Verhalen

Johnny, Vastgevroren water intro - 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7

Vastgevroren Water, deel 1

Oorspronkelijke titel: Een kleine lifter

Ik vloekte zachtjes toen ik bemerkte dat mijn Treo contact probeerde te zoeken. Het zilvergrijs getinte onding trilde onophoudelijk in mijn binnenzak en het herinnerde mij er aan dat ik, op een eerder tijdstip, een uitnodiging had ontvangen voor een online vergadering.  Het was een oproep voor een delayed meeting waarvoor ik een verminderde interesse kende. Trouwens, ik vond alle vergadering een nutteloze tijdverspilling tenzij men direct tot zaken kon komen. Maar meestal was dit niet het geval en mondde het uit in een oeverloos gedraai en doorzichtig geslijm om op de meest diplomatieke wijzen een doel te bereiken.

Met een diepe zucht drukte ik op de Twins knop die het apparaat opdracht gaf om razendsnel een natuurgetrouwe kopie van mijzelf uit de database te op te bouwen. De technieken waren al  zover gevorderd dat niemand enig verschil zou merken tenzij … tenzij  Marijke tijdens de vergadering aanwezig zou zijn. Door onze hemelse en urenlang durende vrijpartijen kende zij mijn lichaam als geen ander en zij zou het zeker opmerken dat de kleine moedervlek in mijn nek ontbrak. Zij had deze technische onvolmaaktheid al eens eerder ontdekt maar om mij niet in verlegenheid te brengen had Marijke gezwegen. De  afwezigheid van dat nietige bruine vlekje was een foutje geweest in een scan en ik had nog geen tijd gehad om een correctie te laten aanbrengen aan mijn alter ego.

“Het is fijn dat je tijd kon vrijmaken om de vergadering bij te wonen”, hoorde ik op de achtergrond. “Welkom in ons midden, jouw visie op deze zaak wordt door ons enorm op prijs gesteld”. 

Achteraf  twijfelde ik nog even of ik de wagen aan de kant moest zetten om lijfelijk deel te nemen aan de discussie maar de wetenschap dat ik nog een behoorlijke afstand had af te leggen lag aan de basis waardoor ik mijn schuldbesef snel had overwonnen. Bovendien zou mijn ‘tweelingbroer’ onmiddellijk contact met mij opnemen wanneer de database tekort zou schieten in het beantwoorden van meer complexe vragen.

“Het doet mij goed om te vernemen dat men ontvankelijk is voor mijn ervaringen met  dit product. We moesten maar snel beginnen”. 

Met een lichte druk op de knop schakelde ik de geluid en beeldfuncties uit waardoor ik mijzelf weer volledig kon concentreren op de weg. Mijn evenbeeld had zichzelf geïntroduceerd en zou zijn werk op een even voortreffelijke wijze volbrengen als wanneer ik dit persoonlijk zou doen. Ik kon naderhand altijd nog de notulen oproepen om na te lezen wat er uiteindelijk was besloten en op dezelfde wijze kon ik ook traceren op welke momenten ik een behoorlijke bijdrage had moeten leveren in de ‘praatshow’.

Op de kruiswegen naar d’Artand besloot ik mijzelf een pose rust te gunnen in een pittoreske eetgelegenheid die zich op een kleine kilometer na de afslag zou aanbieden. Het restaurantje lag half verscholen in de schaduw van een bosrijk landgoed dat bij een provinciaal dorpje behoorde. Op die plaats bood de omgeving evenwel een panoramisch uitzicht op de rijksweg die ik enkele minuten geleden had verlaten. Toen ik de lange rij bomen aan weerszijde van de oprit zag waande ik mijzelf opnieuw thuis want dit plaatsje was inmiddels uitgegroeid tot een traditionele stop op mijn pendeltochten naar Spanje. Voor mij was het een vanzelfsprekendheid geworden dat ik het restaurant van Madame Jolly zou aandoen op de terugweg naar Nederland. Zij kende mij en wist wat ik nodig had. In rap tempo kon zij immers een vluchtige maaltijd te serveren waardoor ik de honger van de inwendige mens afdoende kon stillen. Doorgaans bestond de eenvoudige maaltijd uit brood, ei met bacon en een paar sterke bakken koffie. Meer had ik niet nodig.

Op de heenweg gunde ik mijzelf altijd meer tijd om in alle rust te genieten van de gulzige wellustigheid van jonge knapen. De taferelen speelden zich doorgaans af in één van de stoffige kamertjes boven het restaurant. Voor mijzelf had ik nooit een beslissing kunnen nemen in mijn geaardheid. Marijke was heerlijk, bijna romig te noemen, maar ik raakte eerder en intenser opgewonden als ik de warme lijfjes van een aantal kleine escortboys tegen mij aan gedrukt voelde. In een oogwenk lieten zij de hormonen door mijn lichaam rennen en hun schaars behaarde lichamen trokken mijn fantasie naar een onbegrensde subwereld. 

Aanvankelijk had ik drie jongens leren kennen die ruimschoots voldeden aan mijn primaire behoeften. Maar uiteindelijk kwam Jérôme, een zwarte krullenbol, die de kunst van het stoeien tot een ware kunst had verheven. Hij was inmiddels zestien geworden, maar had nog steeds de aantrekkingskracht van een dertien, veertienjarige jongen die volkomen behept was met een ongebreidelde fantasie en ik merkte dat hij één van de weinigen was die een perfect antwoord wist te bieden aan alle perversiteiten die mijn gedachten konden beheersten. Als ik naast hem lag voelde ik mij veilig en geborgen en begreep ik beter welk verlangen er in mij huisde. Ik had al eerder geconstateerd dat ik stiekem verliefd was geworden.  Als ik aan hem dacht dan leek de zon krachtiger te schijnen dan voorheen en voelde ik zijn warmte als een denkbeeldige mantel om mij heen.

“Zal ik je vriendje bellen?”, vroeg Madame Jolly zodra ik de eetgelegenheid was binnengewandeld. 

Ze stelde de vraag elke keer terwijl ze donders goed wist dat ik op de terugweg uitsluitend voor een maaltijd kwam. Ze wist ook dat ik haar vraag altijd negatief zou beantwoorden maar ze probeerde mij constant in de verleiding te brengen. Wellicht voelde zij het als een commerciële drang omdat ze de huur van de stoffige bovenkamer goed kon gebruiken want de inkomsten leken mij marginaal omdat maar weinig klanten haar restaurantje aanliepen.

“Nee. Geef mij maar het gebruikelijke.  Ik ben op weg naar huis”.

“Jérôme heeft wél naar je gevraagd”.

“Zeg maar dat hij lief is en dat ik van plan ben om hem na het weekend weer te bezoeken”. 

Ze knikte en streek haar handen langs de plooien van haar schort. Ze droeg altijd kledij die een Bourgondische sfeer uitademde waardoor haar ruimhartige karakter nog eens extra werd geaccentueerd. Terwijl ze naar de keuken liep vroeg ik mijzelf af of ze nooit problemen had gekend vanwege haar grote borstvorming. Zo bleef het voor mij ook een raadsel wat het vrouwtje in balans hield waardoor ze nooit naar voren  viel. Ik had het haar nooit durven vragen en wellicht zou dat moment ook nooit komen omdat ik besefte dat mijn referenties aan haar weldoorvoede borsten uiterst pijnlijk zouden kunnen zijn.

Na een tijdje keerde ze terug en ging zwijgend tegenover mij zitten. Haar knokkelige handen raakten de mijne terwijl zij haar ogen goedkeurend langs mijn lichaam liet dwalen.

“Het is eigenlijk zonde dat goeduitziende kerel als jij nooit de rust zal vinden om een levenspartner te vinden”.

“Ik ben altijd op weg”, verklaarde ik.

“Ja. Je bent altijd op weg om een geheim weg te stoppen. Als je ooit nog eens mocht besluiten om alsnog bij een vrouw te stoppen dan houd ik mij aanbevolen”. 

“Je bent die eerste die ik het zal laten weten. Jíj en Marijke zullen de eersten zijn”.

Ze glimlachte waarbij een geacteerde zweem van gelukzaligheid over haar gezicht trok. Daarna stond ze op om mijn maaltijd te halen die de kok in de keuken had bereid. Toen ze terugkwam en een kom met dampende erwtensoep en afgesneden stukjes stokbrood op de tafel had gezet wees ze in de richting van de rijksweg.

“Wacht dat ventje op jou?”

Ik tuurde naar buiten. De afstand naar de rijksweg was te ver om een gedetailleerd beeld te verkrijgen maar desondanks herkende ik in het panoramabeeld een figuurtje met een helblonde haardos. Waarschijnlijk was hij een lifter maar ook kon hij een knulletje zijn die zijn avonturen zocht langs de rijksweg.

“Jezus, die is blond”, schreeuwde ik verrast uit. “Komt hij uit het dorp?” 

Madame Jolly haalde haar schouders op en legde haar handen op haat schoot. “Ik heb hem hier nog nooit gezien maar toen ik jou daarnet zag binnenstappen kwam het in mij op dat hij met jouw had afgesproken. Verberg je iets?”.

“Natuurlijk niet. Je kent mijn diepste geheimen en als hij op mij zou wachten dan kan ik je dit gewoon vertellen. Bovendien ben ik tot in mijn tenen verliefd op Jérôme. Ik ga niet graag vreemd”. 

“Ach, Jérôme”, zuchtte ze. “Ik vraag mij wel eens af wat er van jullie verliefdheid overblijft als je hem niet niks meer betaalt”. 

“Verdomme, jij ook altijd met je opmerkingen”, verdedigde ik mijn geheime liefde. “Er is geen twijfel mogelijk. Uiteraard is dat ventje hopeloos verliefd op mij. Hij kan nergens een betere minnaar vinden en hij laat me nooit los voordat ik totaal verzadigd ben. Hij is het beste dat mij ooit is overkomen”. 

“Volgens mij profiteert hij alleen van je financiële draagkracht. Hij kan net zo goed zonder jou want hij heeft voldoende klanten”.

“Natuurlijk is dat niet waar. Hij vertelt mij altijd dat ik de enige ware voor hem ben en dat hij zijn leven met mij wil delen als hij oud genoeg is om het ouderlijk huis te verlaten. Zijn liefde voor mij is onvoorwaardelijk”.

“De tijd zal het ons leren. Maar houdt er rekening mee dat de waarheid uiteindelijk wel eens anders kan uitpakken dan jij heb voorzien. Hij is aantrekkelijk en er zijn meer kapers op de kust. Als je een vaste relatie met hem wilt dan zal je snel moeten handelen”. 

“Hm, misschien zal ik hem volgende week nog eens aanspreken”.

Aan de ene kant verafschuwde ik dit soort gesprekken, maar aan de andere kant was ik dankbaar dat Madame Jolly mij probeerde te waarschuwen voor de eventuele aanwezigheid voor bedrog. Ze kende mij inmiddels goed en wist dat ik buitengewoon gevoelig was waardoor ik in een diep dal zou komen te vallen als haar vermoedens bewaarheid zouden worden. Ze probeerde mij uitsluitend te behoeden voor al te rijke verwachtingen. Ik greep haar hand en streelde zachtjes haar vingers.

“Sorry, dat ik nors klink maar ik begrijp wat je bedoeld. Dank je”.

Ze antwoordde niet direct en keek mij zwijgend aan. Daarna verlegde zij het onderwerp en knikte naar het raam dat uitzicht bood op de rijksweg.

“Dat knulletje, daar is iets vreemds mee”.

“Waarom?”

“Hij staat daar al vanaf vanmiddag, tussendoor is hij is ook even binnen geweest”.

“Met híer bedoel je dat hij binnen is geweest in het restaurant? Heb je met hem gesproken?” 

“Amper”, biechtte ze op. “Hij liet niet veel los. Hij wilde zijn naam niet vertellen maar ik weet dat hij wacht op iemand die hem naar Nederland kan brengen. Misschien dat hij van huis is weggelopen”.

“Sprak hij Frans?”

“Vloeiend en dat maakt het allemaal stukken onwaarschijnlijker. Wat zou zo’n kereltje nu in Nederland zoeken?”

“Misschien woont zijn familie daar?”

“Dat is goed mogelijk. Maar dat verklaart nog niet dat hij elke lift die hij krijgt aangeboden afslaat. Het lijkt er eerder op dat hij op iemand wacht die een speciale betekenis voor hem heeft”.

“Vreemd”.

“Dat is zeker vreemd  want vrijwel al het verkeer dat hier over de rijksweg raast is op  doortocht naar jouw geboorteland. Als hij meteen met iemand zou zijn meegereden dan was hij waarschijnlijk nu al op zijn bestemming geweest. Ik weet niet waarop hij wacht”.

Ik haalde mijn schouders op en deed mij tegoed aan de rest van de maaltijd die eenvoudig was maar desalniettemin goddelijk smaakte. Ik likte het zout en de tuinkruiden van mijn lippen en liep mij voldaan achterover vallen terwijl ik een grote mok met koffie aan mijn mond zette. Ik overpeinsde de informatie die Madame Jolly aan mij had verstrekt. Waarschijnlijk had zij gelijk en was Jérôme nog te jong om een  richting in zijn leven te bepalen. Voor dít moment leken wij wellicht onafscheidelijke vrienden waarbij het mij plezierde dat hij er altijd was als ik hem nodig had. Ik vroeg mij af of ik hem mocht aanspreken en in hoeverre ik een gedeelde toekomst met hem mocht bespreken. Knaapjes van zijn leeftijd hadden nog een ander verwachtingspatroon van een relatie en, inderdaad, als het Jérôme alleen maar om het geld te doen zou zijn dan viel mijn mooiste droom in duigen  Ik geloofde er in dat zijn woorden altijd oprecht waren geweest. Maar als hij zoveel acteertalent zou hebben om mij in zijn leugens te laten geloven dan kon ik mijn jonge vriend alleen maar adviseren om naar het volkstoneel te gaan.

Ik schoof mijn stoel naar achteren en voelde in de zakken van mijn colbert om de rekening met de restauranthoudster te vereffenen. Ze was gewend dat ik altijd een flinke fooi gaf en ook ditmaal zou ik mij niet onbetuigd laten. Toen ik het geld aanreikte glimlachte zij begrijpend en stopte het snel weg in de kassa zonder het bedrag aan te slaan. Daarna maakte zij aanstalten om mij het resterende bedrag terug te geven. Het was een spel dat zij voortreffelijk meespeelde. Toen ik aangaf dat zij het wisselgeld kon houden knikte ze met dankbaarheid.

“Van de week zal  ik wel wat bonnen uitschrijven met een hoger bedrag”, fluisterde ze alsof het een geheim betrof dat niemand mocht horen.

Ik knikte.

“Wees voorzichtig als je langs dat ventje rijdt. Hij is stukken jonger dan Jérôme en als je toenadering zoekt dan zou dat wel eens verkeerd kunnen worden uitgelegd. Ik zou je niet graag willen missen als klant en wie weet … spreekt ons Jérômmekke wel de waarheid”.

Toen ik het restaurant verliet huiverde ik. Binnen was het aldoor warm en geriefelijk geweest maar nu moest ik concluderen dat de buitentemperatuur drastisch was gedaald. Dat was opmerkelijk voor de tijd van het jaar maar het weer kan soms grillig zijn en blijft uiteindelijk onvoorspelbaar. Het grind kraakte onder mijn voeten en toen ik mijn  auto startte sloeg de automatische klimaatbeheersing onmiddellijk aan. Ik keek nog eenmaal om toen ik van de kleine parkeerplaats afreed en zwaaide voor een laatste maal naar Madame Jolly die een stukje met mij was opgelopen om mij vanuit de deuropening na te kijken. Daarna keerde ik de auto en reed in de richting van de rijksweg.

Het leek erop dat het blonde ventje, die zich naast de rijksweg had geposteerd, aldoor de bewegingen van mijn auto met een trefzekere nauwlettendheid in de gaten had gehouden. Nog voordat ik de aansluiting kon oprijden zag ik hoe hij kwam aanrennen terwijl hij driftig met zijn armen zwaaide om mijn aandacht te trekken. Dat laatste had hij niet nodig gehad want de aanblik op de lange, sliertige haardos die bij elke stap met hem mee huppelde was voor  mij al voldoende om mijn wagen zachtjes af te remmen. Hijgend bleef hij voor mijn auto stilstaan terwijl hij zijn armen gespreid hield. 

Madame Jolly had mij niks voorgelogen. Zijn verschijning was adembenemend en streelde mijn gedachten. De combinatie van het vlasblonde haar en zijn grote, diepblauwe ogen hield mij secondenlang gevangen. Ik hield de adem seconden lang in en durfde ook nauwelijks durfde te ademen uit angst dat elke zucht het uitzicht op de jongeling zou vertroebelen zoals de inslag van een steen de waterspiegel kon verstoren. Misschien dacht ik te primitief maar ik besloot om mijzelf te behoeden voor elke beweging om nog langer te kunnen genieten van dit engelengezicht. Zelfs toen het knaapje langszij was gelopen en tegen het raam van de portier klopte bleef ik als verstard zitten.

“Hallo, hallo. Waar gaat U heen?”

Ik moest antwoorden. Natuurlijk moest ik dát maar het was moeilijk om de perfecte woorden te vinden die naadloos pasten in de omlijsting van dit feeërieke plaatje. Ik kon doen alsof ik het ventje niet hoorde en kon flink gas geven om de rijksweg op te stuiven. Ik was godverdomme verliefd op Jérôme, dát was wat mij bezighield en niemand zou onze vriendschap kunnen verbreken.

Maar toch … als ik naar dit knaapje keek dan voelde ik mij nog niet zo zeker dat ik  nooit op een andere jongen verliefd zou kunnen worden. Ik drukte de gaspedaal dieper maar ontspande direct daarna mijn voet waardoor de wagen slechts een grommend geluid maakte. Opnieuw gaf ik gas en bewoog de auto tergend langzaam voorwaarts. De blonde jongen holde wanhopig met de beweging mee. Ik stopte en keek het ventje nauwlettend aan. Door het zweet plakten zijn lange blonde haren op zijn voorhoofd en hij bonkte met zijn vuistjes op het raam van de portier. Zijn ogen waren groot en onbetamelijk mooi maar ze waren welhaast grijs gekleurd van de angst. Ik besloot om het raampje naar beneden te draaien.

“Hé, meneertje.  Ik moet naar Nederland. Alsjeblieft, neem mij mee”.

“Waarom zal ik dat doen? Waarschijnlijk ben je van huis weggelopen en dan kom ik in de problemen als wij bij de grens worden aangehouden. Misschien zal  mij ontvoering ten laste worden gelegd of word ik aangeklaagd omdat ik een minderjarige onttrek van de ouderlijke macht”.

“Toe, ik smeek het U. Ik verzeker U dat U zal geen problemen zal krijgen. Er is niemand die mij als vermist zal opgeven. Ik ben helemaal alleen”.

Meteen viel hij op zijn knieën en vouwde zijn handen smekend samen. Hij deed zijn best om zo verdrietig mogelijk te kijken en toen de eerste ‘gemaakte’ tranen over zijn wang biggelden wendde ik het hoofd geschrokken af. In ieder geval moest ik toegeven dat deze blonde rakker gevoel had voor theater. Hij deed er van alles aan om mij te overtuigen en de manier waarop hij met mijn gevoelens probeerde te spelen raakte mij diep.

“Ben je van huis weggelopen?”, wilde ik weten.

De jongen schudde zijn hoofd en door de korte bewegingen die hij maakte dansten zijn blonde haren vrolijk in alle richtingen.

“Heb je dan misschien iets gestolen?”

“Nee. Ik heb nog nooit gestolen. Ik ben geen dief. Echt niet”.

“Wat is er dan met je loos? Je ziet er uit alsof je uit een droom bent weggelopen. Waar kom je in hemelsnaam vandaan? Kom je dan van een andere wereld?”

“Ik ben daar geweest, maar er was niks aan. Er zijn daar alleen oude mensen. Misschien waren er ook kinderen, maar die heb ik niet gezien”.

“Hm, je geeft het gesprek een mystieke inhoud. Ik hou daar wel van”.

Ik laste een korte stilte in die mij de gelegenheid gaf om de gevaren van een minderjarige reisgezel te rangschikken en om deze gevaren te relativeren. In mijn achterhoofd dreunden de waarschuwende woorden van Madame Jolly waarbij ik telkens het vriendelijke gezicht van mijn vriend Jérôme zag opdoemen. Waarom toonde hij zijn verliefdheid jegens mij?  Omdat ik hem daar geldelijk voor beloonde of waren zijn gevoelens voor mij zuiver? Ik twijfelde, zoals ik aan alles twijfelde. 

“Wat heb je in Nederland te zoeken?”

“Ik ben op zoek naar iemand”.

“Avontuur?”

“Ik weet niet goed wat U bedoelt. Ik moet een dringende boodschap doorgeven”.

Ondanks de logica en mijn conclusies gebaarde ik het ventje om op te staan en opende het portier aan de kant van de bijrijder. De genomen beslissing bezwaarde mijn geweten maar dit kereltje was zo zulke adembenemende schoonheid dat mijn weerstand volledig was gebroken. Bovendien zou ik mijzelf wellicht nooit vergeven wanneer ik achteraf zou vernemen dat er iets afschuwwekkends gebeurt zou zijn met dit knaapje wanneer hij in handen zou komen van een automobilist die mindere bedoelingen met hem had.

“Je hebt geluk, stap maar in. Maar onderweg heb je mij nog een hoop uit te leggen”.

De manier waarop zijn gezichtje van vreugde straalde zal ik altijd bij mij dragen. Dat moment staat voor altijd op mijn netvlies gebrand. Ik keek toe hoe hij zich van de grond oprichtte en zich bijna dartel naar de andere kant van de wagen begaf. Hij was klein maar zijn atletische gestalte bruiste van levenskracht. 

“Godsamme, heb je soms de hele dag in de blubber liggen wroeten?”, merkte ik op toen de jongen met een plof naast mij was gaan zitten.

Zijn kleren zaten onder de klei en zelfs op zijn gezicht bemerkte ik zwarte vegen. Hij was niet alleen besmeurd met blubber maar rook ook naar blubber.

“Als we straks bij een pompstation komen dan gaan we je even opfrissen”.

Heel even haalde hij quasi ongeïnteresseerd zijn schouders op. Hij was een échte jongen en hij was zoals jongens moeten zijn. Het deed mij goed om te constateren dat zijn uiterlijk hem nauwelijks kon schelen. Bovendien leidde hij de aandacht snel af door het stellen van talloze niet ter zaken doende vragen.

“Wauw, dit is nog eens een auto”, zuchtte hij verliefd terwijl hij mijn dashboard beduimelde met zijn vieze vingers.

“Ik zou het op prijs stellen als je niet alles aldoor aanraakte. Mijn interieur wordt dadelijk zo vies dat ik mijn wagen met open ramen door de wasstraat moet rijden om het weer enigszins schoon te krijgen”.

“Sorry. Maar, wauw, dit is zo mooi. Ik heb nog nooit in een auto als deze gezeten”.

“Als je later groot bent en voldoende centjes verdient dan kan je zelf zo’n wagen kopen. Je ziet er uit alsof je beslist zal slagen in het leven. Hoe oud ben je?”

“Ik ben al dertien, bijna veertien”, antwoordde hij trost.

“Jezus, man. Ik dacht dat je veel jonger zou zijn. Ik schatte je een jaar of elf”. 

“Ja. Ik ben klein voor mijn leeftijd. Dat zegt iedereen. Maar ik ben écht dertien”, gebaarde hij driftig om overtuigend kracht bij te zetten.

“Ik geloof je wel”, suste ik hem. “Heb je ook een naam? Ik vind wel zo plezierig als ik weet hoe ik mensen die mij meerijden moet aanspreken”.

“Ik heb zoveel namen”, zuchtte hij “Bijna iedereen noemt mij anders. Jij mag een nieuwe naam voor mij verzinnen”.

“Wat verberg je?”

“Ik verberg niks. Als ik je genoeg vertrouw dan vertel ik je misschien mijn échte naam”.

Hij schrok toen ik het uitbulderde van het lachen en bleef mij vertwijfeld aankijken totdat ik was uitgelachen.

“Kijk eens aan”, schuddebuikte ik nog wat na. “Meneer wil zijn echte naam pas onthullen als er voldoende vertrouwen is.  Ik kan ook zeggen dat ik je pas meeneem nadat je mij je échte naam hebt gegeven. Wie zegt dat ik jou kan vertrouwen?”

Op die vraag had hij geen antwoord en waarschijnlijk hij had die vraag ook niet verwacht. Bedremmeld staarde hij voor zich uit en leek te wachten op het moment  dat ik hem zou sommeren om uit te stappen. Zijn gezichtje begon evenwel opnieuw te stralen toen ik hem door de haren streelde en vervolgens het gebaar maakte dat hij de portier moest sluiten omdat ik mijn reis wilde vervolgen. Toen we op de rijksweg waren ingevoegd sprak ik hem opnieuw aan: “Lowietje? Jules? Michel?”.

Bij elke naam die ik noemde lachte hij op een manier die mij deed vermoeden dat hij genoot van het spel. Talloze jongensnamen schoten voorbij en hij proestte het uit van plezier toen ik hem tussen door enkele meisjesnamen aanbood.

“Ik ben toch zeker geen meisje?”, protesteerde hij lichtelijk. “Meisjes zijn saai. Ik haat ze”.

“Geef mij dan een hint hoe je genoemd wilt worden”.

Voor een moment keek hij erg bedenkelijk maar kwam terug met een antwoord dat ik niet verwachtte.

“Het moet een naam zijn die nog nooit door niemand is gebruikt.” 

“Oké. Dan noem ik je Twinkeltje”.

“Twinkeltje?”

“Ja. Die naam is een samentrekking van Pinkeltje, omdat je nogal klein bent voor je leeftijd, en je ogen die elke keer twinkelen als je het naar je zin lijkt te hebben. Hierdoor kom ik op Twinkeltje. Dit is ieder geval het eerste dat in mij opkomt”.

Mijn nieuwe vriendje zakte genoegzaam achterover. De glimlach om zijn lippen deed  vermoeden dat hij mijn vondst wel kon waarderen en toen hij zijn armen spreidde om zijn handen in zijn nek te leggen oefende hij enkele malen zijn naam met diep ontzag.

“Twinkeltje? Twinkeltje? Ja. Oké.  Mijn naam is Twinkeltje”, besloot hij. ”Dat is wel een mooie naam die bij mij past”.

“Dat zou ik ook denken. En nu: richting Nederland. Hou je vast”.

Vastberaden trapte ik de gaspedaal dieper in. Terwijl ik naar de markeringen op de weg keek die in ijltempo onder mijn wagen wegschoten, liet ik mijn gedachten de vrije loop.

Johnny

14-03-2004

 

Alle teksten ressorteren onder JRvanDriel©copyright, tenzij anders is aangegeven. Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd, ingekort of verpersoonlijkt worden.

Johnny

terug naar boven