Verhalen

Jatagan, Sneeuwballen

Meestal word ik wel wakker van de geluiden van mijn broertjes in de vroege morgen produceren of dat één van die belhamels mijn bed als trampoline gebruikt. Soms, heel soms, kruipt er eentje dicht tegen mij aan in mijn mandje maar dat komt niet zo vaak  meer voor sinds Adjoe het nieuwe speelkameraadje is geworden van Jeetje. Ze geven elkaar voldoende afleiding en daarom ben ik een beetje in de vergetelheid geraakt. Van Emmetje heb ik absoluut geen last. Hij ‘woont’ nog steeds in mijn kamer en als hij eerder wakker is dan ik dan gaat hij rustig een boek liggen lezen en maakt geen geluid totdat hij zeker weet dat ik weer helemaal bij mijn positieven ben. Meestal ontsteekt hij dan meteen een vragenvuurtje over de dingen die hij gelezen heeft of begint de ‘planning van de dag’ op te dreunen. Ik kan merken dat hij mij steeds minder nodig heeft en dat hij steeds meer naar zijn vader trekt die hem veel betere antwoorden op zijn vragen kan geven dan ik ooit zal kunnen.

Ik word wakker door zachte plofgeluiden tegen het raam, net alsof er iemand steeds een zacht voorwerp tegen het glas gooit. Die laatste gedachte lijkt mij erg stug omdat onze kamer op de eerste verdieping ligt of er zou iemand op stelten door de tuin moeten banjeren. Nog een beetje slaperig kijk ik om mij heen en zie dat de dekens op het bed van Emmetje al rechtgetrokken zijn. Je zou eerder zeggen dat er nooit iemand in dat bed geslapen heeft want alles is minutieus opgemaakt. Zelfs het kussen is opgeklopt. Zo is Emmetje altijd al geweest, keurig zijn op zijn spulletjes.Maar soms zou ik willen dat hij net zo slordig was als ik. Ik gluur even naar het raam maar dat is ver weg en ik heb nog geen zin om uit mijn warme bedje te komen.

Een nieuwe plof tegen het raam maakt mij wel heel nieuwsgierig en dan besluit ik toch maar om te gaan kijken wat er allemaal aan de hand is.  Zodra ik de gordijnen heb opgetrokken sluit ik  mijn ogen omdat het zonlicht schel naar binnen schijnt. Als ik gewend ben aan het felle licht zie ik dat mijn broertjes op het straatje voor de tuin aan het spelen zijn. Het heeft flink gesneeuwd, allemachtig de hele wereld ziet wit en mijn broertjes staan sneeuwballen naar mijn raam te gooien. Als ze merken dat ik voor het raam sta wenken zij en schreeuwen dat ik  mij zo snel mogelijk moet aankleden om mee te komen doen met sneeuwballen gooien. Ik blijf nog even staan om te kijken en zie dat ze een ijsbaan hebben gemaakt waarop Pluisje de meest vreemde kapriolen uithaalt om op  zijn poten te blijven staan. Als mijn broertjes hem bekogelen met sneeuwballen probeert hij om zo snel mogelijk weg te vluchten maar raakt door de snelle bewegingen in een slip en ‘krult’ om een lantaarnpaal die aan het einde van de ijsbaan staat. Pluisje begint te piepen maar staat weer snel op om een nieuwe aanval van sneeuwballen te ontwijken. Op een veilige afstand staat hij hijgend te kijken naar mijn broertjes die de grootste pret hebben.

Omdat ik nu toch al wakker genoeg ben neem ik een douche om mij op te frissen,  schiet in mijn kleren en ga daarna naar beneden. In de woonkamer tref ik Stief in een karakteristieke houding. Hij zit in een gemakkelijke stoel en leest en lurkt wat aan zijn sigaartje. Ma is in de keuken bezig en Emmetje komt op dat ogenblik net verontwaardigd binnen stormen door de tuindeur.  Hij is boos en komt steun zoeken bij Ma.

“Maha, Jeetje en Adjoe gooien ijsballen naar mij toe.”

Stief kijkt op van zijn leeswerk en glimlacht even. Hij houdt erg veel van Emmetje maar de twee kleintjes hebben speciale privileges wat dikwijls de ergernis opwekt bij mijn oudste broertje die ook wel eens gelijk wil krijgen.

“Ach, jongen toch. Ik hoop niet dat ze je bezeerd hebben?,”  reageert Mams. Haar stem klinkt bezorgd maar overdreven genoeg om te laten blijken dat hij niet zozielig moet doen.

“Maha, het is levensgevaarlijk. Als ze zo’n ijsbal op je oog gooien dan ben je voor je hele leven blind.”

Natuurlijk heeft hij gelijk, dat weet iedereen maar mijn broertje brengt het dikwijls  op zo’n zeurderig manier dat je bijna zou gaan denken dat op het punt staat om een rasechte nicht te worden. Stief staat zuchtend op en loopt naar de keuken.

“Luister eens, als jij die  twee dreutels niet aan kan dan blijf je maar lekker binnen.”

Emmetje kijkt zijn vader vernietigend aan. Hij voelt zich verongelijkt omdat hij op de steun van zijn ouders gerekend. Telkens weer trekt hij aan het kortste eind als het over zijn broertjes gaat. Zij mogen alles en hij laat dikwijls genoeg blijken dat hij zich achtergesteld voelt. Hij loopt naar de woonkamer en gaat mokkend voor het raam staan. 

“Kijk nou wat ze doen. Als ze Pluisje raken dan moet die gelijk naar de dierendokter.”

In de verte komt een jongen in een rolstoel aanrijden. Hij is een jaar of veertien of  vijftien en iedereen in de buurt kent hem als Biertje nadat hij op oudejaarsdag in een beschonken toestand een aantal geparkeerde wagens had geramd met zijn rolstoel. Ook onze auto had het moeten ontgelden waardoor stief zijn wagen voor een aantal dagen kwijt was om een paar flinke krassen te laten verwijderen.

Het duurt niet lang voordat mijn broertjes hem in het vizier krijgen.

“Daar heb je Biertje,” wijst Jeetje naar de jongen die in de verte aan komt rollen.

Adje kijkt in de richting waarin zijn broertje wijst en zegt niks. Zijn ogen staan op ‘oneindig’ en het laat zich makkelijk raden dat er enig denkwerk in zijn ‘koppie’  omgaat. Hij heeft genoeg in de wereld meegemaakt en weet dat ze met z’n tweetjes veel sterker zijn dan de gehandicapte jongen. Ze wachten tot de jongen dichterbij is gekomen.

“Mag ik meedoen met sneeuwballen gooien?,” vraagt hij voorzichtig.

“Hoe kan dat nou, je zit toch in een rolstoel?,” snauwt Adjoe hem geïrriteerd af.

Even vertrekt het gezicht van Biertje maar dan begint snel weer te lachen om vervolgens weer de volle laag van Jeetje te krijgen.

“Jij bent toch die klootzak die een deuk in mijn vaders auto heeft gereden?.” 

Biertje knikt aarzelend. Het doet hem pijn dat mijn broertje er na een paar maanden nog op terugkomt. Per slot van rekening is alles keurig geregeld met de verzekering en is iedereen schadeloos gesteld. “Ja, ik had teveel gedronken. Het was oudejaarsdag, weetje.”

“Waar heb jij je rijbewijs dan gehaald, bij Albert Heijn?”

De jongen in de rolstoel laat zijn hoofd zakken en stamelt dat het allemaal  niet zijn bedoeling was geweest.  Hij had een beetje teveel gedronken en was tijdens het afsteken van vuurwerk aan het rijden gegaan. Op dat ogenblik slaat Adjoe verraderlijk en van achteren toe door een paar handen met sneeuw in de kraag van Biertje te stoppen. De jongen schreeuwt het uit van schrik en begint woest om zich heen te slaan maar de twee kleintjes zorgen er wel voor dat ze uit de handen van de grijpgrage puber blijven. 

Aan het raam staat Emmetje die het schouwspel vol afgunst voor zijn ogen ziet voltrekken.

“Godsamme, Paha, doe nou wat. Ze staan nou weer met Biertje te klieren maar die jongen kan zich niet verdedigen omdat hij in een rolstoel zit.”

Stief springt op en gaat naast mijn oudste broertje staan om te zien wat er allemaal op straat gebeurt.

“Sodemieters, die kleine ratten,” schrikt hij terwijl de sigaar tussen zijn lippen danst.

Het as valt op de grond maar hij veegt dat snel weg omdat hij weet dat Ma pissig  wordt als ze merkt dat iemand op haar pas ingewreven vloer staat te morsen.

“Zal ik ze binnen halen?,” zegt Emmetje terwijl hij niet op antwoord wacht en al naar de deur loopt om actie te ondernemen. 

Voordat hij de kruk van de deur in zijn handen heeft wordt hij weggedrukt door Ma die in het voorbijgaan zegt dat zij dat akkevietje zelf wel zal regelen. Met driftige stappen loopt zij de tuin in en gebaart naar de jongens dat ze naar haar toe moeten komen. Ze is boos, dat is duidelijk aan haar te zien en als Ma boos is dan kan je maar beter doen wat ze zegt dat je moet doen want anders is het leed niet te overzien. Mijn broertjes weten dat en ze weten ook dat ze dan twee keuzes hebben: bij Ma uit de buurt blijven of haar knuffelen totdat ze weer gaat lachen. Maar ditmaal ziet het er niet naar uit dat ze zich zo makkelijk laat overhalen. Vol schuldbesef komen ze aansjokken en Pluisje sluit de rij.

“Goh, ze krijgen ook eens een keertje straf,” moppert Emmetje.

“Natuurlijk krijgen ze straf. Wat dacht je dan? Als  ze geen straf van je moeder krijgen dan krijgen ze dat wel van mij.”

“Ze zullen er wel met een knuffelpartij van afkomen, de gluipers,” moppert mijn oudste broertje nog wat door.

Stief zwijgt. 

De volgende ogenblikken laten zich nauwelijks omschrijven. Niet alleen omdat het onverwachte gebeurt maar ook omdat alles zich in luttele seconden afspeelt. Jeetje vliegt half door de lucht door een perfecte heupbeweging en voordat Adjoe het beseft ligt hij naast zijn broertje te spartelen. Ontsnappen is er niet bij want Ma zit boven op hen terwijl ze hun gezichten inwrijft met losse sneeuw. Jeetje en Adjoe schreeuwen het uit als speenvarkentjes en kermen nog harder als Ma hun bovenkleding losrukt en vers sneeuw tegen hun lichaampjes drukt. Jeetje begint te huilen maar komt niet los uit de greep van Ma. Adjoe blijft spartelen maar ook hij is weinig succesvol.

“Krijg nou de pleuris,” zegt Stief verbaasd terwijl zijn sigaartje op de grond valt. “Je moeder is de reïncarnatie geworden van Sidonia. Waar, in hemelsnaam, heeft ze dat geleerd? Daar heeft ze mij nooit iets over verteld.”

“Ik wil het niet weten,” antwoord Emmetje met een lichte twinkeling in zijn ogen.

“Eh, Stief … je sigaartje,” wijs ik naar de brandende peuk die op de grond ligt. 

“Jezus. Ja, goed dat je het zegt. Ik zal het snel opruimen ander word ik straks ook op een brancard afgevoerd.”

Als een stelletje criminelen worden mijn broertjes aan de kraag binnengevoerd en als Ma ze uiteindelijk los laat zijn er weinig woorden nodig om ze te laten begrijpen dat ze naar hun kamertje moeten gaan. Als de ‘tweeling’ verdwenen is kijkt ze ons triomfantelijk aan en klopt het laatste beetje sneeuw van haar handen.

“Zo, dat klusje is geklaard. Waar was ik ook al weer mee bezig?.”

Iedereen zwijgt en we kijken elkaar verwonderd aan. Niemand durft ook te spreken uit angst om iets verkeerd te zeggen. Toch is Emmetje de eerste die het aandurft om iets te zeggen. Hij dreutelt achter Ma aan en we horen hem praten van uit de keuken.

“Maha, Jeetje had bijna zijn been gebroken,” neemt hij het op voor zijn broertjes.

Eén dwingende blik is blijkbaar voldoende om mij oudste broertje te laten zwijgen. Hij weet het: commentaar wordt op dit ogenblik niet op prijs gesteld. Bovenden heeft Ma het te druk met eten koken.

Als het eten op tafel komt is de sfeer anders. Iedereen moet wennen aan de nieuwe situatie. Bovendien weet niemand wat we op dit ogenblik aan moeten met een ‘gespierde’ moeder.  Mijn broertjes zijn boos maar hebben vol ontzag als Ma iets te dicht bij hen in de buurt komt. Jeetje duikt steeds schielijk weg of hij doet net alsof. Adjoe doet star en voor het eerst in tijden treuzelen ze niet met eten zijn als eerste van tafel. Ze verdwijnen gelijk naar hun kamertje waar ze zich de hele avond verschansen.

Een paar dagen later gaat de telefoon. Het is de lerares van Jeetje en Adjoe. Ze vraagt naar Ma en dit is niet zo verwonderlijk want zij is een goede vriendin van Ma. Omdat ze nogal hard praat is het telefoongesprek vrijwel letterlijk te volgen. 

“Ben jij vroeger wereldkampioen karate geweest?,” klinkt de stem lacherig.

“Hoe kom je nu toch weer aan die onzin?,” wil Ma weten.

“ Nou, dat nieuws lopen je kinderen op school te vertellen. Ze lopen iedereen uit te dagen en zeggen dat ze hun Moeder er wel even bij zullen halen omdat die een WK karate  heeft gewonnen.”

“Ja. Ja,” zucht Ma. “Ik geloof dat ik nog een appeltje te schillen heb met die twee. Laat dat maar aan mij over.”

Emmetje en ik kijken elkaar aan en begrijpen dat Ma even niet zichzelf is. Maar hoe ze dat appeltje wil gaan spelen met Jeetje en Adjoe blijft nog even een raadsel omdat de sneeuw inmiddels al van de straten is verdwenen.

Opnieuw inzepen is uitgesloten of … ze heeft nog iets anders in petto.

“Kunstsneeuw?,” maakt Emmetje grapjes als we op onze kamer zijn. Het is maar goed dat Ma het niet hoort. Je weet maar nooit.

“Biertje?”

Jatagan

Zondag, 27 maart 2005  

Alle teksten ressorteren onder Jatagan©copyright, tenzij anders is aangegeven. Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd, ingekort of verpersoonlijkt worden

 

Jatagan

terug naar boven