Verhalen

Jatagan, Een toverstokje

Natuurlijk heeft hij tussen door nog verschillende keren gebeld maar de gesprekken wilden niet zo lukken. Verder dan een ‘Hallo, hoe gaat het?’ en ‘Kan je het wel een beetje redden?’ kwam het niet. Elke keer hield ik het gesprek een beetje af omdat ik vond dat hij maar persoonlijk moest langskomen om dat aan mij te vragen. Een telefoongesprek heeft iets afstandelijk en je kan nooit zien hoe de ander reageert als je wat zegt. Ik denk dat Luuk er niet veel wijzer van is geworden want telkens vertelde ik hem dat het voortreffelijk met mij ging en dat ik het zalig vond om een tijdje alleen te zijn. Toen ik hem eindelijk vroeg of hij eens wilde langskomen omdat ik nagedacht had over zijn voorstellen veranderde het karakter van het gesprek. Hij juichte en dat deed mijn hartje ook maar dat wilde ik hem niet vertellen.

Wij hadden afgesproken. Verleden week al, toen het niet zulk onzalig weer was als nu. Het zonnige weer leek een voorbode te zijn alhoewel ik wist dat er nog heel wat afgepraat moest worden. De nacht daarvoor had ik bijna niet geslapen omdat ik te opgewonden was. Jezus, wat had ik mijn vriendje gemist. Het leek wel of hij jaren bij mij was weggeweest. Niemand durfde er wat van te zeggen dat ik voordurend voor het raam drentelde en naar buiten keek of ik hem al zag komen aanrijden op zijn fiets. Ik mijn gedachte had ik hem al twintigduizend keer gekust voordat hij op het tuinpad op zou komen en ik vroeg mij af of het niet beter was geweest als ik hem op straat had opgewacht. Toen ik hem in het echt zag sloeg ik helemaal dicht. Ik voelde plotseling de woede in mij groeien en vervloekte hem dat hij mij in de steek had gelaten.

“Waar ga je nou naar toe?”, had Ma gevraagd toen ik naar boven rende. “Luuk komt er aan. Jullie hebben toch afgesproken?”

“Zeg maar dat ik nog in het bad zit. Ik wil die klootzak niet meer zien”.

Snel draaide ik de kranen open en binnen enkele seconden had ik mijn kleren uitgetrokken. Op de achtergrond hoorde ik de deurbel. Vreemd, meestal loopt Luuk achterlangs en komt dan via de keuken naar binnen. Hij is kind aan huis maar blijkbaar voelde hij zich net zo gespannen als ik. Alles was vers aan onze hernieuwde kennismaking maar toch voelde ik de pijn en de eenzaamheid van de laatste weken. Godverdomme, kunnen die kranen niet sneller werken? Er ligt nog maar een klein beetje water in de kuip en als Luuk ziet dat ik net in bad ben gestapt dan heeft hij mij natuurlijk gelijk door. Zenuwachtig schroef ik de dop van de fles met badshampoo en giet de resterende inhoud in het water. Het blijkt een flinke overdosis te zijn want als ik met mijn handen door het water roer schuimt het sop aan alle kanten. Het komt mij niet slecht uit. Even later hoor ik kloppen op de badkamerdeur.

“Ben je hier?,” hoor ik Luuk vragen.

Zijn stem klinkt niet hetzelfde. Hij kraakt een beetje. Het is net of hij te snel wil praten waardoor hij problemen krijgt de zinsopbouw.

“Ik zit in het bad. Ik heb geen kleren aan.”

“Dat lijkt mij nog al logisch,” grinnikt Luuk. “Je houdt toch zeker je kleren niet aan als je een bad neemt?”

Ik haat die opmerking. Ik haat Luuk. Ik hou van Luuk en ik hoop dat hij binnenkomt.

“Ik ben nog helemaal naakt.”

“Nou, en?,” de deur van de badkamer gaat langzaam open.

“Hi.”

“Hi.”

Ik kijk hem bewust niet aan en sla wat met mijn handen in het water.

“Heb je vergeten dat wij hadden afgesproken?”

“Ja. Ik wist het niet meer.”

“Zal wel. Je vergeet nooit wat. Volgens mij zit je mij maar wat te op te naaien.”

“Ja … eh … nee.”

Hij loopt op mij toe en voelt met zijn rechterhand in het water. Daarna gaat hij op de rand van het bad zitten en kijkt mij strak aan. Ik weet dat hij mij gecontroleerd heeft en dat het water nog zo laag staat. Hij moet wel haast begrijpen dat ik hem maar wat voorlieg.

“Ik heb je gemist.”

“Hm.”

“Echt waar. Ik heb elke dag aan je gedacht. Ik wilde al eerder langs komen maar ik had nog geen antwoord van je gekregen.”

“Wat heb al die tijd gedaan?”

“Beetje thuis gezeten. Niks bijzonder.”

“Zal wel. Emmetje heeft je met een andere vriend gezien. Hij heeft mij verteld dat je ergens bij het park stond te vrijen,” lieg ik.

“Ja. Ja. Nou, dat heeft hij dan voortreffelijk gezien hoor. Het is alleen nog erger.”

“Nog erger?”

Ik merk dat mijn stem een beetje piept maar gelukkig let Luuk daar niet zo op. Hij lacht om mijn opmerking en kijkt met pretoogjes rond.

“Ja.”

“Vertel dan. Ik heb er recht op om het te weten.”

“Ik stond daar niet met een jongen te vrijen maar met een meisje. Ik ben overgestapt. Wel lekker hoor zo’n meisje. Die kunnen er wat van.”

“Gadverdamme, een meisje. Dat is goor.”

“En jij? Wat heb jij gedaan in die periode dat ik er niet was?”

“Ik heb stevig getongd met Henk.”

“Met Henk?,” klinkt Luuk vol afgunst. “Ik dacht dat jij Henk zo’n lul vond?”

“Valt wel mee. Zeker als je er niemand anders is om te kussen.”

Dit spel is te gek voor woorden. Ik ben jaloers, ik weet het. Ik ben stinkend jaloers en laat niemand aan mijn Luukie komen. En alleen Luukie mag aan mij komen.

“Weet je wat ik denk?,” zegt hij.

“Geen idee. Misschien wil je het uitmaken?”

“Zou je dat dan willen?”

“Ja … eh … nee. Eh, ik weet het niet.”

Luuk buigt zich voorover totdat onze lippen elkaar raken. Ik heb geen zin om te reageren maar kan de aanraking niet weerstaan. Even later voel ik zijn tong in mijn mond.

“Hou op, je verkracht mij bijna,” sputter ik mij tegen.

“Er wordt pas over verkrachting gesproken als het slachtoffer zich heftig verweert. Die indruk heb ik absoluut niet.”

“Nu dan?”

Met een enorme ruk trek ik hem voorover waardoor Luuk, met kleren en al, in het bad valt.

“Randdebiel, gore klootzak,” wrijft hij het sop uit zijn haar.

Veel verder dan die twee opmerkingen komt hij niet want wij vrijen. Wij vrijen als nooit tevoren. Wij vrijen met een heftigheid alsof wij elkaar al in jaren niet meer gezien hebben. En wij menen het echt. Elke kus is oprecht en elke streling is gemeend.

“Wil je met mij trouwen?,” zegt hij plotseling.

Ik duw hem van mij af en kijk hem verontwaardigd aan.

“Hoe kan je dat nou vragen als ik geen kleren aan heb?”

“Dan trek ik mijn kleren toch ook uit?”

Even later liggen we heerlijk te kroelen terwijl de kraan doorloopt. Het sop ligt overal op de badkamervloer en elke indringer zal direct op zijn snufferd gaan omdat de grond verraderlijk glad is geworden van de zeep.

“Het is niks dat je mij in het bad hebt getrokken maar nu zijn de treinkaartjes en mijn geld ook nat geworden.”

“Treinkaartjes?,” vraag ik beduusd. “Waar wil je dan naar toe?”

“Naar Scheveningen. Ik wilde je verrassen. Ik heb ook geld gespaard om ergens te gaan eten.”

“Hoe kom je dan aan dat geld?”

“Ik heb gewerkt in die tijd dat wij niet samen waren.”

Plotseling voel ik mij lullig om die stomme jaloerse opmerkingen die ik daarnet heb gemaakt. Luuk heeft inderdaad de hele tijd aan mij gedacht. Hij is gaan werken om ons te trakteren. Ik draai mij hoofd weg en begin te huilen.

“Wat is er? Doe ik het niet goed?”

“Jawel. Maar ik heb daarnet zo lelijk tegen je gedaan.”

“Hé. Ik ken je toch zeker wel? Ik weet dat je het niet meende. Die opmerkingen ben ik al lang vergeten. Je bent lief.”

“Jij ook.”

Een paar uur later zitten wij in de trein. Luuk zijn hoofd ligt op mijn schouder. Meestal is dat andersom en plotseling weet ik hoe Peertje zich moet voelen. Ik mis Peertje ineens onstellend.

“Morgen ben ik er niet.”

“Waar ga je dan naar toe?”

“Ik ga naar Peertje en ik wil alleen met hem zijn.”

“Hm. Klinkt goed. Je hebt dan uiteindelijk tóch geleerd van wat ik je heb gezegd.”

“Jawel.”

Ik kijk Luukie aan. Hij ziet er koddig uit in mijn kleren. Ik ben maar een kleintje maar hij is nog veel kleiner waardoor mijn kleren een paar maten te groot voor hem zijn. Ze slobberen een beetje waardoor hij een beetje op een zwervertje lijkt. Maar hij is mijn zwervertje, mijn lieve kleine zwervertje.

Terwijl de weilanden langs ons heen voorbij schieten sla ik mijn arm steviger om hem heen terwijl ik zachtjes aan zijn broeksriem peuter. Alles is weer hetzelfde, misschien is het zelfs nog beter geworden. Als ik mijn hand zoekend naar beneden verplaats dan voel ik dat zijn toverstokje er ook nog is. Ik weet dat je drie wensen mag doen als je ergens een toverstokje vindt. Later op de dag merk ik dat mijn eerste wens is uitgekomen. Wij beleven samen een zalige dag.

Ik besluit om de andere twee wensen te bewaren voor als het nog eens nodig mag zijn. Voor noodgevallen.


Jatagan
16-11-2003

Alle teksten ressorteren onder Jatagan©copyright, tenzij anders is aangegeven. Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd, ingekort of verpersoonlijkt worden.

Jatagan

terug naar boven