Verhalen

Johnny, Fragmenten intro 1 2 3 4 5

Het verlof ...

Het is kerstavond. Buiten dwarrelt de sneeuw gestaag neer en bedekt de aarde met een dikke deken. Binnen staat de kerstboom waaronder twee pakjes liggen. Dit jaar heb ik niet veel moeite hoeven te doen om de kerstboom op te zetten, die stond er nog, sinds verleden jaar. Ook de pakjes zijn er niet recentelijk neergelegd. Ik kijk er naar maar durf ze niet te verleggen omdat ik ze tot relikwieën heb benoemd uit een tijd dat de pijn begon. Eén van de pakjes is van Roeltje, mijn vriendje die ik al een jaar niet heb gezien.

"Je mag nog niet komen kijken", hoor ik zijn stemmetje vanachter de gesloten keukendeur. De deur is van glas en ik kan al zijn bewegingen zien. Hij knipt en plakt want het kerstcadeau dat hij aan het inpakken is heeft het karakter van een surprise. Hij is bezig om trots te worden en is al urenlang aan de slag met verf, karton en kwasten. Als hij het mij later laat zien is het een televisie geworden en ik mag naar de inhoud raden. Wat er in de verpakking schuilt kan ik vermoeden omdat ik hem stiekem een groot stuk zeep heb zien verstoppen. Zeep van Sesamstraat, het mooiste cadeau van zijn leven dat hijzelf had gekregen voor zijn verjaardag is nu voor mij. De geur van de zeep penetreert zich door de verpakking heen. Het ruikt naar snoep.

"Volgens mij krijg ik een doos met overheerlijke spekkies", raad ik bewust verkeerd.

"Mis, mis, mis", giert hij het uit van het lachen. "Je raadt het nooit". Ik wilde het hem niet aandoen om in één keer de hoofdprijs te winnen door het goede antwoord te geven. De spanning moet er in blijven tot de eerste kerstdag. Tussendoor zal ik nog vele malen een foutief antwoord moeten geven, maar dat hindert niet. Terwijl ik mijn ogen dichtknijp luister ik naar de zorgvuldig gekozen woorden van het gewichtige gesprek dat hij had 'aangevraagd' toen hij een paar keer bij mij op visite was.

"Kan ik nú met je praten?", fluistert hij waardoor het spannender wordt.

"Jawel, je kan altijd met mij praten".

"Mijn ouders zijn gescheiden en mijn vader zie ik nooit meer. Ik wil vragen of jij een beetje op mij wilt letten".

Hij praat verlegen en kijkt benauwd omdat hij angstig is dat ik hem zal afwijzen. Maar ik ben diep geraakt door de gedachten die hem bezig houden. Ik vraag mij af waarom hij juist mij zo belangrijk wil maken maar blijkbaar is zijn vertrouwen naar mij toe van een grenzeloos gehalte. Ik knik omdat ik even niet kan praten. Een flinke brok in mijn keel verhindert dat. Een fractie van een seconde na mijn bevestiging springt hij opgewonden in mijn armen en kust mij op beide wangen. Dan begint zijn bezorgdheid en de volgende dagen sleept hij alles aan om mij in leven te houden. Koekjes, zuurtjes, chips en brood. Hij vindt het heerlijk om voor mij te koken en ik laat hem zijn gang gaan. Als wij samen van de pizza eten die hij in de magnetron heeft opgewarmd vertelt hij dat ik flink moet eten omdat hij bang is dat ik dood zal gaan. Hij wil me niet kwijtraken.

Ik kijk opnieuw naar de pakjes die onder de kerstboom liggen. Het is een jaar later en ik heb verlof uit het Huis van Bewaring. Roeltje is er niet meer. Mensen begonnen allerlei vragen aan hem te stellen en hij vertelde dat wij van elkaar hielden en 'knuffelden' op de bank. Wat wij samen niet wilde dat er zou gebeuren geschiedde en onze vriendschap werd verbroken omdat men dat beter vond. De pakjes liggen er nog steeds omdat ik wil wachten tot hij weer thuis is om ze samen open te maken, daar waren ze voor bestemd.

Het stil en eenzaam in huis. Ik heb nauwelijks vrienden meer en de schamele uitnodiging die ik voor de kerst heb gekregen heb ik afgeslagen. Misschien wel omdat ik wacht tot Roeltje zich de cadeautjes herinnerd en weer thuis komt.

Ik word wakker van de kerkklokken die ik uitnodigend in de verte hoor slaan. Bim, bam, bom. Het is al laat, er zal nu niemand meer komen. Ik trek mijn jas aan en loop naar buiten. De wind striemt in mijn gezicht en de sneeuw blijft op mijn haar liggen. De sneeuw is nat en plakkerig. Doelloos slenter ik een beetje rond en kijk naar de fraai versierde etalages in de lege winkelstraten. Ik voel de kerstvreugde maar die heeft dit jaar een andere betekenis gekregen. Ik ben alleen en eenzaam en vraag mij af hoe mijn vriendje het zal hebben. Hij is steeds in mijn gedachten.

Dan merk ik dat ik in de richting loop van de buurt waar ik als klein kind woonde en ik passeer het zwembad waar mijn voorgeschiedenis begon. Dit was de plaats waar ik werd ontknaapt door een stelletje mannen die zich vriendelijker voordeden als dat zij in werkelijkheid waren. De seksualiteit werd op deze plek in mij wakker gefluisterd en nog steeds kleefden die herinneringen in mijn gedachten. Alleen de lichten in de entree en bij de kassa branden maar het zwembad is leeg. Er zijn geen mensen aanwezig op de eerste kerstavond maar toch …ik had zo graag naar binnen gewild. Ik vroeg mij af waarom. Maar ik wist het. Ik wilde graag met één van die supervaders van destijds praten over de situatie waarin in nu verkeerde. Er resteerde maar één vraag: "Pa, ik ben net zo geworden als U. Wat nu?"

Onbewust naderde ik de straat waar Kees woonde. Of had ik de bestemming van mijn wandeling voor mijzelf geheim gehouden? Hij was mijn vriend geweest omdat ik van hem mocht roken en omdat ik geld van hem kreeg. De tol die ik voor zijn aandacht had moeten betalen stond in geen verhouding tot het leed dat mij was overkomen. Ik herkende de straat nauwelijks. De gevels waren veranderd, vernieuwd. Maar de geheimen achter de muren moesten nog welhaast dezelfde zijn. Ik struinde voort in de sneeuw en bereikte uiteindelijk zijn woning. Op datzelfde ogenblik kwam een auto de straat in rijden en ik drukte me tegen de huizenkant aan. Misschien overviel de angst mij dat Kees achter het stuur zou zitten. Voor het huis gekomen aarzelde ik. Vroeger moest ik mij ophijsen om door het raam naar binnen te kijken maar nu hoefde ik geen moeite te doen om een glimp van de huiskamer op te vangen. De indeling zag er nog uit als vroeger maar het interieur was gewijzigd. Moderner. Het was duidelijk: Kees woonde hier niet meer. Misschien was hij al jaren geleden overleden. Hij was al zo oud. De vraag die ik had willen stellen zou nooit meer uitgesproken worden: "Pa, ik ben net zo geworden als U. Wat nu?".

De teleurstelling schoot door mijn lichaam en ik vocht tegen de tranen die opwelden. "Waarom was ik zo geworden? Wat lag er aan ten grondslag? Waarom had ik het geluk tussen Roeltje en mij zo erbarmelijk verstoord?" Ik vluchtte weg van de plek. Ik was bang, bang dat ik Kees alsnog zou tegenkomen. Bang omdat ik dan misschien opnieuw geslagen zou worden. Bang omdat ik zo intens terugverlangde naar de tijd van vroeger. Terwijl ik wegrende vroeg ik mij af bij wie ik een steen door het raam zou willen gooien. Ik stond voor een dilemma. Kees stond voorop want die had mij de dingen aangeleerd waarvoor ik was veroordeeld. Aan de andere kant was ik nooit bij hem en de andere mannen uit het zwembad uitgekomen als ik de juiste aandacht van mijn ouders had gekregen. Maar misschien … ik wist het wel zeker … moest ik die steen bij mijzelf door het raam gooien.

Op de terugweg liep ik angstvallig langs de huizenkant. Dit keer niet omdat ik bang was dat iemand mij zou herkennen maar dit keer omdat ik mijzelf ervoor schaamde dat ik huilde.

Het had een vraag van ons beiden kunnen zijn, van Roeltje en van mij:

"Mijn ouders zijn gescheiden en mijn vader zie ik nooit meer. Ik wil vragen of U een beetje op mij wilt letten".

Mijn plaats was thuis. Ik besloot te wachten op Roeltje die waarschijnlijk nooit meer zou komen. Er stonden twee cadeautjes bij de kerstboom. Ik zou ze zelf nooit meer uitpakken omdat ik ze tot relikwieën had benoemd uit een tijd dat de pijn begon.

Johnny

Alle teksten ressorteren onder JRvanDriel©copyright, tenzij anders is aangegeven. Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd, ingekort of verpersoonlijkt worden.

Johnny

Terug naar boven