|
Emmetje
is iemand die zijn leventje perfect wil kunnen beheersen. Er zullen hem
geen grote uitspattingen overkomen want dat zou wel eens buiten zijn controle
kunnen vallen.
Zijn deel van onze kamer is dan ook altijd netjes opgeruimd. Stel je voor
dat iemand hem iets zou vragen en hij zou dat niet kunnen vinden. Dan
raakt hij écht in paniek en dan is hij vanaf dat moment niet meer te genieten
totdat hij gevonden heeft wat hem is gevraagd. Ook de kast waar zijn kleding
in ligt is een voorbeeld voor velen. Als Ma zijn spulletjes gewassen heeft
dan wil hij alles nog eens netjes sorteren zodat hij geen problemen heeft
om iets te vinden heeft als er wat minder tijd is.
Met school gaat het net zo. Alle boeken en schriften staan overzichtelijk
in de kast en aan zijn potloodjes zit altijd een scherpe punt. Hij schrijft
ook altijd met een potlood. Heel dun omdat hij het dan weer netjes kan
uitstuffen als hij een fout heeft gemaakt. Emmetje maakt weinig fouten.
Hij is iemand die tachtig keer nadenkt voordat hij wat opschrijft en is
volkomen geconcentreerd als hij zijn huiswerk doet.
Nu is de grote school aan de beurt. Een overstap waar hij trots op is
maar ook een overstap die hem volkomen vreemd is. Naarmate de dagen van
de nieuwe school dichterbij komen wordt hij stiller en stiller.
“Vertel eens wat er aan de hand is, Emmetje,” vraagt Ma.
Hij geeft geen antwoord maar drukt zich tegen Ma aan, wachtend op een
knuffel. Hij is onzeker. Zijn trots om naar de grote school te gaan is
helemaal verdwenen en hij hoopt dat iemand hem zal vertellen dat hij zich
maandag weer moet melden bij zijn oude school. De geborgenheid, zijn vriendjes,
de leraren, hij mist dat allemaal.
“Heb je ruzie gehad met Jeetje?,” vraagt Ma door omdat ze wil weten wat
er aan de hand is.
Emmetje haalt zijn schouders op en als er gezegd wordt dat ‘school’ wel
eens het knelpunt zou kunnen zijn krimpt hij een beetje in elkaar. Liever
wil hij er niet over praten maar hij beseft ook dat het geen zin heeft
om zijn nieuwe wereldje te verstoppen. Hij kan er toch niet aan ontkomen.
“Misschien gaan zij mijn agenda gek vinden,” praat hij zo zachtjes mogelijk.
“Waarom dan? Er staan toch allemaal mooie voetbalplaatjes in? Jij vindt
je agenda toch mooi? Je hebt hem zelf uitgekozen.”
“Ja.”
“Nou dan.”
Als Emmetje naar iemand luistert dan geeft hij altijd korte antwoordjes.
Hij zegt dan altijd dat hij dan plaats maakt in zijn hoofd om na te denken.
“Jongetje toch, maak je nou eens niet zo zenuwachtig. Alles komt best
voor elkaar.”
Dit keer blijft hij langer tegen Ma aanhangen dan gewoonlijk en hij negeert
ook de malle gezichten die Jeetje naar hem trekt. Die zit voorlopig nog
op de basisschool en heeft nog geen problemen met de overstap. Dat komt
nog wel. Alhoewel, ik denk dat het Jeetje koud laat waar die naar school
gaat. Als hij maar bij grote gasten in de klas zit dan vindt hij het wel
boeiend.
’s Avond gaat het helemaal mis. Emmetje kan absoluut niet slapen. Zijn
maag draait om en laat in de nacht rent hij naar het toilet om over te
geven. Hij is bloed nerveus en niemand kan hem daar bij helpen. Alle moed
die je hem inpraat is weer binnen een paar minuten verdwenen. Op dit soort
momenten is hij een bodemloze put omdat hij zich zorgen maakt over van
alles. Vinden ze hem wel leuk? Heeft hij geen gekke kleren aan? Zal hij
geen ruzie krijgen? Is hij de grootste van de klas?
De ochtend breekt aan. Emmetje is al wakker en zit aangekleed te wachten.
Hij wil niet te laat op school komen omdat hij dan op de eerste dag misschien
al gelijk een heleboel strafwerk krijgt. Zijn tas staat al ingepakt naast
zijn bed en als ik mij beweeg dan reageert hij onmiddellijk.
“Jij moet mij naar school brengen, hoor.”
“Ja, dahag. Ik heb nog vrij vandaag. Ik ga lekker uitslapen.”
Ik krijg de kans niet om mij om te draaien in mijn lekkere warme bed.
Emmetje sjort aan mijn dekens en binnen enkele seconden lig ik helemaal
bloot in bed.
“Wat doe je nou?,” zeg ik kwaad en probeer de dekens weer over mij heen
te trekken.
“Pa kan mij niet wegbrengen. Die is al in de praktijk bezig.”
“Nou, dan vraag je het toch aan Ma.”
“Die moet naar de kapper.”
“Zo vroeg al?”
“Ja. Kom nou.”
Ik zucht en bedenkt dat hij mazzel heeft omdat ik vandaag nog vrij ben
van school. Hij maakt er een gewoonte van dat ik een soort tweede vader
voor hem ben geworden. Maar zo vroeg in de ochtend vind ik wel dat hij
er misbruik van maakt.
Emmetje blijft door zeuren en ik besluit uiteindelijk om maar op te staan.
Een flauwe glimlach komt op zijn bedrukte gezicht. Hij is lief, maar bloednerveus.
Als we onderweg zijn voel ik dat zijn hand de mijne zoekt. Heel voorzichtig
raakt hij mij aan om te zien hoe ik zal reageren. Hier in de straat, waar
iedereen ons kent, heb ik niet zoveel zin om met mijn broertje hand in
hand te lopen. Misschien verder op. Maar ook daar zullen zij ons kennen
want mijn broertjes en ik zijn niet helemaal anoniem in onze buurt. Ik
voel mij opgelaten. Als je zo hand in hand loopt is het net of je een
hondje uitlaat. Bovendien gaat het ‘hondje’ steeds langzamer lopen en
als we halverwege zijn moet ik flink aan ‘de lijn’ trekken omdat het ‘hondje’
geen zin meer heeft om door te lopen.
“Moet ik je hand ook op het schoolplein vasthouden?.”
“Nee, daar niet. Maar je kan toch wel bij mij blijven?”
“Doe nou eens niet zo godvergeten onzeker. Volgens mij ben je nu al de
slimste van de klas.”
Hij schrikt van mijn reaktie en trekt zijn hand uit de mijne. Hij zucht
heel diep en perst zijn lippen op elkaar. Hij gooit zijn schouders naar
achteren en probeert stoer te lijken. Even later zakt zijn houding weer
helemaal in elkaar en loopt hij aarzelend verder.
Vlak bij school gekomen wacht hij aan de overkant. Op het schoolplein
zijn al veel kinderen aanwezig die aan het voetballen zijn of staan te
praten in een hoekje. Emmetje heeft het moeilijk en ik zie een traan opkomen.
Hij vecht er tegen om niet te gaan huilen. Het wereldje dat hij op de
lagere school heeft opgebouwd is er niet meer. Dat beseft hij terdege.
Op deze school begint alles weer opnieuw. Zijn houding, zijn status en
alles wat er bij hoort zou eigenlijk een uitdaging moeten zijn, maar daar
heeft hij tijd voor nodig. Ik ken hem.
“Hé, ik zie Kareltje,” roept hij opgelucht.
Hij kijkt niet meer achterom om gedag te zeggen, maar is meteen verdwenen.
Uit de verte zie ik hoe de twee kameraadjes elkaar begroeten en ik kan
weer naar huis. Emmetje is mij even vergeten. Beter zo.
Als hij na schooltijd weer thuis is praat hij honderduit over zijn nieuwe
ervaringen. Alles is perfect gegaan. De docenten hebben hun leerlingen
prima opgevangen. Ook zij weten dat er knaapjes als Emmetje tussen hun
‘kudde’ zitten die wat meer aandacht nodig hebben. De kampweek die later
zal volgen schuift hij nog even voor zich uit. Daar wil hij voorlopig
nog niet over praten want ook dat is een onzekerheid die hij nog moet
verwerken.
Tijdens het eten zegt hij plotseling stoer.
“Er zijn ook twee meisjes op school die verliefd op mij zijn geworden.”
“Oh, ja?, ” zegt stief.
“Ja. Maar dat zijn hoertjes. Die willen hét de hele dag met je doen.”
“Tjonge. En nu ko je zeker vast met het verzoek om meer zakgeld te krijgen
om die hoertjes te kunnen onderhouden?.”
Emmetje trekt een gezicht dat boekdelen spreekt.
Hij verafschuwt hoertjes. Knuffelen vindt hij heerlijk, maar dan wel met
mensen die hij kent. En hoertjes zal hij nooit in zijn leven toelaten.
Jatagan
09-09-2002
Alle
teksten ressorteren onder Jatagan©copyright, tenzij anders is aangegeven.
Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke
toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd,
ingekort of verpersoonlijkt worden.
|
|
Jatagan
|