Verhalen

Jatagan, over tongworstelen en een maagdeliefje

Het regent, het plenst. Het pleintje voor de deur ligt er verlaten bij. Niemand wil naar buiten om een balletje te trappen. Binnen is het gezelliger en je wordt er in ieder geval niet nat. Stief en Ma zijn beneden en kijken tv. Emmetje en ik zijn op onze kamer en praten wat met elkaar. Waar onze jongste broertje zijn weet ik niet. Waarschijnlijk zijn zij ook op hun kamer maar soms zwerven zij door het hele huis en laten onze hond Pluisje ‘snuffelwerk’ doen omdat zij op zoek zijn naar verborgen schatten.

Eigenlijk is het niet zo interessant om te vertellen waar mijn broer en ik over praten. Het gaat over school, opstellen schrijven, voetbal en over andere dingen die van de week zijn gepasseerd. Emmetje is bijna altijd serieus maar soms is hij melig en dan gaat hij moppen vertellen. Dat kan hij goed en als hij klaar is dan kijkt hij je aan met een strak gezicht alsof hij niet begrijpt waarom je lacht. Die houding zorgt ervoor dat je nog harder moet lachen en soms kan je helemaal niet meer bijkomen en doen je rug en maag tegelijkertijd zeer van het schateren. Ik vraag mij wel eens af waar hij al die moppen hoort. Volgens mij zit hij op een school voor komedianten.

Als hij van plan is om een mop te gaan vertellen, gaat de deur open en ‘vallen’ onze broertjes binnen. Pluisje sjokt er achteraan en springt op bed. Hij zoekt gelijk een lekker plekje om te slapen maar dat zijn mijn broertjes niet van plan. Hun hoofden zijn rood en ze praten door elkaar. Emmetje maant ze tot rust. Hij kan niet tegen al dat gekwetter.

“Wat zijn jullie aan het doen?,” vraagt Jeetje.

“Niet veel. Wij vervelen ons en gaan moppen vertellen,” antwoord ik hem.

“Hoi, hoi”, springt hij op en neer.

“Moppen. Ik weet er ook nog een.”

Gelijk gaan zijn ogen glinsteren waardoor je kan raden dat hij een of andere ranzige mop kwijt wil. Meestal zijn die grappen op het vulgaire af en aan het einde van het verhaal zijn de personen waar hij over vertelt allemaal aan het ‘wippen’. Bijna nooit komt er een leuk slot te voorschijn maar de ondeugende manier waarop hij kijkt tijdens het vertellen is altijd kostelijk. Het gaat hem er om om zoveel mogelijk vieze woorden in een mop te proppen want als je die woorden verpakt in een grapje dan mag het, zelfs als wij aan tafel zitten.

“Jij kan geen moppen vertellen,” zeurt Emmetje die het helemaal niet zo leuk vindt dat zijn broertjes op ‘bezoek’ zijn gekomen.

Hij houdt van rust. Mijn broertjes moeten van hem altijd eerst aankloppen en dan mogen zij pas naar binnen als hij de deur open doet. Dat zijn ze ook deze keer vergeten en ze krijgen gelijk een preek toegediend. Jeetje en Adjoe kennen hun grote broer maar al te goed en laten hem maar wat kletsen. Ze weten toch dat hij daarna bijdraait.

“Ik kan wel goed moppen vertellen. Jij zegt maar wat en weet niet eens waar ze over gaan.”

“Ja hoor. Ze gaan altijd over neuken. Dat zijn de beste moppen.”

“Je moet eens ander onderwerp nemen.”

“Dat is saai man.”

“Luister. Ik zal een voorbeeld geven.”

Emmetje gaat rechtop zitten en weet zich gelijk geflankeerd door zijn jongere broertjes. Ze zitten naast hem op bed. Elk aan zijde. Ik lach. Dit is de houding die Emmetje het beste ligt, als opvoeder. Als oudere broer voelt hij zich verantwoordelijk voor het gedrag van zijn jonge broertjes en, als ze bij hem zijn, doet hij altijd zijn best om een goed voorbeeld te zijn.

“Er is een verkoper bij de supermarkt en die heeft de opdracht gekregen om een pot met stroop bij te vullen. Hij pakt een grote pot van een liter en giet de inhoud in een kleiner potje. Als hij daar bijna mee klaar is dan komt er een postbode langs en die roept: een brief, ik heb een brief voor je.”

Bij de laatste woorden laat Emmetje zich achterover vallen op bed en buldert het uit van de pret. Bijna wordt Pluisje onder zijn gewicht verpulverd en springt geschrokken weg. Emmetje vangt hem in een fractie van een seconde en drukt hem stevig tegen zich aan terwijl hij hard blijft lachen. Jeetje en Adjoe zitten er beduusd bij. Ze snappen er niks van en Emmetje blijft maar doorlachen.

“Ik snap hem niet,” zegt Adjoe.

“Ik ook niet,” zegt Jeetje.

Emmetje gaat nog harder lachen en stikt er bijna in. De tranen lopen over zijn gezicht.

“Wat zijn jullie toch dom,” proest hij het uit.

“Ja. Maar hij is niet leuk. Was de mop al af?”

“Oh. Ik moet jullie ook altijd alles uitleggen,” knipoogt Emmetje naar mij. “Probeer eerst maar om zelf te ontdekken wat er zo lollig is aan mijn mop.”

“Wat staat er in die brief, dan?”

“Dat weet ik niet,” lacht Emmetje. “Die brief is misschien helemaal niet interessant.”

“Denk nou eens goed na,” speel ik het spelletje mee.

Seconden lang staan de gezichten van Jeetje en Adjoe op nadenken maar het helpt niet veel.

“Oh. Het is die pot met stroop. Eén liter stroop kan nooit in zo’n klein potje.”

“Fout, fout, fout,” giert Emmetje het weer uit.

“Zeg dan. Wat is er zo leuk aan die mop?”

“Dat jullie er zo stom bij zitten te kijken. Dat is zo leuk.”

“Nou zeg. Dus het is helemaal geen mop?” Jeetje is pissig.

Zijn ogen staan vol vuur. Hij voelt zich beetje bedrogen door zijn broer en even later zijn ze met zijn drietjes aan het stoeien op bed.

“Wat waren jullie aan het doen?,” vraagt Emmetje plotseling als Jeetje boven op hem zit en Adjoe zijn benen probeert af te klemmen.

“Boven.”

“Op de vliering? Je weet toch dat je daar niet mag komen van Pa. Er staat allemaal oude troep.”

“Ja. Maar het is er wel leuk. Wij hebben allemaal seksbrieven gevonden.”

“Seksbrieven?”

Ik veer op. Dit kan toch niet waar zijn? Maar het blijkt al snel: Jeetje en Adjoe hebben de brieven gevonden die Pa en Ma naar elkaar hebben geschreven toen ze nog verliefd waren. Wat stom van ma om ze daar te verbergen. Ze weet toch hoe ondernemend mijn broertjes zijn?

“Pa vindt Ma een maagdeliefje,” zegt Adjoe.

“Madeliefje, lul,” corrigeert Jeetje zijn tekortkomingen in de Nederlandse taal.

“En ze deden het ook met hun tong,” schatert Jeetje het uit.

“Wij hebben het ook geprobeerd maar het is goor.”

“Wat?,” schrik Emmetje. “Hebben jullie getongd? Dat doen jongens niet met elkaar. Tongen doe je met meisjes.”

Hij is bezorgd, bezorgd dat zijn broertje hun seksuele identiteit zullen verliezen.

“Het was maar voor één seconde. Toen zijn wij gestopt. Het was echt niet lekker.”

Adjoe schudt zijn hoofd: “Het was veel langer en het was echt wel lekker.”

Zijn gezicht spreekt boekdelen. Zijn ogen schitteren en zijn lichaam straalt.

“Wij hebben een wedstrijdje gedaan wie het eerste zou stoppen met tongen en ik heb gewonnen,” vervolgt Adjoe. “Ik win altijd.”

"Gatverdamme. Mijn broertjes zijn twee flikkers geworden die een wedstrijdje tongworstelen met elkaar doen. Dat doe je toch niet? Kussen doe je met meisjes, toch niet met jongens? Straks raak je er verslaafd aan en dan blijf je homo of zoiets.”

“Pfew. Misschien ben je zelf wel een homo maar durf je het niet te zeggen.”

Ik zie aan Emmetje dat hij boos wordt. Eerst krijgt zijn hoofd een rode kleur en daarna beginnen zijn handen te trillen. Als Jeetje en Adjoe leeftijdsgenoten van hem waren geweest dan had er een flinke knokpartij kunnen ontstaan maar hij houdt zich nog in.

“Ja,” helpt Adjoe zijn maatje. “Je gaat niet voor niks zo dicht bij Luuk zitten als hij komt. En je begint altijd als eerste te stoeien met hem. Kan je hem zeker lekker in zijn kont knijpen.”

De maat is vol. De laatste opmerking heeft Emmetje op een kookpunt gebracht en ik kan hem maar net tegenhouden voordat hij er op los wil slaan. Ik stuur mijn broertjes naar beneden en ik op de trap hoor ik ze nog wat uitdagend spreken.

“Luukje, wil je nog een kusje van me?”

Mijn oudste broer is woedend. Hij springt op, pakt de hond van het bed die een geluid maakt of hij wordt gewurgd en smijt het beest door de gang. Pluisje probeert uit alle macht te remmen op het gladde zeil. Hij beweegt daarvoor zijn achterpoten in versneld tempo en komt net voor de trap weer in evenwicht. Daarna blaft hij tweemaal naar Emmetje, gromt een beetje maar als hij ziet dat mijn broer zijn richting uit komt snelt hij de trap af. Pluisje kiest eieren voor zijn geld en ook mijn jongste broertjes zijn in geen velden of wegen meer te bekennen.

“Hou ook die flikkerhond maar bij je,” schreeuwt hij ze boos na op de gang.

“Wat kan Pluisje er nou aan doen? Dat beest heeft je toch niks gedaan?”

“Ik wil niks meer met die twee te maken hebben. Ze mogen van af nu niet meer op mijn kamer komen. Ik zal Pa wel even inlichten.”

Als hij weer wat tot rust is gekeerd leg ik hem voor de zoveelste keer uit dat hij zich niet zoveel van zijn broertjes moet aantrekken. De dingen die zij samen onderzoeken moet hij maar beschouwen als experimentjes. En bovendien heeft het ook iets spannend en is het een wedstrijdje van wie het meeste durft. Emmetje zucht. Hij legt zich er niet graag bij neer maar als ik het zeg dan zal het wel zo zijn.

Even later gaan wij naar beneden en zien dat Jeetje en Adjoe de autoracebaan in elkaar hebben gesleuteld. Ze gaan volledig op in hun spel en merken het amper dat we zijn binnengekomen. Emmetje gaat op zijn knieën zitten en vraagt of hij mag meedoen. Dat is geen probleem en als mijn oudste broertje wint kijken de kleinste elkaar aan.

“Als er iemand verliest dan moet hij de winnaar een kus geven,” stelt Jeetje voor.

Emmetje trekt een vies gezicht maar ziet aan mijn hoofdschudden dat hij die opmerking beter kan negeren.

“Niet zo eentje,” verduidelijkt Jeetje zich. “Ik bedoel een gewone kus.”

Adje is een beetje moe en gaat bij Ma op schoot zitten. Hij knuffelt wat en zegt plotseling: “Jij bent mijn maagdeliefje.”

“Madeliefje,” corrigeert Jeetje hem opnieuw.

“Waar heb je dat woord nu weer vandaan gehaald?,” lacht Stief.

Het ligt op de lippen van Emmetje om te vertellen dat ze op zolder zijn geweest en tussen de liefdesbrieven hebben gesnuffeld. Maar hij houdt zich in. Met moeite, weliswaar. Maar toch. Jeetje vindt dat het zwijgen van Emmetje moet worden beloond en geeft hem plotseling een kus op zijn voorhoofd. Als hij tegen hem aan gaat hangen zegt hij: " “Jij bent mijn allerliefste broertje,” en Emmetje kijkt trots in mijn richting.

“Emmetje kan heel goed moppen vertellen, Pa,” slijmt Jeetje waarna hij bij stief op schoot springt.

“Oh, ja?,” streelt stief hem zachtjes over zijn buik.

“Ja. Van een postbode en een brief. Die is heel goed.”

Het zijn mijn broertjes en ze weten verdomd goed op welke momenten ze diplomatiek moeten zijn. Daarna is het stil en Emmetje vertelt zijn mop waarna hij gierend van het lachen over de grond rolt terwijl de rest van het gezin elkaar beduusd zit aan te kijken. Niemand snapt het grapje, maar toch

“Emmetje is ook een maagdeliefje,” roept Adjoe plotseling.

“Madeliefje,” corrigeert Ma hem. “Maar dat soort opmerkingen kan je beter tegen een meisje zeggen dan tegen een jongen.”

Waarna Emmetje mij aankijkt met een blik van 'zie je wel dat ik gelijk had.'

Daarmee valt alles weer keurig op zijn plaats en is het voorval van het tongworstelen weer snel vergeten.

Jatagan 02-11-2003

Alle teksten ressorteren onder Jatagan©copyright, tenzij anders is aangegeven. Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd, ingekort of verpersoonlijkt worden.

Jatagan

terug naar boven