar zijn vader!

Beneden in de keuken stond zijn moeder. Ook al was het nog maar half vier, ze was alvast aan het avondeten begonnen. Ook bij haar stroomde langzaam de tranen over haar wangen naar beneden. Wat had zij verkeerd gedaan tegen Koen? Was ze dan zo'n slechte moeder? Ze voelde zich met de seconde eenzamer worden. De pijn die je voelt als je eigen zoon je toeschreeuwt dat je op moet rotten, want dat had ze toch echt goed verstaan, is voor een moeder immens en bijna onverdraaglijk. Hoeveel pijn zou ze nog moeten doorstaan? Ze voelde een groot verdriet door zelfmedelijden. Een mislukkeling was ze, meer niet, alleen had ze nooit iemand pijn willen doen, nooit iemand kwaad gedaan.

Het was nog maar 4 jaar terug dan Koen zijn vader wegging bij hem en zijn moeder. Volgens zijn moeder waren ze gewoon niet verliefd meer, maar dat geloofde hij niet erg. Als je 'gewoon niet verliefd' meer bent, dan schreeuw je niet tegen elkaar, dan hoefde je je moeder niet te horen gillen 's avonds laat. Toen Koen terug was gekomen van een voetbalkamp en aan zijn moeder vroeg waar papa was barste zijn moeder in snikken uit. "Papa is toch niet dood?", had hij gevraagd.

"Ach, was dat maar zo Koen…"

Hoe kon zijn moeder dat zeggen over zijn vader! Dit had hij haar nog steeds niet vergeven en vergeten zou hij het al helemaal nooit. Het enige wat hij wist van zijn vader was dat hij in de grote stad was gaan wonen, een kilometer of 30 van zijn huis. Volgens zijn moeder wilde hij zijn eigen kinderen niet eens meer zien en moest Koen maar leven met het feit dat hij een eikel van een vader had. Maar dit kon Koen niet geloven, de man die altijd met hem ging stoeien, samen met hem ging vliegeren op het strand of voetballen in het park. Die man was zijn vader en hij hield van hem, iets dat onmogelijk niet wederzijds kon zijn.

Zijn moeder was na het vertrek van zijn vader een zielige vrouw geworden. Tenminste, zo voelde zij zichzelf en Koen voelde maar al te goed dat die vrouw die zijn moeder plachte te zijn zichzelf kwelde door zelfmedelijden. Zo stond zij ook nu weer in de keuken, jammerlijk te snikken. "De trut", dacht Koen toen hij de voordeur achter zich sloot en voelde gelijk met zijn woede een gevoel opkomen wat hij niet zo goed kende… Medelijden. Empathie had hij altijd wel gehad maar tot nu toe wist hij dat gevoel altijd goed te verdringen door agressie en woede. Deze keer zorgde zijn medeleven met zijn moeder voor een kleine twijfeling, waar was hij mee bezig haar zoveel pijn te doen? Maar tegelijk met die gedachte voelde hij zijn afkeer tegen haar weer groeien en nam zijn kwaadheid weer de overhand. Op zijn kamer was hij vastbesloten geweest, hij ging naar zijn vader. Een adres had hij niet maar hoe zou hij zijn vader niet kunnen vinden? Spullen had hij niet nodig, zijn vader moest rijk genoeg zijn om nieuwe kleren voor hem te kopen. De gedachte om na vier jaar weer bij zijn vader te zijn deed hem de pijn die zojuist nog voor zijn woede aanval had gezorgd voor even vergeten…. zijn vader.

Koen liep in versnelde looppas richting het eerst volgende dorp. Een jas had hij niet eens aangetrokken, koud was het niet echt en tevens had hij dan langs zijn moeder moeten lopen om zijn jas te pakken en dat wilde hij niet. Zo liep hij na een kleine 10 minuten zijn eigen dorp uit. Hoever zou hij nog moeten lopen? Best ver en lang, maar dat kon hem niet zoveel schelen. Hij hoorde in gedachten zijn moeder weer schreeuwen naar hem en de woede nam weer toe. Hij versnelde zijn pas, maar weer kwam dat gevoel van medelijden opzetten. Een lichte twijfelingen maakte zich wederom van hem meester, maar hij zette door. De blik in zijn ogen kreeg iets oneindigs, starend in de diepte van de vier kilometer lange weg die hem nog restte voor het volgende dorp.

De automobilisten moeten raar opgekeken hebben. Langs een verlate weg met vervallen fietspad liep daar een kleine jongen, alleen, zonder jas. Koen zag de auto's passeren, maar het deed hem niet zoveel. Een enkele keer werd er geclaxonneerd maar hij had niet eens zin om daar op te reageren. Langzaam zakte zijn woede weg en hij voelde toch echt een verdriet over hem heen vallen dat hij nog niet eerder had willen voelen. De eerste druppels regen vielen uit de grijze hemel en de passerende auto's hadden de ruitenwissers al aanstaan. Hij voelde zich langzaam nat worden, maar nog meer voelde hij langzaam een gevoel van leegte opkomen. Hij was helemaal alleen en het besef dat hij zijn vader niet zomaar zou vinden maakte een sterk gevoel van eenzaamheid in hem los. Samen met de regen die inmiddels zijn blonde haar al drijfnat had gemaakt voelde hij een traan zijn ogen verlaten. Een zachte snik verliet zijn keel en hij bleef staan. Ineens voelde hij de pijn die zijn moeder al die jaren had moeten voelen, hij was alleen en niemand die van hem leek te houden. Hij wist niet of het de inleving in zijn moeder was die hem dit deed voelen of dat het iets van hem zelf was. Alleen wat hij voelde deed pijn en dat was een andere pijn die hij normaal gesproken had, als hij ruzie had. Inmiddels drijfnat bleef hij staan, tranen stromend over zijn wangen. Waar was hij in godsnaam mee bezig? Zonder te twijfelen draaide hij zich om en besloot weer terug te gaan. Maar wat moest hij zeggen als hij terug zou komen? Het kon hem niet zoveel meer schelen eigenlijk. Boos bleef hij op zijn moeder en de volgende keer, bij de volgende hevige ruzie, zou hij weer gaan, dat wist hij nu al. Als je zo boos bent dan kun je gewoon niet goed meer nadenken….

Koen, als je nog eens weggaat, mag ik dan met je mee?

Lobocraspis

Alle teksten ressorteren onder Lobocraspis©copyright, tenzij anders is aangegeven. Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd, ingekort of verpersoonlijkt worden.

Lobocraspis

terug naar boven