|
Het
was altijd een avontuur als vader en ik samen op stap gingen. Ik voelde
me groeien van trots als ik naast hem zat in de cabriolet. Vooral als
het dak helemaal geopend was en de wind door je haren speelde. Wanneer
ik me achterover liet zakken dan kon ik de takken en bladeren van de bomen
goed bekijken. Het was voorjaar en alle bomen droegen bloesem. Daardoor
werd het ook een onvergetelijke aanblik toen we de bosrijke laan insloegen
op weg naar het Robbeneiland. Dat was onze bestemming, onze gezamenlijke
missie.
"We zijn er bijna", had vader gezegd toen hij met zijn rechterhand
tegen mijn been tikte. Ik knikte en ging rechtop zitten om niets te missen
van de prachtige route met zijn roze diepten. Het was net of je een schilderij
inreed en met je hand de natte olieverf kon uitwrijven. Als ik mijn ogen
half dichtkneep veranderde het aanzicht tot een fris gekleurde bol, waarbij
de omringende geur deed denken aan de smaak van verse thee. In de verte
lonkte een bocht. Op dit stuk had vader niet hard gereden. Waarschijnlijk
genoot hij zelf ook van de paradijselijke pracht en wellicht waren zijn
en mijn gedachten wel eenstemmig. Ik pakte mijn spel om de boomstammen
te tellen weer op, maar raakte de tel kwijt toen we na de bocht geconfronteerd
werden met een nog fraaier panorama. Ik was verrukt. Schuin voor ons ontvouwde
zich de zee waar kolkende golven furieus op de rotsen sloegen. Verderop
lag de weg naar een schiereiland waarop een imposant kasteel was gebouwd.
Een eerste aanblik deed denken aan de functionaliteit van een vuurbaken
maar door de torens op het middeleeuws gebouw moest ik deze gedachte snel
laten varen.

"Dit moet het zijn", wees vader terwijl hij de gaspedaal verder
indrukte.
"Het is mooier dan ik dacht".
"Dat is het zeker".
De weg naar het kasteel lag zee inwaarts en rond ons hoorden we de krachten
van de golven die inbeukten op de rijkelijk met zeewier begroeide rotsen.
Een paar honderd meter verder naderden we een gietijzeren hek dat uitnodigend
openstond. Op de binnenplaats stonden slechts een tweetal luxe auto"s.
Waarschijnlijk was de één van de kasteeleigenaar en de ander dacht ik
toe aan een bezoeker of personeel. We volgden de borden en parkeerden
bij het bordje "gasten". Vanaf daar was het slechts een twintigtal
meter lopen naar de ingang van het bouwwerk. Toen we eenmaal bij de zware
eikenhouten deur waren gekomen kierde deze vanzelf open. Wellicht dat
onze komst met een webcam was gadegeslagen en had de bewoner attent de
poorten geopend. Een kleine afgesleten trap volgde, waarna we opnieuw
bij een deur aankwamen die iets kleiner van stuk was. De eerste bewoners
moesten beslist niet zo groot zijn geweest want we moesten bukken om onze
hoofden niet aan de bovenkant van de deursponning te stoten. Na een kleine
smalle gang kwamen we in een halfverlichte ruimte. Het deed koel aan en
toen onze ogen gewend waren aan het duister zagen we dat iemand op ons
kwam toelopen.
"U heeft een afspraak?", vroeg de man. Vader schudde hem de
hand en stelde zich voor.
"Wij komen een vriendje kopen voor onze zoon".
"Volgt U mij maar".
De man ging ons voor in een labyrint van gangen. "Heeft U het makkelijk
kunnen vinden?"
"Er was gelukkig een duidelijke beschrijving. We zijn nergens verkeerd
gereden".
"Goedzo. Dit is de ruimte waar de poppen staan opgesteld. Als U hier
alvast wat rondkijkt dan zal ik iets te drinken halen. We maken het onze
gasten het liefst zo makkelijk mogelijk".
De ruimte waarin we waren binnengetreden leek eerder op een winkel dan
op een fabriek. Langs de muren stonden lange rijen glazen vitrines opgesteld
en keken talloze gezichten ons levenloos aan. Vader liep inspecterend
rond en hield daarbij zijn handen op zijn rug. De man kuchte.
"Mag ik U koffie aanbieden?"
"Dat lijkt me zalig", antwoordde vader.
"En de jongeman, iets fris? Coca Cola misschien?"
Ik knikte. Daarna liet hij ons alleen waardoor wij de uitgestalde poppen
ongestoord en op ons gemak konden bekijken.
"Deze lijkt op onze buurjongen", lachte vader.
"Ja. Daar hoeven we zeker niet mee aan te komen".
"Ai, kijk die eens. Wat een leuk knaapje".
We liepen naar een glazen kast waar een blond kereltje stond uitgestald.
Hij was bijna even groot als ik en had de mondhoeken naar boven getrokken.
Net of hij glimlachte.
"Die daar is nog leuker", wees ik naar de andere kant. Vader
keek bedenkelijk.
"Jij mag het zeggen. Uiteindelijk moet het jouw vriendje worden".
Het was moeilijk.
Uiteindelijk hadden al die jochies een ontwapenende uitstraling en het
zou niet meevallen om uit het aanbod een goede keuze te maken. Maar misschien
dat de verkoper ons daarin een stukje kon helpen. De man was inmiddels
teruggekomen en zette de koffie en frisdrank op de tafel.
"Heeft U al kunnen besluiten?", vroeg hij belangstellend.
"Dat nog niet. U heeft een heel groot assortiment. Dat maakt het
er niet gemakkelijker op".
"Wat zoekt U eigenlijk?".
"Niet zo groot. Blond en het liefst een beetje guitig".
"Is het ook voor Uzelf?".
"Nee, het is voor mijn zoon. Mijn vrouw en ik kunnen geen kinderen
meer krijgen".
"Ah, U valt onder de castratiewet?".
"Ja", antwoordde vader kort.
Hij had het nooit leuk gevonden om met vreemden over seksualiteit te praten.
Dit keer moest hij echter wel toegeven, al was het alleen maar om zijn
aanwezigheid hier te verklaren.
"Daar hoeft U zich toch niet voor te schamen, meneer", speelde
de verkoper handig op zijn schaamte in.
"De castratiewet is er voor iedereen die al een kind heeft gehad
en dat maakt het leven er wel een stuk plezieriger op. Adopteren is dan
nog een mogelijkheid, maar er is een fiks tekort aan kinderen".
"Adopteren zou het een stuk gemakkelijker maken. In ieder geval wél
om over te praten".
"Wat dacht U van dit modelletje?".
De verkoper opende een deur en klikte op een universele afstandsbediening.
"Dit is ons laatste model. De meeste van onze klanten vinden dit
een boeiend knulletje".
"Wat kan die zoal?", wilde vader weten terwijl hij keek naar
het houterige voortbewegen van de pop.
"Alle reguliere bewegingen zijn ingebouwd en hij heeft een spraakvermogen
van 80.000 woorden die hij moeiteloos tot volledige zinnen kan combineren".
Vader draaide zich om.
"Hm, toen we binnen kwamen zagen we een andere doerak. Die leek me
wel wat".
"U bedoelt de H48? Dat is dat knulletje in dat zwarte trainingspak".
"Ja, die bedoel ik", sprak vader en liep vervolgens op de vitrine
die kort op de ingang stond.
"Die is niet te koop, meneer. Dat is een ouder model".
"Geld speelt geen rol. Zeg maar hoeveel".
"Ik zou U de H48 beslist niet aanraden. Het is weliswaar een volmaakt
model, maar er kleven veel problemen aan".
"Kan U hem even voor ons aanzetten?".
Licht protesterend pakte de verkoper een andere afstandsbediening en drukte
op een knop. De jongen die ons vanachter het glas had aangekeken kwam
tot leven en opende met een vloeiende beweging de deur. Daarna presenteerde
hij zich.
"Ik ben de H48. Ik zou graag met U meegaan".
Ik lachte. Zijn gezicht straalde vrolijk en zijn ogen uitten een bijna
lieve ondeugendheid. De zwarte haardos was volstrekt passend bij de kleur
van zijn trainingspak en zijn kleine, gespierde lichaam zag er atletisch
uit. De manier waarop hij ons aankeek had vooral iets guitigs, bijna vrouwelijk.
"Wat zijn de problemen met deze?"
"Kijk. In principe is dit een verboden model".
"Verboden?"
"Inderdaad, verboden".
"Ik kan me niet voorstellen dat er problemen aan dit bekoorlijke
jongetje kleven. Voor mij ziet hij er volstrekt onschuldig uit".
"Laat het uiterlijk U niet bedriegen. Toen dit model pas in productie
was werd hij geroemd om zijn vrij programmeerbare geheugen. Dat is een
lange tijd goed gegaan totdat hij ontdekt werd door een groep pedofielen".
"Ai, dat is minder".
"Ach. Mensen met een pedofiele geaardheid vormden nog niet ons grootste
probleem. Over het algemeen beperken die personen zich alleen tot knuffelen.
Erger is dat deze groep werd nagevold door een groep pedoseksuelen. Het
zal U daarom wellicht niet verbazen als ik U vertel dat ons product uiteindelijk
in de prostitutie belandde. Niet iedereen beschikt namelijk over voldoende
financiële middelen om een H48 aan te schaffen. Dit model is tamelijk
duur".
Hier onderbrak de verkoper zijn uitleg even. Het leek net of hij twijfelde
of hij nog meer informatie zou verstrekken. Daarna vervolgde hij zijn
relaas.
"Bovendien was het hier een komen en gaan van belangstellenden want
iedereen wilde de H48 uitproberen. Volgens de huisregels zijn wij namelijk
verplicht om de pop een half uur uit te lenen in een paskamer. U kunt
zich misschien voorstellen wat er in de hokjes afspeelde. U kunt het vergelijken
met sekstoerisme". Opnieuw viel er een stilte. Vader keek de pop
aan en richtte zijn ogen vervolgens op mij.
"Wat denk jij er van?"
"Ik vind hem wel grappig".
We schoten beiden in de lach toen het ventje naast me kwam staan en kameraadschappelijk
een arm over mijn schouder legde.
"Ik ben niet alleen grappig, maar ik kan je ook met je huiswerk helpen",
grinnikte hij olijk.
"De H48 is uitgerust met een volledige encyclopedie. Hij kan uit
deze informatie een hologram aanmaken en tal van voorbeelden laten zien",
voegde de verkoper toe.
"Kunnen we hem in de paskamer uitproberen?"
"Als het niet voor seks is dan …."
"Wat denkt U wel?", riep vader verontwaardigd. "U heeft
te doen met integere mensen".
De verkoper knikte en wees bezorgd op mijn vaders horloge.
"Die kan U beter afdoen. En geeft U alstublieft ook de andere waardevolle
stukken in bewaring. De laatste eigenaar van dit model was een dief die
de H48 heeft geprogrammeerd om te stelen. Wij zijn er echter niet helemaal
zeker van dat we zijn geheugen volledig hebben kunnen flushen. Het zou
fout kunnen gaan als hij al zijn circuits gebruikt".
Ik zag aan het gezicht van mijn vader dat hij absoluut ingenomen was met
deze pop. Eigenlijk had hij zijn keuze al bepaald en zou de test in de
paskamer slechts een formaliteit zijn. Toen we onze kostbaarheden hadden
afgegeven ging de verkoper ons voor in de paskamer.
"Wilt U er een muziekje bij? Misschien kan ik U nogmaals iets te
drinken aanbieden?"
Mijn vader schudde zijn hoofd. Hij wilde alleen zijn om een ogenblik met
de H48 te praten. Hij zweeg totdat de man de deur van de kamer achter
zich dicht had gedaan. Daarna keek hij de pop strak aan.
"Hoe oud ben je?", wilde hij weten.
"Ik ben de H48 en ben 10 jaar".
"Net zo oud als mijn zoon dus. Zou je goede vrienden met mijn zoon
kunnen worden?"
"Ik zal Uw zoon beschermen. Mijn uitvinders hebben een gevechtsmodule
ingebouwd".
"Talen?"
"Ik spreek 33 talen. Mag ik op Uw schoot komen zitten?"
Mijn vader glimlachte. Tederheid en genegenheid waren de middelen waarop
hij ook met mij communiceerde. Ik wist dat de H48 in de roos had geschoten.
"Ik weet een mooie naam voor hem".
"Oh ja?"
"Sebastiaan".
"Hm. Ben je er dan al zo zeker van dat ik deze pop ga kopen?"
Ik wist dat het resultaat uiteindelijk beslist kon worden door wat vleierij.
Snel liep ik op vader toe en gaf hem een ferme kus op zijn wang. Ik vond
steun bij de H48.
"Ik ben Bastiaan en kus U te pletter", grapte hij slim.
Daarna gaf hij vader verschillende voltreffers op zijn gezicht probeerde
hem onder zijn armen te kietelen. Het was hetzelfde trucje dat ik ook
altijd gebruikte als ik mijn zin door wilde drijven. Dan kietelde ik net
zo lang tot hij uiteindelijk stuiptrekkend en gillend van de lach toegaf.
"Oké, oké", verzuchtte vader. "We moeten nu alleen nog
zien hoe we hem kunnen lospeuteren van de jongetjesfabriek. Dat laatste
zal beslist niet meevallen".
We drukten op de bel waarna de verkoper enkele ogenblikken later de paskamer
kwam binnenlopen.
"U heeft mij geroepen?", sprak hij beleefd. Vader knikte.
"Wij willen dit mannetje met ons mee naar huis nemen".
"Dat zal niet gaan meneer. Het is een verboden model. Wij kunnen
hiervoor geen toestemming verlenen, tenzij….".
"Tenzij, wat?"
"Tenzij we de regels omzeilen. Als U een geboorte akte ondertekent
kan hij doorgaan als Uw zoon en kunnen wij volledig afstand doen van alle
verantwoordelijkheden. De fabriek zal hem niet meer kennen".
"Dan is het probleem bij deze opgelost. Waar moet ik tekenen?"

Voor een moment was de verkoper door de snelle manier van zaken doen afgebluft.
Hij keek nog ettelijke seconden nadenkend rond maar herstelde zich snel.
"Zoals U wilt. Als U mij wilt volgen dan kunnen wij de zaak afronden".
De man ging ons voor naar zijn kantoor en ontbood ons te gaan zitten.
Het was er geriefelijk en alle meubelen waren van zwaar geloogd eikenhout.
De zon speelde door de gebrandschilderde ramen en wierp een speelse diversiteit
aan kleurtjes op de grond. De vereiste papieren bleken slechts een formaliteit
en waren zo getekend. Daarna volgde een check op onze banktegoeden. Vader
was rijk. Sinds zijn aanstelling als directeur bij één van de grootste
bankbedrijven ter wereld was het hem voor de wind gegaan. Dit gold echter
niet voor hem alleen. Ook moeder en ik plukten de vruchten van zijn inspanningen
en konden beschikken over alles dat ons hartje maar kon wensen. Toch had
het hem bezwaard dat ik volkomen was weggezakt in de eenzaamheid omdat
we te afgeschermd leefden. Op ons landgoed hadden we weliswaar een gastgezin
ondergebracht en kon ik af en toe spelen de zoon uit dit gezin, maar hij
was niet helemaal mijn type. Constant vochten wij onze eigen oorlog uit,
waarna ik verdoemd was om me terug te trekken op mijn kamer. Therapie
was de meest voor de hand liggende oplossing maar vader verkoos een andere
weg te bewandelen. Een afwijkende beslissing zoals hij er al zo vele had
gemaakt in zijn leven. Bovendien had die methode voor hem nooit geen windeieren
gelegd. De aanschaf van een levende pop leek hem een leerzamer en nuttiger
proces. Hij verwachtte dat ik met een mechanische vriend mijn communicatieve
eigenschappen sneller en beter zou kunnen ontwikkelen. Bovendien vervulde
hij daarmee ook een eigen wens: hij was toe aan een legale gezinsuitbreiding.
"Op de energie van de kernbatterij kan de H48 ruim honderd jaar leven.
Maar voor het geval hij eerder mocht leeg geraken geven wij U een reserve
exemplaar mee. Wij raden U echter aan de H48 "s nachts af te zetten.
De pop heeft namelijk geen slaap nodig. En uiteraard verhoogd U hiermee
de levensduur van de batterij".
Vader was niet meer geïnteresseerd. Voor hem waren de transacties afgerond
en keerde hij liever huiswaarts.
"Bedankt voor de informatie", probeerde hij het gesprek te beëindigen,
maar de verkoper hield hem tegen.
"Er is nog iets dat ik U moet vertellen".
"En dat is?"
"De H48 mag onder geen enkel beding worden blootgesteld aan water.
Zijn gewrichten kunnen oxideren en dit kan zich doorzetten naar zijn geheugenbanken.
In het geval van overmatige vochttoetreding kan de pop onherstelbaar beschadigd
worden".
"Dus, géén zwemles?"
"Klopt. Een enkele regenbui zal hem niet zo snel kunnen deren, maar
U dient echter wel voorzichtig te zijn".
"En waar moeten we dan zijn voor reguliere reparaties?"
"Tja, wellicht dat er bij U in de buurt een poppendokter gevestigd
is. Doordat U het contract heeft ondertekend hebben wij volledig afstand
genomen van de H48. Dit geldt ook voor reparaties".
Hierna was het gesprek afgelopen en begeleidde de verkoper ons naar de
uitgang. Sebastiaan had vader bij de hand genomen trok hem op een typerende
manier door de smalle gangen. Hij had haast om buiten te komen.
"Ik ben zó blij dat U me heeft aangezet", vertelde hij vol overgave.
In zijn blikken ontwaarde ik een glimp van liefde en waardering. Beiden
hadden op elkaar gewacht. Vader streelde hem door zijn haar en gaf hem
een speels tikje tegen zijn achterhoofd. Sebastiaan lachte. Toen we de
laatste gang inliepen ravotte de pop ondeugend terug waarna vader hem
bij de middel pakte en hem optilde.
"U bent zó waanzinnig lief", fluisterde Sebastiaan lichtelijk
in extase. De deur zwaaide open en het daglicht trad ons tegemoet. De
verkoper schudde ons de hand waarbij hij ons veel plezier toewenste met
ons nieuwe "speeltje". Mijn nieuwe broertje en ik renden vooruit
naar de auto en opende de portieren. Hij was verbaasd bij het zien van
onze cabriolet en rook aan de kussens.
"Dit is écht leer", riep hij verheugd. "Dit ruikt zó waanzinnig
lekker".
"Behalve als iemand er een poeppie op heeft gelaten", lachte
ik en probeerde een scheetje te laten. Een puffend geluid ontvluchtte
mijn billen.
"Kijk, daarom heb ik dus een wagen met een open dak gekocht. Ga alle
twee maar op de achterbank zitten. Kleine schooiertjes".
Vader hield wel van bravoureachtige jongenspraat. Waarschijnlijk had hij
zelf ook willen meedoen met onze wilde pret, maar zijn status weerhield
hem. Sebastiaan en ik juichten tegelijkertijd toen de motor van de auto
aansloeg.
Toen vader overdadig gas gaf werd me duidelijk dat hij indruk wilde maken
op de nieuwkomer. De manier waarop hij zich bediende van een kickstart
bevestigde deze vermoedens andermaal waarbij het me niet ontging dat hij
de reacties van mijn broertje nieuwsgierig via de achteruitkijkspiegel
observeerde.
"En nu naar huis".
Terwijl vader zijn aandacht op de weg en op het verkeer gericht hield
keken Sebastiaan en ik elkaar lang en onderzoekend aan. Aan zijn pretogen
kon ik zien dat hij het naar zijn zin had. Telkens lichtten zijn ogen
ontdeugend op en het leek het dat hij mijn gedachten probeerde te lezen.
Wie weet was dit exemplaar daar wel toe in staat. De verkoper had zijn
kwaliteiten dermate hoog aangeprezen dat ik bewust rekening hield met
allerlei onverwachte mogelijkheden.
"Ik weet nog een mop", schreeuwde Bassie.
"Vertel, vertel", liet ik me meevoeren door zijn enthousiasme.
Vader keek achterom.
"Maar wél hardop vertellen, want ik wil ook kunnen mee lachen. Als
het maar geen vieze mop is".
"Luister. Er is een winkelier die één grote pot met stroop heeft.
Die wil hij overgieten in een andere pot. Maar die pot is véél kleiner.
Hij is halverwege toen een postbode de winkel kwam binnenlopen. Die winkelier
vraagt wat hij kan doen en de postbode schreeuwt: een brief, een brief".
Hier hield hij op met vertellen.
"En toen?". Bastiaan kijkt ons een ogenblik afwachtend aan waarna
hij begint te bulderen van het lachen. Onophoudelijk gaat het door en
de tranen van plezier biggelen over zijn wangen. Zijn tengere lijfje schokte
voortdurend en hij rolde zich helemaal op, liggende op de achterbank.
"Zeg nou. Wat gebeurde er toen?"
Maar Sebastiaan bleef lachen op een dergelijke aanstekelijke manier waardoor
we zelf ook mee gingen doen. Het was geen mop en het had er zelf niets
van weg, maar we hadden plezier voor twee. Vader draaide aan de knoppen
van de radio en gebaarde dat we even stil moesten zijn omdat hij naar
de verkeersinformatie wilde luisteren. Files en wegonderbrekingen moesten
wij weten te vermijden omdat we, zonder deze obstakels, nog ruim drie
uur moesten reizen voordat we thuis zouden aankomen. Hij vloekte bijna
onverstaanbaar toen er melding werd gemaakt van een rijksweg die afgesloten
was vanwege wegdekreparaties.
"Ook dat nog", brulde hij woest. "Nu lopen wij een flinke
vertraging op".
"Dan nemen we de tunnelroute toch", merkte mijn nieuwe broertje
slim op.
"Welke tunnelroute? In de verste verte is er geen tunnel te bekennen".
"Kijk daar", wees Sebastiaan op een grote berg die in de verte
opdoemde.
"Verrek, die berg zijn we op de heenweg niet tegengekomen".
"Dat is een kortere route. Als je de tunnel neemt dan besparen we
veel tijd".
In eerste instantie had ik het nog niet in de gaten, maar kort voordat
we de opening van de tunnel zouden inrijden zag ik het. Sebastiaan verkeerde
in een trance en het zweet droop van zijn voorhoofd. Zijn lichaam was
verstijfd en handen lagen gespannen op zijn knieën. Ik tikte hem voorzichtig
aan, maar hij reageerde niet. Zijn gezicht bleef geconcentreerd en richtte
zich onverstoorbaar op de berg. Ik probeerde hem te begrijpen en door
zijn ogen te zien wat hem zo bezig hield. Plotseling had ik het door.
"Papa, remmen. Alstjeblieft, rem dan toch. Sebastiaan creëert een
hologram".
Een fractie van een seconde later blokkeerden de wielen en de auto raakte
in een slip. Tegensturen hielp nauwelijks omdat de wagen teveel vaart
had. We voelden ons machteloos en moesten ondergaan hoe de wagen van de
weg raakte en naar het lagere gedeelte van de berm gleed. Takken van de
struiken krasten over het lakwerk en de boomstammen schoten rakelings
langs ons heen. Met een luidde knal kwamen wij tot stilstand en zagen
hoe het blikwerk van het linker voorfront opkrulde. Vader kwam met zijn
hoofd tegen het stuur en begon te bloeden. Zelf was ik bekneld geraakt
tussen de achterbank en de stoel van de bijrijder. Sebastiaan had zich
zittende weten te houden en zag lijkbleek van de schrik.
"Shit, shit, shit", vloekte vader toen hij weer enigszins bij
zijn positieven was gekomen.
"Jij, duivelskind".
Hij pakte een zakdoek en drukte die tegen zijn voorhoofd om het bloeden
te stelpen. Gelukkig was de wond niet al te groot en bevrijdde hij me
uit mijn benarde positie.
"Dit soort dingen bewaar je maar tot we thuis zijn", brieste
hij van woedde. Sebastiaan boog het hoofd.
"Ik ben de H48 en ben gemaakt om U te helpen. Ik heb daarin gefaald.
Ik bied U mijn excuses aan".
"Wat heb ik daar aan? Mijn wagen is flink beschadigd. De verzekering
zal daar zeker niet blij mee zijn".
Sebastiaan huilde. Dikke tranen vielen op de broek van zijn zwarte trainingspak.
Ondertussen woelde hij wanhopig met zijn handen door het haar. Hij voelde
zich schuldig aan het voorval en wist dat vader bloedverziekend kwaad
op hem was. We inspecteerden de schade en berekenden dat het gelukkig
zou meevallen om met de wagen weer op de weg te geraken. De berm was licht
glooiend en met een flinke dot gas zou het eerste gedeelte van ons probleem
opgelost zijn. Dat gebeurde ook zo en na een korte onderbreking konden
we onze weg weer vervolgen. Vader zijn gezicht bleef echter grimmig en
ook Sebastiaan roerde geen woord. Hij bleef stilletjes voor zich uitkijken.
Na een kort uurtje rijden signaleerden een aantal verkeersborden dat wij
een pompstation naderden. Vader keek op de benzinemeter. Het leek hem
raadzaam om te tanken en bovendien voelde hij behoefte voor een sanitaire
stop. Ook ik voelde een lichte drang en ademde opgelucht toen het tankstation
in zicht kwam. De vlaggen wapperden uitnodigend en hier en daar stonden
andere weggebruikers die hun voorraad benzine weer op peil brachten. We
stapten uit en lieten Sebastiaan achter omdat onze mechanische vriend
uiteraard geen enkele natuurlijke behoefte kende waardoor hij gebruik
zou moeten maken van de toiletten. Toen we terug kwamen was de auto leeg.
Onze vriend was verdwenen. Paniekerig keken we om ons heen en zagen dat
hij bij de uitrit in een rode sportwagen stapte. We schreeuwden en wenkten,
maar hij keek niet op. Waarschijnlijk hoorde hij ons niet of hij deed
net alsof. In ieder geval verdween de auto met een duizelingwekkende vaart
uit ons gezichtsveld. Vader besloot eerst te gaan tanken alvorens wij
onze achtervolging zouden inzetten. Maar de gedachte dat we onze vriend
wellicht nooit meer zou terugzien stemde me somber.
Onderweg legde vader zijn hand op mijn been.
"Bedankt", knikte hij goedkeurend met het hoofd. "Als jij
niet op tijd had gezien dat Sebastiaan een hologram maakte dan hadden
we een andere afloop gekend".
"Hij wilde alleen maar helpen", verdedigde ik hem.
"Dat weet ik, maar voor hetzelfde geld hadden we het geen van allen
meer kunnen navertellen. De hologram was zo levensecht dat we ons waarschijnlijk
te pletter waren gereden tegen de bergwand".
Ik slikte. Maffe Sebastiaan.
Ondanks de verwoedde inhaalpoging kwamen we de rode sportwagen niet meer
tegen. Het werd dan ook al schemerig toen we de eerste huizen van de bebouwde
kom bereikten. Bij onze binnenkomst floepte de straatverlichting aan en
achter de ramen hadden de bewoners de lampen ontstoken. Het was een gezellige
aanblik, maar eigenlijk hadden vader en ik daar geen tijd voor. Onze gedachten
waren bij Sebastiaan en vroegen ons af in wat voor omstandigheden hij
nu verkeerde. Een klein kwartier later reden wij het centrum binnen.
"De kans is groot dat hij hier ergens is uitgestapt".
"Dan zou hij hier ergens moeten ronddwalen. Maar hij kent hier niemand".
"Kom, dan parkeer ik de auto. Dan gaan we op onderzoek uit".
Behendig manoeuvreerde hij de cabriolet tussen twee stilstaande voertuigen
en sloot het dak. "Als we hem binnen een uur niet gevonden hebben
dan gaan wij zijn vermissing melden bij het politiebureau".
Ik knikte en volgde hem door een wirwar van straatjes. Telkens riepen
wij zijn naam, maar de geluiden weerkaatsten vruchteloos tegen de gevels
van de gebouwen. Er kwam geen reactie. Dit hadden we in principe ook niet
verwacht, maar de hoop op een goed resultaat kan dikwijls dat kleine beetje
extra kracht geven dat nodig is. Ondertussen viel de duisternis resoluut
in en sjokten we moedloos verder. Verderop lag een brug en we besloten
dat dit onze laatste poging zou zijn om Sebastiaan terug te vinden. Daarna
zouden wij ons bij de politie vervoegen om professionele hulp in te roepen.
Het mocht niet baten. Bij de brug troffen wij slechts een aantal zwervers
aan die ons vloekend en tierend probeerden weg te jagen omdat we hem geen
geld gaven en hen ook niet konden voorzien van sterke drank. Ons zoeken
was niet beloond. Moe en verslagen liepen we terug en passeerden enkele
voorbijgangers. Aan hen vroegen we de kortste weg naar het bureau en bemerkten
dat dit niet zover was van de plaats waar we stonden.
De hal van het politiebureau was klein. Schaarse verlichting besprenkelde
de lichtbruine plavuizen en vlak voor de wand aan de lange zijde stond
een geknutselde houten balie. Daarachter zat een vrouw aan de telefoon
die wellicht gewikkeld was in een privé conversatie want ze onderbrak
onmiddellijk het gesprek toen we binnenkwamen. Ze kwam vriendelijk en
hulpvaardig over en stond ons direct te woord.
"Waar kan ik U mee van dienst zijn?"
"Wij komen een vermissing opgeven".
"Een vermissing van een huisdier? Hond of kat?".
"Nee, we komen melding doen dat mijn zoon vermist wordt".
"Dat klinkt serieus. Hoe lang is hij al verdwenen?" Vader keek
op zijn horloge.
"Al een aantal uur. Hij is bij een onbekend persoon ingestapt".
"Weggelopen dus?"
"Zo zou U het kunnen noemen".
Ze liep weg en kwam even later weer terug met een stapeltje formulieren.
"Als U dit zou willen invullen dan zullen wij morgen kijken wat we
voor U kunnen doen".
"Morgen pas?"
"Ach meneer. We krijgen wel meer meldingen van vermiste kinderen.
Meestal komen zij na een tijdje vanzelf weer terug. Misschien zit Uw zoontje
alweer bij U thuis op de stoep".
"Dat lijkt me lastig, want hij weet niet waar die woont".
"Ah, pas verhuisd?"
"Nee", antwoordde vader.
Ik had het gesprek gevolgd en besefte hoe gek het laatste antwoord van
vader had geklonken. Alhoewel het niet mijn gewoonte was om een gesprek
van ouderen ongevraagd te onderbreken deed ik het ditmaal wel. Zeker omdat
ik de ernst van de situatie inzag.
"U moet ons helpen, mevrouw. Mijn broertje kan in levensgevaar verkeren.
Wij hebben hem gekocht bij de jongetjesfabriek en mag niet in aanraking
komen met water".
De vrouw keek me met afschuw aan.
"Gebruikt U zoon drugs?", wees ze mij aan. Vader lachte en schudde
het hoofd.
"Dat niet, maar hij heeft wel gelijk. Aanraking met water kan een
dodelijke uitwerking hebben op Sebastiaan".
"Maar die jongetjesfabriek?", stamelde ze.
"In de hele omgeving is geen fabriek te vinden. Er bestaat helemaal
geen meisjesfabriek of een jongetjesfabriek. Er is hier helemaal geen
fabriek".
"Ook nooit van het Robbeneiland gehoord?"
Hier zweeg de vrouw voor een kort ogenblik. De naam van het eiland kwam
haar kennelijk bekend voor, maar ze kon niet direct een link leggen.
"Jawel. Maar het Robbeneiland is 300 jaar geleden door de zee verzwolgen.
Het lijkt me onwaarschijnlijk dat U daar bent geweest. Dan moet U wel
heel erg oud zijn".
Vader boog het hoofd. De situatie werd alleen maar complexer naarmate
het gesprek vorderde. Ook ik verkoos het om te zwijgen en wachtte op een
nieuwe inzet van mijn vader.
"Misschien kan U toch eventjes informeren bij Uw collega"s.
Het is nogal dringend, ziet U".
De vrouw pakte de telefoon en draaide een nummer. Ofschoon het grootste
gedeelte van het gesprek voornamelijk bestond uit ontkenningen en bevestigingen
konden we er toch uit opmaken dat Sebastiaan gevonden was. Haar gezicht
stond zorgelijk. Nadat zij het gesprek had afgerond keek ze vader doordringend
aan.
"Uw verhaal klopt. Een aantal uren geleden heeft een naburig bureau
een kereltje opgepakt die voldoet aan Uw beschrijving en luistert naar
de naam Sebastiaan. Hij werd aangehouden omdat hij een oud vrouwtje beroofde.
We hebben hem stevig ondervraagd. Het bleek dat hij van huis was weggelopen
omdat hij de oorzaak zou zijn geweest van een verkeersongeluk".
"Godzijdank", zuchtte vader. "Hij is gevonden".
"Maar", stamelde de vrouw.
"Ja?"
"We hebben een slechte mededeling voor U".
"En dat is?".
"Na de ondervraging hebben wij Uw zoon onder de douche gestopt. Zijn
kleren waren gescheurd en bovendien stonk hij verschrikkelijk. Daarna
is hij gaan zwemmen in het inpandige zwembad van dat bureau".
Geschrokken keken vader en ik elkaar aan. We voelden hoe het bloed uit
onze hoofden wegtrok en hoe het kippenvel onze ruggen bekleedde.
"En nu is hij ziek?
"Erger".
"Dood?"
Een stilte viel. De tragiek was te meten en het verdriet overspoelde onze
diepste gevoelens. Minutenlang probeerde vader en ik elkaar te troosten.
Een eenzaam gevoel had zich van ons beiden meester gemaakt.
"Kom", zei vader. "We kunnen hier niks meer doen. We gaan
naar huis".
Vaarwel Sebastiaan, waar je ook mag zijn.
Johnny, 7/9-03-2002
Alle
teksten ressorteren onder JRvanDriel©copyright, tenzij anders is aangegeven.
Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke
toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd,
ingekort of verpersoonlijkt worden.
|
|
Johnny
|