Vastgevroren
Water, deel 1
Oorspronkelijke
titel: Een kleine lifter
Ik
vloekte zachtjes toen ik bemerkte dat mijn Treo contact probeerde te zoeken.
Het zilvergrijs getinte onding trilde onophoudelijk in mijn binnenzak
en het herinnerde mij er aan dat ik, op een eerder tijdstip, een uitnodiging
had ontvangen voor een online vergadering. Het was een oproep voor een
delayed meeting waarvoor ik een verminderde interesse kende. Trouwens,
ik vond alle vergadering een nutteloze tijdverspilling tenzij men direct
tot zaken kon komen. Maar meestal was dit niet het geval en mondde het
uit in een oeverloos gedraai en doorzichtig geslijm om op de meest diplomatieke
wijzen een doel te bereiken.
Met een diepe zucht
drukte ik op de Twins knop die het apparaat opdracht gaf om razendsnel
een natuurgetrouwe kopie van mijzelf uit de database te op te bouwen.
De technieken waren al zover gevorderd dat niemand enig verschil zou
merken tenzij … tenzij Marijke tijdens de vergadering aanwezig zou zijn.
Door onze hemelse en urenlang durende vrijpartijen kende zij mijn lichaam
als geen ander en zij zou het zeker opmerken dat de kleine moedervlek
in mijn nek ontbrak. Zij had deze technische onvolmaaktheid al eens eerder
ontdekt maar om mij niet in verlegenheid te brengen had Marijke gezwegen.
De afwezigheid van dat nietige bruine vlekje was een foutje geweest in
een scan en ik had nog geen tijd gehad om een correctie te laten aanbrengen
aan mijn alter ego.
“Het is fijn dat je
tijd kon vrijmaken om de vergadering bij te wonen”, hoorde ik op de achtergrond.
“Welkom in ons midden, jouw visie op deze zaak wordt door ons enorm op
prijs gesteld”.
Achteraf twijfelde
ik nog even of ik de wagen aan de kant moest zetten om lijfelijk deel
te nemen aan de discussie maar de wetenschap dat ik nog een behoorlijke
afstand had af te leggen lag aan de basis waardoor ik mijn schuldbesef
snel had overwonnen. Bovendien zou mijn ‘tweelingbroer’ onmiddellijk contact
met mij opnemen wanneer de database tekort zou schieten in het beantwoorden
van meer complexe vragen.
“Het doet mij goed
om te vernemen dat men ontvankelijk is voor mijn ervaringen met dit product.
We moesten maar snel beginnen”.
Met een lichte druk
op de knop schakelde ik de geluid en beeldfuncties uit waardoor ik mijzelf
weer volledig kon concentreren op de weg. Mijn evenbeeld had zichzelf
geïntroduceerd en zou zijn werk op een even voortreffelijke wijze volbrengen
als wanneer ik dit persoonlijk zou doen. Ik kon naderhand altijd nog de
notulen oproepen om na te lezen wat er uiteindelijk was besloten en op
dezelfde wijze kon ik ook traceren op welke momenten ik een behoorlijke
bijdrage had moeten leveren in de ‘praatshow’.
Op de kruiswegen naar
d’Artand besloot ik mijzelf een pose rust te gunnen in een pittoreske
eetgelegenheid die zich op een kleine kilometer na de afslag zou aanbieden.
Het restaurantje lag half verscholen in de schaduw van een bosrijk landgoed
dat bij een provinciaal dorpje behoorde. Op die plaats bood de omgeving
evenwel een panoramisch uitzicht op de rijksweg die ik enkele minuten
geleden had verlaten. Toen ik de lange rij bomen aan weerszijde van de
oprit zag waande ik mijzelf opnieuw thuis want dit plaatsje was inmiddels
uitgegroeid tot een traditionele stop op mijn pendeltochten naar Spanje.
Voor mij was het een vanzelfsprekendheid geworden dat ik het restaurant
van Madame Jolly zou aandoen op de terugweg naar Nederland. Zij kende
mij en wist wat ik nodig had. In rap tempo kon zij immers een vluchtige
maaltijd te serveren waardoor ik de honger van de inwendige mens afdoende
kon stillen. Doorgaans bestond de eenvoudige maaltijd uit brood, ei met
bacon en een paar sterke bakken koffie. Meer had ik niet nodig.
Op de heenweg gunde
ik mijzelf altijd meer tijd om in alle rust te genieten van de gulzige
wellustigheid van jonge knapen. De taferelen speelden zich doorgaans af
in één van de stoffige kamertjes boven het restaurant. Voor mijzelf had
ik nooit een beslissing kunnen nemen in mijn geaardheid. Marijke was heerlijk,
bijna romig te noemen, maar ik raakte eerder en intenser opgewonden als
ik de warme lijfjes van een aantal kleine escortboys tegen mij aan gedrukt
voelde. In een oogwenk lieten zij de hormonen door mijn lichaam rennen
en hun schaars behaarde lichamen trokken mijn fantasie naar een onbegrensde
subwereld.
Aanvankelijk had ik
drie jongens leren kennen die ruimschoots voldeden aan mijn primaire behoeften.
Maar uiteindelijk kwam Jérôme, een zwarte krullenbol, die de kunst van
het stoeien tot een ware kunst had verheven. Hij was inmiddels zestien
geworden, maar had nog steeds de aantrekkingskracht van een dertien, veertienjarige
jongen die volkomen behept was met een ongebreidelde fantasie en ik merkte
dat hij één van de weinigen was die een perfect antwoord wist te bieden
aan alle perversiteiten die mijn gedachten konden beheersten. Als ik naast
hem lag voelde ik mij veilig en geborgen en begreep ik beter welk verlangen
er in mij huisde. Ik had al eerder geconstateerd dat ik stiekem verliefd
was geworden. Als ik aan hem dacht dan leek de zon krachtiger te schijnen
dan voorheen en voelde ik zijn warmte als een denkbeeldige mantel om mij
heen.
“Zal ik je vriendje
bellen?”, vroeg Madame Jolly zodra ik de eetgelegenheid was binnengewandeld.
Ze stelde de vraag
elke keer terwijl ze donders goed wist dat ik op de terugweg uitsluitend
voor een maaltijd kwam. Ze wist ook dat ik haar vraag altijd negatief
zou beantwoorden maar ze probeerde mij constant in de verleiding te brengen.
Wellicht voelde zij het als een commerciële drang omdat ze de huur van
de stoffige bovenkamer goed kon gebruiken want de inkomsten leken mij
marginaal omdat maar weinig klanten haar restaurantje aanliepen.
“Nee. Geef mij maar
het gebruikelijke. Ik ben op weg naar huis”.
“Jérôme heeft wél
naar je gevraagd”.
“Zeg maar dat hij
lief is en dat ik van plan ben om hem na het weekend weer te bezoeken”.
Ze knikte en streek
haar handen langs de plooien van haar schort. Ze droeg altijd kledij die
een Bourgondische sfeer uitademde waardoor haar ruimhartige karakter nog
eens extra werd geaccentueerd. Terwijl ze naar de keuken liep vroeg ik
mijzelf af of ze nooit problemen had gekend vanwege haar grote borstvorming.
Zo bleef het voor mij ook een raadsel wat het vrouwtje in balans hield
waardoor ze nooit naar voren viel. Ik had het haar nooit durven vragen
en wellicht zou dat moment ook nooit komen omdat ik besefte dat mijn referenties
aan haar weldoorvoede borsten uiterst pijnlijk zouden kunnen zijn.
Na een tijdje keerde
ze terug en ging zwijgend tegenover mij zitten. Haar knokkelige handen
raakten de mijne terwijl zij haar ogen goedkeurend langs mijn lichaam
liet dwalen.
“Het is eigenlijk
zonde dat goeduitziende kerel als jij nooit de rust zal vinden om een
levenspartner te vinden”.
“Ik ben altijd op
weg”, verklaarde ik.
“Ja. Je bent altijd
op weg om een geheim weg te stoppen. Als je ooit nog eens mocht besluiten
om alsnog bij een vrouw te stoppen dan houd ik mij aanbevolen”.
“Je bent die eerste
die ik het zal laten weten. Jíj en Marijke zullen de eersten zijn”.
Ze glimlachte waarbij
een geacteerde zweem van gelukzaligheid over haar gezicht trok. Daarna
stond ze op om mijn maaltijd te halen die de kok in de keuken had bereid.
Toen ze terugkwam en een kom met dampende erwtensoep en afgesneden stukjes
stokbrood op de tafel had gezet wees ze in de richting van de rijksweg.
“Wacht dat ventje
op jou?”
Ik tuurde naar buiten.
De afstand naar de rijksweg was te ver om een gedetailleerd beeld te verkrijgen
maar desondanks herkende ik in het panoramabeeld een figuurtje met een
helblonde haardos. Waarschijnlijk was hij een lifter maar ook kon hij
een knulletje zijn die zijn avonturen zocht langs de rijksweg.
“Jezus, die is blond”,
schreeuwde ik verrast uit. “Komt hij uit het dorp?”
Madame Jolly haalde
haar schouders op en legde haar handen op haat schoot. “Ik heb hem hier
nog nooit gezien maar toen ik jou daarnet zag binnenstappen kwam het in
mij op dat hij met jouw had afgesproken. Verberg je iets?”.
“Natuurlijk niet.
Je kent mijn diepste geheimen en als hij op mij zou wachten dan kan ik
je dit gewoon vertellen. Bovendien ben ik tot in mijn tenen verliefd op
Jérôme. Ik ga niet graag vreemd”.
“Ach, Jérôme”, zuchtte
ze. “Ik vraag mij wel eens af wat er van jullie verliefdheid overblijft
als je hem niet niks meer betaalt”.
“Verdomme, jij ook
altijd met je opmerkingen”, verdedigde ik mijn geheime liefde. “Er is
geen twijfel mogelijk. Uiteraard is dat ventje hopeloos verliefd op mij.
Hij kan nergens een betere minnaar vinden en hij laat me nooit los voordat
ik totaal verzadigd ben. Hij is het beste dat mij ooit is overkomen”.
“Volgens mij profiteert
hij alleen van je financiële draagkracht. Hij kan net zo goed zonder jou
want hij heeft voldoende klanten”.
“Natuurlijk is dat
niet waar. Hij vertelt mij altijd dat ik de enige ware voor hem ben en
dat hij zijn leven met mij wil delen als hij oud genoeg is om het ouderlijk
huis te verlaten. Zijn liefde voor mij is onvoorwaardelijk”.
“De tijd zal het ons
leren. Maar houdt er rekening mee dat de waarheid uiteindelijk wel eens
anders kan uitpakken dan jij heb voorzien. Hij is aantrekkelijk en er
zijn meer kapers op de kust. Als je een vaste relatie met hem wilt dan
zal je snel moeten handelen”.
“Hm, misschien zal
ik hem volgende week nog eens aanspreken”.
Aan de ene kant verafschuwde
ik dit soort gesprekken, maar aan de andere kant was ik dankbaar dat Madame
Jolly mij probeerde te waarschuwen voor de eventuele aanwezigheid voor
bedrog. Ze kende mij inmiddels goed en wist dat ik buitengewoon gevoelig
was waardoor ik in een diep dal zou komen te vallen als haar vermoedens
bewaarheid zouden worden. Ze probeerde mij uitsluitend te behoeden voor
al te rijke verwachtingen. Ik greep haar hand en streelde zachtjes haar
vingers.
“Sorry, dat ik nors
klink maar ik begrijp wat je bedoeld. Dank je”.
Ze antwoordde niet
direct en keek mij zwijgend aan. Daarna verlegde zij het onderwerp en
knikte naar het raam dat uitzicht bood op de rijksweg.
“Dat knulletje, daar
is iets vreemds mee”.
“Waarom?”
“Hij staat daar al
vanaf vanmiddag, tussendoor is hij is ook even binnen geweest”.
“Met híer bedoel je
dat hij binnen is geweest in het restaurant? Heb je met hem gesproken?”
“Amper”, biechtte
ze op. “Hij liet niet veel los. Hij wilde zijn naam niet vertellen maar
ik weet dat hij wacht op iemand die hem naar Nederland kan brengen. Misschien
dat hij van huis is weggelopen”.
“Sprak hij Frans?”
“Vloeiend en dat maakt
het allemaal stukken onwaarschijnlijker. Wat zou zo’n kereltje nu in Nederland
zoeken?”
“Misschien woont zijn
familie daar?”
“Dat is goed mogelijk.
Maar dat verklaart nog niet dat hij elke lift die hij krijgt aangeboden
afslaat. Het lijkt er eerder op dat hij op iemand wacht die een speciale
betekenis voor hem heeft”.
“Vreemd”.
“Dat is zeker vreemd
want vrijwel al het verkeer dat hier over de rijksweg raast is op doortocht
naar jouw geboorteland. Als hij meteen met iemand zou zijn meegereden
dan was hij waarschijnlijk nu al op zijn bestemming geweest. Ik weet niet
waarop hij wacht”.
Ik haalde mijn schouders
op en deed mij tegoed aan de rest van de maaltijd die eenvoudig was maar
desalniettemin goddelijk smaakte. Ik likte het zout en de tuinkruiden
van mijn lippen en liep mij voldaan achterover vallen terwijl ik een grote
mok met koffie aan mijn mond zette. Ik overpeinsde de informatie die Madame
Jolly aan mij had verstrekt. Waarschijnlijk had zij gelijk en was Jérôme
nog te jong om een richting in zijn leven te bepalen. Voor dít moment
leken wij wellicht onafscheidelijke vrienden waarbij het mij plezierde
dat hij er altijd was als ik hem nodig had. Ik vroeg mij af of ik hem
mocht aanspreken en in hoeverre ik een gedeelde toekomst met hem mocht
bespreken. Knaapjes van zijn leeftijd hadden nog een ander verwachtingspatroon
van een relatie en, inderdaad, als het Jérôme alleen maar om het geld
te doen zou zijn dan viel mijn mooiste droom in duigen Ik geloofde er
in dat zijn woorden altijd oprecht waren geweest. Maar als hij zoveel
acteertalent zou hebben om mij in zijn leugens te laten geloven dan kon
ik mijn jonge vriend alleen maar adviseren om naar het volkstoneel te
gaan.
Ik schoof mijn stoel
naar achteren en voelde in de zakken van mijn colbert om de rekening met
de restauranthoudster te vereffenen. Ze was gewend dat ik altijd een flinke
fooi gaf en ook ditmaal zou ik mij niet onbetuigd laten. Toen ik het geld
aanreikte glimlachte zij begrijpend en stopte het snel weg in de kassa
zonder het bedrag aan te slaan. Daarna maakte zij aanstalten om mij het
resterende bedrag terug te geven. Het was een spel dat zij voortreffelijk
meespeelde. Toen ik aangaf dat zij het wisselgeld kon houden knikte ze
met dankbaarheid.
“Van de week zal
ik wel wat bonnen uitschrijven met een hoger bedrag”, fluisterde ze alsof
het een geheim betrof dat niemand mocht horen.
Ik knikte.
“Wees voorzichtig
als je langs dat ventje rijdt. Hij is stukken jonger dan Jérôme en als
je toenadering zoekt dan zou dat wel eens verkeerd kunnen worden uitgelegd.
Ik zou je niet graag willen missen als klant en wie weet … spreekt ons
Jérômmekke wel de waarheid”.
Toen ik het restaurant
verliet huiverde ik. Binnen was het aldoor warm en geriefelijk geweest
maar nu moest ik concluderen dat de buitentemperatuur drastisch was gedaald.
Dat was opmerkelijk voor de tijd van het jaar maar het weer kan soms grillig
zijn en blijft uiteindelijk onvoorspelbaar. Het grind kraakte onder mijn
voeten en toen ik mijn auto startte sloeg de automatische klimaatbeheersing
onmiddellijk aan. Ik keek nog eenmaal om toen ik van de kleine parkeerplaats
afreed en zwaaide voor een laatste maal naar Madame Jolly die een stukje
met mij was opgelopen om mij vanuit de deuropening na te kijken. Daarna
keerde ik de auto en reed in de richting van de rijksweg.
Het leek erop dat
het blonde ventje, die zich naast de rijksweg had geposteerd, aldoor de
bewegingen van mijn auto met een trefzekere nauwlettendheid in de gaten
had gehouden. Nog voordat ik de aansluiting kon oprijden zag ik hoe hij
kwam aanrennen terwijl hij driftig met zijn armen zwaaide om mijn aandacht
te trekken. Dat laatste had hij niet nodig gehad want de aanblik op de
lange, sliertige haardos die bij elke stap met hem mee huppelde was voor
mij al voldoende om mijn wagen zachtjes af te remmen. Hijgend bleef hij
voor mijn auto stilstaan terwijl hij zijn armen gespreid hield.
Madame Jolly had mij
niks voorgelogen. Zijn verschijning was adembenemend en streelde mijn
gedachten. De combinatie van het vlasblonde haar en zijn grote, diepblauwe
ogen hield mij secondenlang gevangen. Ik hield de adem seconden lang in
en durfde ook nauwelijks durfde te ademen uit angst dat elke zucht het
uitzicht op de jongeling zou vertroebelen zoals de inslag van een steen
de waterspiegel kon verstoren. Misschien dacht ik te primitief maar ik
besloot om mijzelf te behoeden voor elke beweging om nog langer te kunnen
genieten van dit engelengezicht. Zelfs toen het knaapje langszij was gelopen
en tegen het raam van de portier klopte bleef ik als verstard zitten.
“Hallo, hallo. Waar
gaat U heen?”
Ik moest antwoorden.
Natuurlijk moest ik dát maar het was moeilijk om de perfecte woorden te
vinden die naadloos pasten in de omlijsting van dit feeërieke plaatje.
Ik kon doen alsof ik het ventje niet hoorde en kon flink gas geven om
de rijksweg op te stuiven. Ik was godverdomme verliefd op Jérôme, dát
was wat mij bezighield en niemand zou onze vriendschap kunnen verbreken.
Maar toch … als ik
naar dit knaapje keek dan voelde ik mij nog niet zo zeker dat ik nooit
op een andere jongen verliefd zou kunnen worden. Ik drukte de gaspedaal
dieper maar ontspande direct daarna mijn voet waardoor de wagen slechts
een grommend geluid maakte. Opnieuw gaf ik gas en bewoog de auto tergend
langzaam voorwaarts. De blonde jongen holde wanhopig met de beweging mee.
Ik stopte en keek het ventje nauwlettend aan. Door het zweet plakten zijn
lange blonde haren op zijn voorhoofd en hij bonkte met zijn vuistjes op
het raam van de portier. Zijn ogen waren groot en onbetamelijk mooi maar
ze waren welhaast grijs gekleurd van de angst. Ik besloot om het raampje
naar beneden te draaien.
“Hé, meneertje. Ik
moet naar Nederland. Alsjeblieft, neem mij mee”.
“Waarom zal ik dat
doen? Waarschijnlijk ben je van huis weggelopen en dan kom ik in de problemen
als wij bij de grens worden aangehouden. Misschien zal mij ontvoering
ten laste worden gelegd of word ik aangeklaagd omdat ik een minderjarige
onttrek van de ouderlijke macht”.
“Toe, ik smeek het
U. Ik verzeker U dat U zal geen problemen zal krijgen. Er is niemand die
mij als vermist zal opgeven. Ik ben helemaal alleen”.
Meteen viel hij op
zijn knieën en vouwde zijn handen smekend samen. Hij deed zijn best om
zo verdrietig mogelijk te kijken en toen de eerste ‘gemaakte’ tranen over
zijn wang biggelden wendde ik het hoofd geschrokken af. In ieder geval
moest ik toegeven dat deze blonde rakker gevoel had voor theater. Hij
deed er van alles aan om mij te overtuigen en de manier waarop hij met
mijn gevoelens probeerde te spelen raakte mij diep.
“Ben je van huis weggelopen?”,
wilde ik weten.
De jongen schudde
zijn hoofd en door de korte bewegingen die hij maakte dansten zijn blonde
haren vrolijk in alle richtingen.
“Heb je dan misschien
iets gestolen?”
“Nee. Ik heb nog nooit
gestolen. Ik ben geen dief. Echt niet”.
“Wat is er dan met
je loos? Je ziet er uit alsof je uit een droom bent weggelopen. Waar kom
je in hemelsnaam vandaan? Kom je dan van een andere wereld?”
“Ik ben daar geweest,
maar er was niks aan. Er zijn daar alleen oude mensen. Misschien waren
er ook kinderen, maar die heb ik niet gezien”.
“Hm, je geeft het
gesprek een mystieke inhoud. Ik hou daar wel van”.
Ik laste een korte
stilte in die mij de gelegenheid gaf om de gevaren van een minderjarige
reisgezel te rangschikken en om deze gevaren te relativeren. In mijn achterhoofd
dreunden de waarschuwende woorden van Madame Jolly waarbij ik telkens
het vriendelijke gezicht van mijn vriend Jérôme zag opdoemen. Waarom toonde
hij zijn verliefdheid jegens mij? Omdat ik hem daar geldelijk voor beloonde
of waren zijn gevoelens voor mij zuiver? Ik twijfelde, zoals ik aan alles
twijfelde.
“Wat heb je in Nederland
te zoeken?”
“Ik ben op zoek naar
iemand”.
“Avontuur?”
“Ik weet niet goed
wat U bedoelt. Ik moet een dringende boodschap doorgeven”.
Ondanks de logica
en mijn conclusies gebaarde ik het ventje om op te staan en opende het
portier aan de kant van de bijrijder. De genomen beslissing bezwaarde
mijn geweten maar dit kereltje was zo zulke adembenemende schoonheid dat
mijn weerstand volledig was gebroken. Bovendien zou ik mijzelf wellicht
nooit vergeven wanneer ik achteraf zou vernemen dat er iets afschuwwekkends
gebeurt zou zijn met dit knaapje wanneer hij in handen zou komen van een
automobilist die mindere bedoelingen met hem had.
“Je hebt geluk, stap
maar in. Maar onderweg heb je mij nog een hoop uit te leggen”.
De manier waarop zijn
gezichtje van vreugde straalde zal ik altijd bij mij dragen. Dat moment
staat voor altijd op mijn netvlies gebrand. Ik keek toe hoe hij zich van
de grond oprichtte en zich bijna dartel naar de andere kant van de wagen
begaf. Hij was klein maar zijn atletische gestalte bruiste van levenskracht.
“Godsamme, heb je
soms de hele dag in de blubber liggen wroeten?”, merkte ik op toen de
jongen met een plof naast mij was gaan zitten.
Zijn kleren zaten
onder de klei en zelfs op zijn gezicht bemerkte ik zwarte vegen. Hij was
niet alleen besmeurd met blubber maar rook ook naar blubber.
“Als we straks bij
een pompstation komen dan gaan we je even opfrissen”.
Heel even haalde hij
quasi ongeïnteresseerd zijn schouders op. Hij was een échte jongen en
hij was zoals jongens moeten zijn. Het deed mij goed om te constateren
dat zijn uiterlijk hem nauwelijks kon schelen. Bovendien leidde hij de
aandacht snel af door het stellen van talloze niet ter zaken doende vragen.
“Wauw, dit is nog
eens een auto”, zuchtte hij verliefd terwijl hij mijn dashboard beduimelde
met zijn vieze vingers.
“Ik zou het op prijs
stellen als je niet alles aldoor aanraakte. Mijn interieur wordt dadelijk
zo vies dat ik mijn wagen met open ramen door de wasstraat moet rijden
om het weer enigszins schoon te krijgen”.
“Sorry. Maar, wauw,
dit is zo mooi. Ik heb nog nooit in een auto als deze gezeten”.
“Als je later groot
bent en voldoende centjes verdient dan kan je zelf zo’n wagen kopen. Je
ziet er uit alsof je beslist zal slagen in het leven. Hoe oud ben je?”
“Ik ben al dertien,
bijna veertien”, antwoordde hij trost.
“Jezus, man. Ik dacht
dat je veel jonger zou zijn. Ik schatte je een jaar of elf”.
“Ja. Ik ben klein
voor mijn leeftijd. Dat zegt iedereen. Maar ik ben écht dertien”, gebaarde
hij driftig om overtuigend kracht bij te zetten.
“Ik geloof je wel”,
suste ik hem. “Heb je ook een naam? Ik vind wel zo plezierig als ik weet
hoe ik mensen die mij meerijden moet aanspreken”.
“Ik heb zoveel namen”,
zuchtte hij “Bijna iedereen noemt mij anders. Jij mag een nieuwe naam
voor mij verzinnen”.
“Wat verberg je?”
“Ik verberg niks.
Als ik je genoeg vertrouw dan vertel ik je misschien mijn échte naam”.
Hij schrok toen ik
het uitbulderde van het lachen en bleef mij vertwijfeld aankijken totdat
ik was uitgelachen.
“Kijk eens aan”, schuddebuikte
ik nog wat na. “Meneer wil zijn echte naam pas onthullen als er voldoende
vertrouwen is. Ik kan ook zeggen dat ik je pas meeneem nadat je mij je
échte naam hebt gegeven. Wie zegt dat ik jou kan vertrouwen?”
Op die vraag had hij
geen antwoord en waarschijnlijk hij had die vraag ook niet verwacht. Bedremmeld
staarde hij voor zich uit en leek te wachten op het moment dat ik hem
zou sommeren om uit te stappen. Zijn gezichtje begon evenwel opnieuw te
stralen toen ik hem door de haren streelde en vervolgens het gebaar maakte
dat hij de portier moest sluiten omdat ik mijn reis wilde vervolgen. Toen
we op de rijksweg waren ingevoegd sprak ik hem opnieuw aan: “Lowietje?
Jules? Michel?”.
Bij elke naam die
ik noemde lachte hij op een manier die mij deed vermoeden dat hij genoot
van het spel. Talloze jongensnamen schoten voorbij en hij proestte het
uit van plezier toen ik hem tussen door enkele meisjesnamen aanbood.
“Ik ben toch zeker
geen meisje?”, protesteerde hij lichtelijk. “Meisjes zijn saai. Ik haat
ze”.
“Geef mij dan een
hint hoe je genoemd wilt worden”.
Voor een moment keek
hij erg bedenkelijk maar kwam terug met een antwoord dat ik niet verwachtte.
“Het moet een naam
zijn die nog nooit door niemand is gebruikt.”
“Oké. Dan noem ik
je Twinkeltje”.
“Twinkeltje?”
“Ja. Die naam is een
samentrekking van Pinkeltje, omdat je nogal klein bent voor je leeftijd,
en je ogen die elke keer twinkelen als je het naar je zin lijkt te hebben.
Hierdoor kom ik op Twinkeltje. Dit is ieder geval het eerste dat in mij
opkomt”.
Mijn nieuwe vriendje
zakte genoegzaam achterover. De glimlach om zijn lippen deed vermoeden
dat hij mijn vondst wel kon waarderen en toen hij zijn armen spreidde
om zijn handen in zijn nek te leggen oefende hij enkele malen zijn naam
met diep ontzag.
“Twinkeltje? Twinkeltje?
Ja. Oké. Mijn naam is Twinkeltje”, besloot hij. ”Dat is wel een mooie
naam die bij mij past”.
“Dat zou ik ook denken.
En nu: richting Nederland. Hou je vast”.
Vastberaden trapte
ik de gaspedaal dieper in. Terwijl ik naar de markeringen op de weg keek
die in ijltempo onder mijn wagen wegschoten, liet ik mijn gedachten de
vrije loop.
Johnny
14-03-2004
Alle
teksten ressorteren onder JRvanDriel©copyright, tenzij anders is aangegeven.
Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke
toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd,
ingekort of verpersoonlijkt
worden.
|