Verhalen

Johnny, Cirkelkind

Dit was niet mijn stad. Sinds mijn komst voelde ik me eenzaam. Ondanks de kinderrijke buurten in de groengordel had ik nog niemand van de jeugdigen durven aanspreken. En er liepen zat brutale rakkers rond die bekend waren met de aanleiding van mijn komst. Vroeger zouden ze mij met gejuich verwelkomd hebben, zodra ze maar een glimp van me opvingen. Dan gedroegen ze zichzelf als jonge honden die tegen hun baasje opsprongen. Die uitbundige begroeting duurde dan lang - soms te lang - maar ik kon er ook intens van genieten. Sinds mijn vertrek bij federatie bekommerde niemand zich meer om mij. Of het moest het bejaarde echtpaar van tweehoog zijn geweest waarvan de vrouw een thermoskan koffie kwam brengen toen ik mijn intrek nam in mijn nieuwe woning. Maar nadien hadden we geen contact meer gehad en was het akelig stil gebleven.

"Als U gebruik wilt maken van het terras dan bent U wél verplicht een consumptie te nemen", tikte een serveerster mij op de schouder.

Ik schrok op uit mijn gepeins en keek het meisje vernietigend aan. Ze was eenvoudig gekleed in een zwart rokje met een witte blouse. Op haar buik bengelde een bruin lederen geldtas waarin waarschijnlijk meer pegulanten zaten dan ik op mijn rekening had staan. Ach, het kon me ook niet zoveel schelen dat vrijwel al mijn bezittingen destijds waren ingenomen. Die strafmaat had ik maar te accepteren omdat ik de federatie eerder verlaten had dan contractueel was vastgesteld. Het ontbreken van enige vorm van bewegingsvrijheid en levensgeluk zat me eerder dwars. Om niet te veel op te vallen verwisselde ik mijn kwade blik voor een meer algemener aanzicht, maar ik was al te laat.

"U bent er zeker ook één?", vroeg ze.

"Misschien", probeerde ik de kerk in het midden te laten.

"Ik zie het gewoon aan U, U straalt het uit".

"Geef mij maar een whisky. Daar ben ik op dit ogenblik best wel aan toe".

Ze liep op een typisch vrouwelijke manier weg om mijn bestelling te gaan halen. Vanuit mijn ooghoeken kon ik zien hoe ze andere serveersters aansprak en kon raden dat het gesprek over mijn aanwezigheid ging omdat elk van hen daarna een vluchtige blik in mijn richting wierp. Ik was herkend en wellicht zouden ze hun gedrag vanaf nu gaan aanpassen. Tot mijn grote opluchting zag ik het meisje even later komen aanlopen met een groot glas whisky in haar hand. Ze hield stil bij de tafel en keek me voor een moment onderzoekend aan.

"U mag hier blijven zitten, maar als Uw glas leeg is dient U te vertrekken".

Ik knikte en was dankbaar. Zoveel ruimte en begrip had ik niet verwacht.

"Kan ik hier dan nog wel op mijn afspraak wachten?".

"Als U langzaam drinkt dan kan U misschien wat langer aan dit tafeltje blijven zitten".

Haar gezicht straalde om haar spitsvondigheid en verborg een weinig opvallende knipoog. Indien ik een overtuigd hetero was geweest dan had ik haar misschien gevraagd om mee te gaan naar mijn vertrek. Als mijn afspraak het zou laten afweten dan zou ik dit misschien alsnog kunnen doen. Gewoon, om mijn lusten in haar te laten wegstromen. Ik besefte dat ik niet lang verliefd op haar zou kunnen blijven. Meestal zou dat na enkele dagen afnemen omdat ik me vrij snel geremd en opgesloten voelde in het gezelschap van een vrouw. Het was een lastige tekortkoming die ik doorgaans goed wist te camoufleren, maar uiteindelijk zou het me toch allemaal te veel worden en tot een uitbarsting komen.

Terwijl ik voor me uit staarde wreef ik over het speldje met de edelsteen die op mijn colbertjasje gestoken zat. Bij de federatie had ieder lid van verdienste een dergelijk eerbetoon gekregen en men was niet gerechtigd om deze onderscheiding bij het verlaten van de dienst af te nemen omdat deze puur van persoonlijke aard was. Ik was er blij mee want de edelsteen had magische krachten en kon al op grote afstand 'cirkel kinderen' van echte kinderen onderscheiden. Zodra een 'fakemodel' in mijn nabijheid was begon de edelsteen vervaarlijk te gloeien en liet hij zoemende waarschuwingssignalen horen. Voorlopig zweeg het pronkstuk, wat mij in de gelegenheid stelde om een kleine teug van de whisky te nemen.

Op enkele passen van het terras speelden kinderen een variant van het 'tikkertje' dat wij vroeger speelden. In mijn jeugd was het een vrij onschuldig spel maar nu waren de ingrediënten gewelddadiger. Het 'met de hand aftikken' had zijn plaats moeten afstaan voor een korte elektrische stok die een verlammende stroomstoot herbergde om de kinderen voor enige tijd te verdoven. Was men binnen een periode van vijf seconden hersteld dan was men 'vrij' en moest de tikker het spel opnieuw laten beginnen. Ditmaal was het fout gegaan en raakte de stick het voorhoofd van één van de deelnemers. Een bloedneus was het gevolg.

Ik keek op mijn horloge en schudde het hoofd. Het was al twaalf uur en mijn afspraak was nog steeds niet gearriveerd. Mijn glas was bijna leeg en de serveerster had al in mijn richting gekeken. Veel meer tijd om te wachten was mij niet toebedeeld en, eerlijk gezegd, was voor mij de maat ook vol. De federatie had ditmaal geen woord kunnen houden en versterkte bij mij het gevoel dat dienstonderbrekers op een lager en vergeten platform neergezet werden. Ik voelde mij behoorlijk teleurgesteld en las het formulier dat men mij had toegezonden nog eens na. Het stond er allemaal toch vrij duidelijk. Het tijdstip van de afspraak liet geen twijfel en de plaats waar het rendez vous zou moeten plaatsvinden was nauwkeurig beschreven.

Ik vloekte zachtjes voor mij uit en tastte in mijn binnenzak, op zoek naar mijn zonnebril. Het was een oud model. Een erfenis nog van mijn vader, die het montuur de laatste jaren van leven gedragen had. Die historie gaf een sterke binding met de 'gift' die mij na zijn vertrek ten deel was gevallen. Het was een icoon die me deed terugdenken aan een tijd dat alles nog compleet aanvoelde. Een vader, een moeder en een kind die gezamenlijk een gezin vormden. Lange tijd had de zon voor ons geschenen maar de hemel was bewolkt geraakt door een tragische ziekte die mijn moeder op een mensonterende wijze tot sterven had gebracht. Dit was de werkelijke oorzaak van mijn vertrek bij de federatie want mijn smeekbedes om haar te redden werden genegeerd alhoewel er voldoende kennis voor handen had gelegen om haar de pijn te ontnemen. Mijn vader raakte verbitterd en belandde in een rusthuis waar zijn geest losraakte van de bestaande normen. Toen hij stierf zag hij er uit als een oud man terwijl hij slechts net vijftig jaar was.

Door mijn gepeins was het me niet opgevallen dat de edelsteen een rode gloed begon uit te stralen. Ook het gezoem had mij niet eerder bereikt. Het geluid was echter wél in mijn sensor geheugen blijven steken waarna ik de gemiste oproep achteraf probeerde af te handelen. Aanvankelijk zag ik niks dat de aanwezigheid van een 'cirkel kind' bevestigde, maar luttele seconden later kwam hij om de hoek rennen. Op enkele meters voor me hield hij stil en hield het hoofd gebogen. Zijn blonde haren waren verwappert en aan zijn ademhaling kon ik zien dat zijn lichaam probeerde te herstellen van een inspannende hardlooptoer om op tijd bij me te zijn.

"Het spijt me. Het is mijn schuld dat ik niet op tijd ben".

"Hoe komt dat?"

"We waren aan het voetballen in het park en ineens was het laat".

"Hm, ik ken dat nog wel van vroeger. Ik was ook niet zo'n Pietje Precies waar het de tijd betrof".

"Wilt U mij nu nog hebben?"

"Laten we eerst maar eens kennis met elkaar maken".

"U weet toch wie ik ben?"

"Dat wel, ik heb je specificaties gelezen, maar soms is de werkelijkheid anders dan een dikke laag papieren waarop alleen maar grijze lettertjes staan".

Ik had medelijden met hem omdat hij mij nog steeds niet recht in de ogen durfde aan te kijken. Dit schuldbesef sierde hem en was een heerlijke, maar onverwachte aanvulling op de beschrijving die ik over hem gekregen had. Ik nam me voor om een eindje met hem te gaan wandelen maar moest die gedachten laten varen omdat de serveerster een sorbet en een vol glas whisky op de tafel zette. Ik keek haar vragend aan, waarop zij glimlachte.

"Waarom? Ik wil je geen overlast bezorgen. Je had me toch gevraagd om te vertrekken als mijn glas leeg was?"

"Dat klopt, maar…".

"Jij mag het zeggen. Ik hou me alleen aan wat mij gevraagd werd".

"Mijn broer was er ook één", bekende zij twijfelend. "Dit rondje komt van mij".

"Toe maar, de verrassingen zijn vandaag niet van de lucht. Maar, je zei 'was'. Bedoel je daarmee dat je broer niet meer in leven is?"

Ze wendde het hoofd af zodat ik de tranen niet kon zien die in haar ogen opwelden maar het schokken van haar lichaam had haar emotionele toestand verraden.

"Als je erover wilt praten dan ben ik een willig oor".

"Dat weet ik meneer. Ik kan alleen maar zeggen dat ik heel veel van mijn broer hield maar nu is hij er niet meer".

"Misschien wil je me vertellen wat er gebeurd is?"

"Toen hij uit de federatie was gestapt hebben hun mensen hem vermoord. Hij wist teveel".

"Godverdomme, de federatie doet net zoveel goed als kwaad", probeerde ik mee te leven.

Ze vluchtte weg terwijl ik nog zoveel te vragen had maar iets vertelde mij dat ik daar nog ruimschoots de kans voor zou krijgen. De jongen trok wederom mijn aandacht. Ik gebaarde hem te gaan zitten en keek hem onderzoekend aan. Hij was gegroeid ten opzichte van de foto's die men mij had toegezonden. Nu was hij een kerngezonde twaalfjarige die met een brutale blik de wereld inkeek. Hij straalde een tomeloze energie uit alhoewel hij zich uitzonderlijk rustig hield tijdens de eerste kennismaking. Voorzichtig keek hij mij aan vanuit zijn ooghoeken en observeerde mij op zijn beurt. Ik had schik om zijn half gespeelde verlegenheid en wist dat dit spel niet lang zou duren voordat hij in alle hevigheid zou losbarsten. Nu was het een kwestie van aftasten.

"Ik heb je kamer al helemaal ingericht. Precies zoals je het wilt hebben".

"Wauw. Ook met de poster van Nai-ThaL?"

"Ook met de posters van Nai-ThaL. Het was even zoeken geblazen maar een verkoopster heeft me geholpen. Ik ben een leek op dat gebied en wist niet eens dat hij een zanger was".

"Wist je dat niet eens?"

"Nee. Je moet me in de komende tijd maar wat bijscholen".

"Dan kan je Drek zeker ook niet?"

"Die ken ik ook niet. Maar ik zal mijn best doen om het te leren".

Ik nam een volle slok van de whisky die warm nabrandde in mijn keel. Het kereltje voor me genoot van zijn sorbet en ik zag dat de expressie van zijn bedrukte gezicht zienderogen veranderde in vrolijkheid.

"Je weet dat je een cirkelkind bent?"

"Natuurlijk weet ik dat. Ik ben niet dom".

"Wat hebben ze jou dan verteld over cirkelkinderen?".

"Dat ik aan jou ben toegewezen en twaalf jaar lang niet ouder kan worden. Jij hebt gekozen voor een twaalfjarige jongen en dat zal ik ook blijven. In die twaalf jaar kan jij ook niet ouder worden".

"Klopt. Je weet ook dat je na die periode van twaalf jaren afsterft?"

"Dat is toch niet erg? Ik mag toch terugkomen naar jou?"

"Je mag altijd terugkomen. Maar na je dood en je terugkomst moet je wél twaalf jaar wachten voordat je me weer mag zien. Alles is gebaseerd op twaalf".

"Dat heb ik ervoor over want je lijkt me best aardig".

"Hou er rekening mee…", probeerde ik uit te leggen.

"Waarmee?"

"Je moet er rekening mee houden dat ik in de periode waarin je niet bij me bent doorgroei in leeftijd. Ik zal in de tussenliggende periode wél telkens stukken ouder worden. Tot op het moment dat ik zo oud zal zijn geworden dat de kans aanwezig is dat ik er niet meer zal zijn als je terugkomt".

"Dan zal ik wel weer terug moeten gaan naar de federatie"

"Ik denk het wel. Misschien maken ze dan een achtjarige van je. Als je tenminste goed je best hebt gedaan".

Het gesprek viel even stil.

"Maak je maar geen zorgen. Ik zal er alles aan doen om van je te blijven houden".

"Dat moet je wel. Dat heeft de federatie in je specificaties gezet. Je zal mijn kind zijn".

"Ja, Pa", oefende hij ontdeugend.

Ik lachte om zijn olijkheid. Zijn lichaamstaal was ontwapenend en hartverwarmend. Bovendien was hij gelardeerd met een behoorlijk intelligentie die hij had opgebouwd in de fases waarin hij andere vaders had gediend. Ik schatte hem in op gymnasium niveau en ik wist dat mijn beoordeling mij nog nooit in de steek had gelaten. Als de federatie al haar afspraken zou nakomen dan zou hij ook een voetballertje in de dop zijn. Een voetballertje om trots op te zijn en om te begeleiden totdat…er twaalf jaren verstreken zouden zijn. Daarna zou het cirkelkind opnieuw weerkeren en zou ik dezelfde periode mogen herbeleven. Totdat de cirkels van het leven uiteindelijk vervaagd zouden zijn en voor een laatste maal boven mijn hoofd zouden gladtrekken.

Met een voldaan gevoel haalde ik een geldbiljet uit mijn broekzak en legde het voor me op de tafel. Het restant tussen de werkelijke prijs voor de drank, de sorbet en het gedeelte dat 'overpaid' was lag niet hoog. Maar het was evenwel een gebaar voor de gastvrijheid van de serveerster die zich, in al haar vriendelijkheid, bekommerd had over mijn welzijn. Ik stond op en pakte de hand van mijn kind die zich gewillig liet leiden. Daarna vertrokken wij naar huis. Ik verheugde me op ons samenzijn en op het ravotten en het knuffelen met deze blonde ondeugd die de federatie mij geschonken had als laatste eerbewijs voor mijn inzet en bemoeienissen voor de 'grote eenheid'.

Toen wij onze reis naar huis wilden inzetten werden we nageroepen. Het was de serveerster die ons luid toeschreeuwde om op haar te wachten. Dat deden we ook terwijl ik van uit de verte zag dat ze haar geldtas op de balie legde. Snel kwam ze aangehold en enkele momenten later voegde ze zich bij ons tweeën.

"Wat is er? Heb ik te weinig betaald?"

"Nee, dat is het niet", hijgde ze.

"Wilde je dan nog iets vertellen over je broer? We kunnen toch een afspraak maken?".

"Ik ga met jullie mee".

"Met ons mee? Waarom?"

"Het kind heeft een moeder nodig. Bovendien val je dan stukken minder op bij je buren".

Vol ongeloof keek ik haar aan. Een compleet gezin zou inderdaad een goede dekmantel zijn voor mijn geaardheid. Ze was slim.

"Maar…".

"Niks geen ge-maar. Lees jij de kleine lettertjes van je contract dan niet?"

"Stond jij daar dan bij vermeld?"

"Natuurlijk stond ik daar in vermeld, maar je gedachten zijn teveel gefixeerd op jongetjes".

"Als de federatie het zo wil, dan zal ik me naar die regels schikken".

"Je hebt net zo weinig keus als je cirkelkind keuzes heeft".

"Maar jij kan nu toch zeker nog andere keuze maken?".

"Nee, dat kan ik niet".

"Bedoel je…?"

"Ja, dát bedoel ik. Ik ben er ook één. Net zoals mijn broer er één was".

We lachten alle drie tegelijk.

Niets was toeval, de federatie had ons bewust samengebracht.

Johnny, 23-06-2002

Alle teksten ressorteren onder JRvanDriel©copyright, tenzij anders is aangegeven. Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd, ingekort of verpersoonlijkt worden.

Johnny

terug naar boven