Verhalen

Johnny, tastbaar

Over een jongetje van het praatcafé ...

Het weekend was begonnen. Ik haat de dagen die gaan komen. Zonder aanloop van mensen die mijn huis komen bezoeken zijn de dagen stil en eenzaam. Normaliter snak ik halverwege de rustdagen alweer naar de eerste werkdag. Ménsen om mij heen, dat wil ik. Ik wil altijd ménsen om mij heen. Praten, onderhandelen, lachen en dollen dat zijn de ingrediënten die het leven voor mij zo veraangenamen. Maar tijdens het weekend, dan valt alles stil. Dan resteert er niks van de gedreven persoon die ik in werkelijkheid ben. Tenzij, tenzij ik bezoek krijg. Dan veer ik op, dan ben ik alert en verleg de grenzen van gastvrijheid naar een niveau waarvan ik verwacht dat mijn bezoeker dit zal waarderen. Maar toch, het wachten op een moment dat de telefoon de stilte doorbreekt met een rinkelend belgeluid kost kracht, evenals het staren door het raam. Was het maar weer zoals vroeger, toen de aanloop niet stilhield na het midden nachtelijk uur.

Ik sta met mijn linkerschouder geleund tegen de raamsponning en kijk naar buiten. Het regent. Mensen spoeden zich voort en gaan gebukt onder een heftige wind en waterval. Een moment moet ik glimlachen om het onhandige geworstel van een voorbijganger. De wind speelt met zijn paraplu en laat in een oogwenk een ontvelde stok met sprietjes achter. Hij vloekt, ik hoor hem vloeken. Dan laat hij zijn regenscherm achter op straat en vervolgt zijn weg door de somberheid. Somber ben ik ook en kijk naar de lege bodem van mijn whisky glas. Alweer leeg. Ik sta op en loop naar de huisbar waar ik het etiket van de fles lees. Glen Talloch, 40% vol. Rare and old. Hoe oud? Wat is oud? In het weekend krijgt alcohol nauwelijks de kans om oud te worden.

Ik mis mijn piano. Vroeger kon ik de emoties van mij afspelen door mijzelf te vereenzelvigen met de muziek. Bach en Dvôrak. Hun werkstukken kunnen mij altijd opzwepen tot een ongekend niveau. Zonder hen écht te kennen zijn het dierbare vrienden van mij geworden. Ergens in een hoekje staat nog een gitaar, dik onder het stof. Na mijn laatste optreden in een bruin café heb ik besloten om het instrument niet meer aan te raken. Nu ik gedronken heb ben ik niet meer zo vastberaden. Toch zal ik mijzelf dwingen om niet te spelen. Ik zet het glas neer op de schoorsteenmantel en pak de gitaar in mijn handen. Vroeger waren wij onafscheidelijke vrienden maar nu lijken wij elkaar ontgroeit. Sadisme komt in mij op en ik vloek uit de grond van mijn hart terwijl ik aan de stelknoppen draai. De snaren spannen zich en protesteren totdat ze uiteindelijk breken. Daarna pak ik het glas en neem een ferme slok. Ik ben te onvoorzichtig. Het bocht brand zich een weg door mijn keel en door mijn darmen maar geeft mij tevens een warm gevoel.

Verdop in de kamer staat een computer te draaien. Telkens als ik thuiskom zet ik het onding aan en surf, uit verveling, enkele uurtjes over het internet. Er is altijd wel een site die nieuwe afbeeldingen heeft van prachtige blonde jongetjes. Meestal staan ze goddelijk afgebeeld, maar het maakt mij triest. Triest omdat de knaapjes niet hier om de hoek wonen. Triest ook omdat ik ze niet kan aanraken. Ze zijn niet tastbaar. En mocht ik ze ooit in levende lijve tegen komen dan houd ik er rekening mee dat ze zelfs dan onaantastbaar zijn. Verboden goed. Soms zijn ze naakt. Ik hou niet van bloot. Bedekt heeft mijn voorkeur, maar ik kan gek worden van die zachte, ontluikende donshaartjes die bij die jochies op hun armen en op hun rug groeien. Ook ben ik verzot op een slanke jongensnek, die diep wegzakt in een ruime kraag van een shirt of overhemd. Dat zet mijn fantasie op hol. Ik voel dan de behoefte om mijn lippen te begraven op die tedere en kwetsbare plek en te kussen. Niet meer dan dat. Zo graag zou ik willen luisteren naar de pretgeluidjes van een vriendje.

Voorzichtig schuif ik de stoel naar achteren en ga zitten. Door de grote hoeveelheid drank die ik reeds tot mij heb genomen zie ik het scherm onduidelijk maar de automatismen redden mij uiteindelijk om mijzelf toegang te verschaffen tot internet. De explorer opent zich en enkele minuten later tik ik een trefwoord in bij een zoekmachine. Zomaar een woord. Meestal krijg ik honderden zoekresultaten maar ditmaal verschijnt er maar één op mijn monitor. 'Board' staat er. Er is geen gedetailleerder omschrijving. Ik klik de URL aan wacht op de startpagina. Ik hoef niet lang te wachten. Enkele ogenblikken later staat er weer zo'n vervelend Invision Board op mijn scherm. Omdat ik mijn leesbril op een plek heb achtergelaten die ik mij niet zo snel kan herinneren leun ik wat voorover om de rubrieken te lezen:

· Het praatcafé

· Het strand

· Het hemelbed

· De Kermis

· Het zwembad

Ik besluit om me te melden in het praatcafé en verbaas mijzelf. Op dit uur van de nacht zou het toch druk moeten zijn maar buiten de barman en ik zijn er geen andere personen aanwezig. Nadat ik een muntje in de muziekdoos heb gestopt schuif ik aan bij de bar. De kruk waarop ik heb plaatsgenomen is hoog maar zit geriefelijk. Wij luisteren samen naar de eerste tonen van Big Joe and the Phantom 909 van Tommy Waits. Wij zwijgen, daarna kijkt de man mij aan.

"Glen Talloch?"

"Doe maar een dubbele".

Terwijl de man zich omdraait om het glas in te schenken heb ik een goed uitzicht op zijn achtergevel. Hij is stevig gebouwd. Gespierde armen met geweldige biceps die de mouwen van zijn shirt doen opbollen. Zijn bovenarmen zijn bekleed met verschillende grote en gekleurde tatoeages

"Homo?", lacht hij mij toe terwijl hij mij vragend aankijkt door de spiegel.

"Jonger", biecht ik op.

"Dan heb je pech, de meeste youngsters zijn al naar bed. Als je een uurtje eerder was gekomen dan had je ze nog allemaal kunnen ontmoeten. Maar als je geluk loopt Robbie nog ergens rond. Dat is een zwerfkind. Hij is meestal nog laat op".

Ik kijk naar het glas dat voor me is neergezet. Ik probeer het op te pakken maar het kost enige moeite. Uiteindelijk kan ik mijn vingers rond het glas krommen. Langzaam voel ik mij wegdraaien maar kom weer terug in de realiteit omdat de barman tegen mij begint te praten.

"Uw mobiel gaat af".

"Welke mobiel? Ik heb geen telefoon bij mij".

"Toch wel. Bij binnenkomst krijgt elke gast een mobiel toebedeelt. Een service van het huis zal ik maar zeggen. Om persoonlijke mededelingen te verzenden".

"Oh", antwoord ik wat onhandig en zoek met mijn hand in mijn binnenzak.

"Je zal wel opgeroepen worden door Robbie. Het is een pienter knaapje. Hem ontgaat werkelijk niks".

Ik neem op.

"Waar blijf je nou?", klinkt het aan de andere kant.

"Wie?"

"Robbie natuurlijk. Wie had je anders verwacht?".

"Waar zit je nu?"

"In het zwembad. Schiet nou op".

"Ho, ho, niet zo snel. Ik ben nieuw hier. Hoe kom ik dan in het zwembad?"

"Als ik de piep laat overgaan dan moet je even een 'Z' intikken op je mobieltje".

Ik kijk vertwijfeld naar het toetsenbordje van mijn telefoon en zie dat ik onder de '9' een keuze kan maken uit vier letters. 'WXYZ'

"Vier keer op de '9' drukken", waarschuwt de barman mij. "Als je een misrekening maakt dan sta je misschien ineens buiten. De 'X' staat namelijk voor exit en aangezien de bar zo gaat sluiten zal je tot morgen moeten wachten om weer binnen te komen".

Ik was niet van plan om fouten te maken. Het stemmetje van Robbie had lief geklonken. Net alsof ik het ventje al jaren ken. Bovendien voelde ik een sterke behoefte om in de nabijheid n van een young friend te zijn. Bij elke indruk verscheen er een letter op het display van mijn mobiele telefoon en ik toets net zolang op de knop totdat de 'Z' verschijnt. Daarna wachtte ik op de dingen die zouden gaan volgen.

Het werkte. Enkele ogenblikken later rook ik de doordringende geur van het gloorwater en luisterde ik naar het weerkaatsen van geluiden tegen de betegelde wanden van zwembad. Ergens in het midden van het 'diepe' bad trok een tenger gebouwd jochie zijn baantjes. Hij had mij nog niet zien binnenkomen of hij had mij nog niet opgemerkt omdat hij zich volledig moest concentreren op zijn zwemkunsten. Toen hij zich vastpakte aan de kant draaide hij zich om en keek mij aan.

"Jezus, man. Jij hebt al je kleren nog aan. Trek uit die handel", schreeuwde hij mij toe.

Ik aarzelde en was meteen bevangen door zijn uiterlijke schoonheid. De manier waarop hij lachte en de kuiltjes die in zijn wangen trokken deden mij smelten. Een stel prachtig, helder blauwe ogen keek mij ondeugend aan. Zijn lichaam was fragiel, maar stevig gebruind door de indringende zon van de zomermaand. Ik was meteen verkocht, ik wist het. Het was liefde op het eerste gezicht.

"Komt hier dan niemand?"

"Je bent ook een ontstellende schijter", klonk zijn antwoord. "Ben je altijd zo?"

"Nee, eh".

"Nou, dan kom je toch niet".

"Wacht".

Waar ik de snelheid vandaan haalde kon zelfs ik niet begrijpen. In een oogwenk had ik mijn kleren uitgetrokken en op een tafeltje van het terras gelegd. Ik was naakt, puur naakt en klauterde op de rand van het bassin om vervolgens een duik te nemen in het water. Als een dolfijn zwom ik naar hem toe en tikte hem aan. Hij verweerde zich niet en sloeg zijn armen om mij heen. Hij drukte zijn frisse lichaampje stevig tegen mij aan en ga mij een kus op mijn wang.

"Tof man. Lekker naakt zwemmen daar hou ik van".

"Als ze ons maar niet ontdekken".

"Vast niet. De badmeesters zijn al naar huis".

"Dus jij bent Robbie?"

"Ja".

"Robbie. Robbie. Wat is je hobby?", grapte ik.

"Wat zou je denken?"

Hoe lang we met elkaar gedold hebben in het water weet ik niet, maar plotseling voelden wij ons beiden moe en bleef Robbie op de rand van het waterbad zitten.

"Heb je geen zin meer?", vroeg ik belangstellend.

"Moe", antwoordde hij kort.

"Ik wil naar het strand. Daar kunnen wij lekker uitrusten".

"Oké".

Ik liep naar mijn kleren en pakte de mobiele telefoon uit mijn zak.

"Ik moet nu zeker vier keer op de '7' drukken?", vroeg ik.

Mijn kleine vriendje gaf aanvankelijk geen antwoord maar knikte met zijn hoofd. Plots sprong hij geschrokken op.

"Goed tellen hoor want als je op de 'Q' blijft staan dan zal je weer verdwijnen. De 'Q' staat namelijk voor Quit".

"Zo'n idee had ik al".

"Oké. Ik zeg het maar alvast. Bijna alle nieuwkomers doen het verkeerd".

"Maar als het op de een of andere manier toch mocht fout gaan dan ben ik toch zo weer terug. Ik heb de URL van dit board natuurlijk allang onder mijn favorieten gezet".

"Zal lastig zijn om snel terug te komen".

"Hoezo?"

"Je kan alleen binnen komen via het praatcafé en de kroeg is nu gesloten".

"Ach ja, dat zou ik bijna vergeten".

Enkele seconden later lagen wij beiden aan een maan overgoten strand aan de voet van enkele ruisende palmbomen. Het was stil, enkel het geluid van vogels die voorbijtrokken was hoorbaar. Wij speelden met onze handen door het zand en schuifelden voorzichtig naar elkaar toe. Onze blikken ontweken elkaar verlegen maar wij voelden dezelfde hartstocht en het duurde niet lang voordat mijn vingertoppen zijn prachtige lichaam beroerde. Eerst voorzichtig, alleen om de aanraking en toestemming, daarna strelend over zijn tengere schouders en zijn liefdevolle gezichtje.

"Hoe oud ben je Robbie?"

"Twaalf. En jij?"

"Eh…ik ben iets ouder", probeerde ik mijn leeftijd te verzwijgen.

"Geeft niet hoor. Ik vind je lief".

"Ik denk… Ik denk dat ik van je ga houden".

"Vreemd, niemand heeft nog ooit om mij gegeven. Alleen een paar pedofielen, maar die blijven toch meestal maar voor één nacht".

"Ik wil langer bij je blijven. Voor altijd".

"Kijk, een boot", wees hij naar de horizon.

Wij keken beiden naar de skyline die het water en de lucht scheidde. Vlak onder het melkachtige schijnsel van de maan trok traag een visserbootje voorbij. Wij keken samen naar de kleine speelbal van de zee en ik voelde mij volmaakt gelukkig. Het monotone geruis van de zee, de fluisterende takken van de palmbomen en de zwoele warmte die lichtelijk langs ons heen blies bracht mij in een romantische stemming.

"Wat ga je morgen doen?", wilde het knaapje weten.

"Bij jou blijven", streelde ik zachtjes door zijn blonde haren.

"We zouden morgen naar de kermis kunnen gaan", opperde hij.

Ik glimlachte. Alles was goed zolang ik maar in zijn nabijheid zou kunnen blijven. Ongemerkt waren wij zo dicht bij elkaar komen te liggen dat onze lichamen elkaar raakten. De warmte, het genot en de strelende handen leken op de invulling van een sprookje. Ik luisterde naar zijn hartje dat rustig bonkte en keek trots naar de lucht die hij inzoog en de adem die hij uitblies. Hij lag nu op zijn rug en ik masseerde zijn buikje met een gepaste voorzichtigheid. De spiertjes ontspanden zich en trokken strak naarmate ik krachtiger wreef op de plekken die hij fijn vond. Zijn lippen waren vochtig en uitnodigend. Klaar om te kussen.

"Zullen we naar het hemelbed gaan? Dan kunnen bij elkaar slapen".

Ik zocht naar mijn mobiele telefoon en drukte tweemaal op de '4'. Even later lagen wij samen in een bed dat in een romantische liefdessuite stond. De nacht duurde lang en aan onze liefde dreigde geen einde te komen. Onverzadigbaar, slepend, telkens weer opnieuw omstrengelden wij elkaar en kusten in volle hevigheid.

Toen ik de volgende dag wakker werd sloeg ik geschrokken met mijn armen om mij heen. Het was mijn eigen bed. Jezus, waar was mijn vriendje Robbie gebleven? Zou hij met mij zijn meegegaan of zou hij voorgoed verdwenen zijn? Ik had hem toch niet slecht behandeld. Godverdomme, ik hield van deze jongen. Met een flinke stap was ik uit mijn ledikant gesprongen en zocht zenuwachtig naar mijn kleren. Godsamme, die had ik natuurlijk op het tafeltje bij het zwembad achtergelaten. Dan maar een oude ochtendjas aangetrokken. Via de keuken, waar ik een glas water voor mijzelf inschonk, liep ik naar de huiskamer waar de computer geduldig stond te wachten. Niemand had hem afgezet. Ik kon hem zo bedienen.

Nerveus klikte ik op de link die ik onder mijn favorieten had ge-bookmarked. Het board verscheen, maar ik kreeg geen toestemming tot het praatcafé. Telkens verscheen de melding dat de gelegenheid op last van de overheid gesloten was omdat er sprake zou zijn geweest van misbruik van de drankwet. Klootzak. De barman is natuurlijk een klootzak. Hij heeft ongetwijfeld drank hebben geschonken aan minderjarigen en was daarop aangesproken. Diep verdriet maakte zich van mij meester. Tranen vloeiden. Ik voelde mij uitgeput, verslagen en eenzaam. De energie stroomde uit mij weg.

Nu, jaren later, is het praatcafé nog steeds gesloten. Elke dag probeer ik telkens weer opnieuw om binnen komen maar de deur blijft gesloten. Robbie zal nu 22 zijn, maar ik wil hem zien. Ik wil hem aanraken. Ik wil hem beminnen. Ik wil hem beminnen op dezelfde intense manier zoals wij dat deden tijdens onze ontmoeting.

Om de tijd te doden lees ik de artikelen, gedichten en verhalen op Tjampoer Adoel. Zij zijn mooi, soms sprookjesachtig en de mannetjes die op de foto's van Boefje staan afgebeeld doen mij regelmatig terugdenken aan mijn verliefdheid op internet.

Plotseling valt mijn oog op de opening van het board van Tjampoer Adoel. Het praatcafé zal aanstaande woensdag geopend worden. In godsnaam, laat dit hetzelfde praatcafé zijn waar ik mijn vriendje ontmoette. Ik bid het U, op mijn knieën desnoods gebogen onder grote onderdanigheid. Mocht U Robbie eerder aantreffen dan ik, stuur hem dan alstublieft naar mij toe. Hij behoort mij, wij zijn een twee-eenheid.

Bovendien heb ik nog een belofte in te lossen, want morgen moeten wij naar de kermis. Daar hebben Robbie en ik ons al jarenlang op verheugd.

Dit verhaal werd exclusief geschreven en aangeboden voor de opening van het TA-board op 21 augustus 2002.

Johnny, 17-08-2002

Alle teksten ressorteren onder JRvanDriel©copyright, tenzij anders is aangegeven. Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd, ingekort of verpersoonlijkt worden.

Johnny

terug naar boven