Verhalen

Johnny, Fragmenten intro 1 2 3 4 5

Het oude fotoboek ...
Een breekbaar miniatuurtje

Regelmatig komt hij nog op bezoek om een klein beetje sfeer van vroeger te proeven. En soms, heel soms, loopt hij naar de kast om het oude fotoboek te pakken dat hij dan stilletjes op mijn schoot legt. Hij laat het initiatief aan mij omdat hij de afbeeldingen respecteert maar manoeuvreert mij ook in een ongemakkelijke positie omdat hij benieuwd is bij welke prentjes ik zachtjes weg mijmer. Als ik de eerste pagina opensla realiseer ik mijzelf dat de tijd rustig voortkabbelt en dat alles ouder wordt.

De tijd heeft mij en mijn trouwe vriendje van destijds niet vergeten.

Hij is nu volwassen maar, bij het zien van onze historie, krijgt hij opnieuw diezelfde ondeugende blik zijn ogen. Ik staar hem aan en begrijp opnieuw hoe wij voor elkaar bedoeld zijn. Het was een vriendschap zonder seks en werd daardoor wellicht de belangrijkste vriendschap die ik ooit heb gekend. Het enige dat ik hem wilde bieden was geborgenheid en liefde en … hij heeft het begrepen al waren er soms momenten dat hij en ik veel verder had willen gaan dan een knuffel of het plakkerig tegen elkaar zitten. Het enige waarmee hij mij kon terugbetalen was zijn aanwezigheid en een lach die mijn leven vulde met een bestemming.

Hij heeft zoveel van mij. Als ik zie op welke, onderuit geschoven, wijze hij naast mij is gaan zitten dan herken ik veel. Ook in zijn opmerkingen en gebaren laat hij blijken veel 'maniertjes' te hebben opgepakt uit onze vriendschap en ik weet dat hij er net zo over denkt als ik. Hij voelt zich er prettig bij en leidt mijn aandacht af als hij naar een foto wijst.

"Hoe oud was ik hier?", vraagt hij.

Ik haal mijn schouders op en sluit mijn ogen om enigszins te kunnen achterhalen in welk jaar het prentje in de diergaarde is geschoten.

"Misschien was je daar al tien jaar", becijfer ik.

"Ik weet nog wel dat je in die week straf had gekregen van school omdat je gevochten had op het schoolplein".

"Oh, ja", antwoord hij. "Dat was ik bijna vergeten. Oei, ik had die dikke Hans op zijn kop geslagen".

"Je hebt mij wel een Godsvermogen aan olienootjes gekost", glimlach ik. "De diergaarde is er beslist rijk van geworden".

"Ja, maar alle beesten hadden honger. Ze waren wat blij dat wij ze kwamen bezoeken".

Stilletjes vloek ik en maak mijzelf het verwijt dat wij niet vaker naar de diergaarde zijn geweest. Zeker nu ik weet dat hij er nog zoveel plezierige gedachten over heeft.

"Zoek die foto's nog eens op van die autorally", vraagt hij.

"Zitten die foto's in dit boek of heb ik ze in dat rode fotoalbum ingeplakt?".

"Ze zitten verderop", weet hij.

Even later kijken wij naar de plaatjes van voorbijsnellende bolides. Op een van die prentjes staat een ventje geregistreerd die diep in zijn kraag is gekropen omdat het op die dag stervenskoud was. Met de handen diep in zijn zakken gestoken en zijn gezicht half verscholen tegen de straffe wind, blikt hij in het rond.

"Weet je nog hoe koud het was?", herinnert hij zich.

"Stel je niet zo aan, koukleum", grinnik ik en zeg er niets van dat hij, bijna ongemerkt, zijn hoofd tegen mijn schouder heeft gelegd. Wij zijn opnieuw dicht bij elkaar, net als vroeger.

"Je wilde wél je handen uit je zakken halen om een zak patat aan te pakken, dus het zal wel niet zó koud zijn geweest als jij nu laat voorkomen".

"Maar ik had écht honger. Weet je nog hoeveel patat ik op die dag gegeten heb?"

"Volgens mij heb je toen drie porties weggewerkt en daarnaast heb je ook nog wat frikadellen opgesmikkeld".

Bij de volgende pagina wordt het stil. De afbeelding laat de open haard zien die ik in mijn oude huis had laten inbouwen. Het vuur knappert gezellig en op de brede schouw staan, aan weerszijden, twee grote kaarsen te branden. Het is een sfeerplaatje en ik herinner mij hoe de vermoeidheden van de werkweek werden weggezogen door het rustgevende gitaargetokkel van Mark Knopfler.

"Kijk, hier lig ik in mijn blootje", wijst hij naar een foto waarvan ik lang getwijfeld heb of ik die in het fotoboek zou moeten bewaren. "Ik was toen al een knap ventje, hé?", lacht hij uitdagend.

"Ik ken kereltjes die veel mooier waren dan jij. De meeste waren trouwens veel knapper", plaag ik terug.

"Oké, maar dan was ik toch zeker wél de liefste", antwoord hij vragend.

"En de knapste", bevestig ik alsnog.

"Dus toch?", dankbaar drukt hij zich steviger tegen mij aan.

Wij kijken naar de foto waarop hij naakt staat afgebeeld. Hij ligt behaaglijk op zijn buikje voor de openhaard en staart naar de vlammen. Zijn kontje steekt uitdagend en fris omhoog.

Ik herinner mij dat ene moment maar al te goed. Hij had bijna een uur lang in het bad liggen 'dobberen' en was daarna plompverloren de kamer binnengewandeld. Er was geen schaamte, dat hoefde ook niet. Er was ook geen angst omdat hij wist dat ik hem niet zou aanraken. Nadat ik hem had afgedroogd had hij zijn rust en warmte gezocht voor het knapperende vuur. Daarbij hadden wij samen uit één glas wijn gedronken en onze vriendschap nogmaals verzegeld. Wij hadden bij elkaar gelegen, geknuffeld, en gehoopt dat de tijd geen grip op deze situatie zou hebben. Achteraf bleek dat de herinnering niet in kracht had afgenomen en ik moest daarbij eveneens concluderen dat de herinnering alleen maar sterker was geworden.

"Ik schaam mij nu", fluisterde hij zachtjes.

"Omdat je daar in je blootje voor de open haard lag?", antwoordde ik geschrokken. "Als je wilt kan ik de foto uit het boek halen. Zal ik de foto verscheuren?"

"Nee, dat bedoel ik niet. Ik bedoel dat ik jou zoveel geld heb gekost. Je nam mij overal naar toe. Je betaalde alles voor mij, musea, voetbal, zakgeld. Je was net een echte vader voor mij".

Ik gaf hem een kus op zin voorhoofd terwijl hij onzeker teruglachte.

"Ik kan je alles terugbetalen, als je wilt".

"Dat hoeft niet lieverd. Je bent mij niks schuldig. Destijds heb je mij al terugbetaald, door er te zijn op de momenten dat ik jou nodig had. Je bent de aller beste vriend die ik ooit heb gehad".

"Weet je, destijds was ik zo gek op je dat ik wel in je had willen kruipen. Toen wilde ik net zo worden als jij. Ik wilde bij je komen wonen en voor altijd bij je blijven".

"Uiteindelijk heb je daar niks van gelogen. Je hebt je doel bereikt. Je bent nog steeds bij mij en daar ben ik je dankbaar om".

De knuffel die ik op mijn antwoord kreeg was er één die smaakte naar vroeger.

Alleen … ik vervloekte mijzelf dat ik geen foto's had kunnen maken van dit ene, onbetaalbare moment. Ik pinkte een traan weg terwijl ik het oude fotoboek dichtsloeg.

Zolang wij nog in leven zullen zijn dan zal de tijd absoluut geen enkele vat kunnen krijgen op deze dierbare herinnering. Pas als wij er niet meer zijn mag het weg brokkelen, als een zandkasteel, in de verwoestende branding van de zee.

Johnny - 03-04-2004

Alle teksten ressorteren onder JRvanDriel©copyright, tenzij anders is aangegeven. Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd, ingekort of verpersoonlijkt worden.

Johnny

Terug naar boven