Verhalen

Jatagan, reisverslag 1 2 3 4 5 6 7 8

Als Nenek huilt, dan huilt de hele wereld…

Ze is klein, parmantig en trots op haar kinderen en kleinkinderen. Toen wij op vliegveld Kennedy aankwamen stond zij voorop en schoot vol vreugde toen wij achter de grote schuifdeuren, die de ontvangsthal met de rest van het vliegveld scheiden, vandaan kwamen. Ze zag ons als eerste tussen al die mensen. Zij was zo blij dat ze ons weer zag dat ze eventjes een sprintje kon trekken om snel bij ons te zijn. Op haar manier dan, want iedereen is sneller dan zij is maar niemand misgunde haar de eerste knuffels en omhelzingen. Respect voor de ouderen in de familie is een recht. Dat respect is er zeker voor oude, grijze mensen. En Nenek, onze Oma is zo grijs dat het haar bijna wit lijkt.

Zij grijpt bijna elke reden aan om tijdens ons verblijf in Jakarta in onze nabijheid te zijn. Het liefst zo dicht mogelijk bij haar zoon die zij al twee jaar niet gezien heeft. Maar ze kan ook genieten van het rijke gezinsleven dat wij met elkaar hebben. Als ze op bezoek is lijkt zij nog kleiner dan zij al is. Zij wil niemand tot last zijn en is de ondergeschiktheid zelve. Stiekem vertroetelt zij Emmetje en Jeetje. Natuurlijk wordt dat gezien door mijn ouders maar die willen haar geluk niet al te veel verstoren. Eigenlijk hebben zij er ook wel schik in. Voor mij heeft zij soms wat minder aandacht. Dat vergeet zij gewoon. Stief heeft uitgelegd dat zij dat niet met opzet doet. Het komt meer omdat zij het tijdens onze vakantie ineens zo druk heeft en dan problemen heeft met het spreiden van haar liefde en genegenheid. Ik begrijp het wel en merk dat Opa het gemis van aandacht dikwijls weer goed maakt.

Opa en Oma zijn rijk. Zij hebben kunnen sparen voor hun oude dag en hoeven zich geen zorgen te maken over hun kinderen. Iedereen is goed terechtgekomen en niemand van de familie hoefde ooit in de sloppenwijken neer te strijken. Opa en Oma wonen in een piepklein huisje dat zij zijn gaan bewonen toen alle kinderen een eigen onderkomen hadden gevonden. Het is er knus en straalt vriendelijkheid uit. Wie bij hen op visite komt is een echte gast. Dat is niet te vergelijken met het begrip 'gast' zoals wij dat in Nederland kennen. Bij mijn grootouders is een gast zelfs verheven boven hun eigen belangen en zij beschouwen het als een persoonlijk falen als een bezoeker het niet naar zijn zin heeft gehad.

"Nederlanders zijn gierig," heeft Nenek mij wel eens toevertrouwd.

"Hoezo Oma?."

"Als iemand koffie komt drinken krijgen de gasten maar één koekje en dan gaat de trommel weer dicht. Bij ons blijft de trommel gewoon zonder deksel op de tafel staan. En als de koekjes op zijn dan gaan we snel weer een nieuwe zak met koekjes in de winkel halen."

Ik glimlach om haar opmerking. Het is maar al te waar, maar ik kan het toch niet laten om even een opmerking te maken over de zes drankflessen die op het toilet staan. Ze zijn gevuld met water en worden gebruikt om het toilet door te spoelen. Ze sputtert tegen en probeert mij uit te leggen dat alleen gasten de wc mogen doortrekken of als ze zelf een grote boodschap hebben gedaan. Voor het wegspoelen van een plasje gebruiken zij het water uit de flessen, tenzij het erg gaat stinken.

Al die tijd dat wij in Jakarta waren is zij vrolijk geweest maar als het einde van de vakantie nadert slaat haar bui om. Nooit heeft zij het vertrek van haar zoon naar het buitenland echt kunnen accepteren alhoewel zij het hem wel gunde. Zij is ook boos omdat hij zijn afspraak niet is nagekomen. Hij zou naar Nederland vertrekken om te studeren en daarna weer naar zijn geboorteland terugkeren. Niemand vond het jammer dat hij hier mijn moeder heeft ontmoet, maar iedereen vond het wel zonde dat hij zich hier heeft gevestigd.

Op de afscheidsavond bij Opa en Oma zijn wij allemaal stil tijdens het eten. Alleen Ma probeert de boel een beetje op te vrolijken maar iedereen voelt de stemming aan. Oma heeft haar best gedaan om er een koningsmaaltijd van te maken. Er is voor elk wat wils en voldoende te eten voor twee dagen. Het is heerlijk maar Nenek is verdrietig. Tijdens het eten pakt ze haar wandelstok, legt haar handen op de knop en buigt vervolgens haar hoofd. Ze maakt een verslagen indruk. Ze beseft dat onze terugkeer naar Nederland nabij is. Al haar jaloezie en strijd had zij in het koken van eten gelegd om te laten zien dat zij lekkerder kan koken dan mijn moeder. Zij had gehoopt dat stief hierdoor zou besluiten om voorgoed bij haar in Jakarta te blijven. Maar diep in haar hart weet zij dat zij een ongelijke strijd vecht. Opa streelt haar zachtjes over haar rug, maar zij reageert niet. Dan richt zij haar hoofd op en kijkt haar zoon aan. Haar ogen staan vol tranen.

"Ik weet niet of ik er nog zal zijn als jullie over twee jaar terugkomen."

"Mama toch," probeert stief geschrokken.

Hij kijkt naar de rest van ons gezin maar iedereen zit met het hoofd gebogen. Jeetje prikt wat met zijn vork in een stukje ananas maar er lopen tranen over zijn wangen. Hij huilt stil, zonder geluid te maken. Emmetje legt zijn hoofd op de schouder van Ma die hem door zijn haren strijkt. Ook hij is verdrietig.

"Ik zal elke dag de tafel dekken en twee extra borden neerzetten. Eén bord voor jou en één bord voor je broer."

"Mams, ik ben toch niet dood."

"Jawel, het voelt als dood. Je hebt gelogen tegen mij. Gelogen. Je hebt beloofd om terug te komen."

Oma staat op en kijkt naar de foto's die in lijstjes op de kast staan. Voorzichtig pakt ze er eentje op.

"Jouw broer Abram heeft ook gelogen. Ook hij is weggegaan en nooit meer teruggekomen."

"Mam, je weet zelf hoe ziek hij toen was."

"Hij was niet ziek, hij is…"

"Ma, Abram is dood. Als hij de kracht had gehad dan zou hij nog bij ons zijn."

"Abram had je nooit naar Nederland laten gaan. Hij was je lievelingsbroer, jullie waren onafscheidelijk."

"Misschien zou hij wel met mij zijn meegegaan."

Stief is opgestaan en heeft zijn armen om Nenek geslagen. Eerst probeerde zij hem boos weg te duwen. Omdat dit niet lukte liet zij het gelaten toe. Daarna draait zij zich om en legt haar hoofd tegen zijn borst. Zij huilt onbedaarlijk terwijl stief haar zachtjes kust.

"Het is gemeen, het is gemeen. Ik mis jullie zo verschrikkelijk als jullie er niet zijn."

Ook de wangen van stief zijn betraand. Als Nenek huilt, huilt de hele wereld. Haar verdriet is aanstekelijk en zo dicht bij ons dat niemand zijn ogen kan droog houden.

"Waar zullen jullie zijn als God mij plotseling komt halen? Jullie wonen zo ver weg dat ik niet eens fatsoenlijk afscheid kan nemen," snikt het vrouwtje.

"Ma. Als je ons nodig hebt dan zullen wij binnen 24 uur bij je zijn. Dat beloof ik je"

"Allemaal?"

"Natuurlijk Mams. Allemaal."

Oma slaat een diep zucht. Zij is voor een momentje opgelucht en geeft stief een flinke kus op zijn wang.

"Mijn God. Ik hou zo zielsveel van jullie."

Ze draait zich om en loopt naar de slaapkamer. Ze is moe van het verdriet en de indrukken die bij een vertrek horen. Bij elke stap steunt zij krachtig op haar wandelstok. Wij staren haar na en stief schudt het hoofd. Als zijn hart kon spreken dat zou hij huilen. Maar hij probeert zich groot te houden. Als zij de deur van het vertrek opendoet springen mijn broertjes van tafel. Zij hebben zich al die tijd stilgehouden, maar nu voelen zij het als hun taak om Nenek te steunen in haar verdriet. Jeetje is het eerste bij haar en begint maar wat tegen haar aan te praten. Hij weet dat zij zal luisteren naar haar omdat zij dat altijd gedaan heeft. Jeetje is haar oogappeltje. Bovendien is hij een ontstellende gezellige kwebbelaar die in staat is om mensen hun problemen en hun zorgen voor een moment te laten vergeten. Emmetje zegt niks, maar als hij bij Oma is gekomen dan slaat hij zijn arm om haar heen. Ma probeert om ze terug te halen. Ze begrijpt dat Oma wil rusten maar Opa zegt dat het goed is. Kinderen zijn het beste medicijn.

Even later horen wij hoe het drietal praat in de slaapkamer en onverwacht begint Jeetje een liedje in het Maleis te zingen. Het duurt niet lang voordat Emmetje meedoet. Zijn stem klinkt verdrietig en beverig, net of alle tonen van het versje huilen. Het is een heel lief liedje dat stief ooit gezongen heeft aan het bed van mijn broertjes voor het slapen gaan. Ik ken de woorden niet maar weet wel dat het gaat. Het gaat over een vriend die heel ver weg woont en die kan soms heel dichtbij kan zijn. Soms dichterbij dan familie die bij je in de buurt woont en die niet meer bereid is om met je te praten. Het is wonderlijk dat Jeetje zich dat liedje op dit moment herinnert. Maar het is een godsgeschenk. Even later horen wij ook de stem van Oma. Zij probeert mee te zingen omdat Jeetje niet tekstvast is. In het begin lukt het nog niet zo erg maar, naarmate het liedje vordert, wordt haar stem krachtiger. Wij luisteren. Dankbaar, omdat dit gebeurt. Dan begint Opa op de melodie te neuriën en zingt ook stief uit volle borst mee. Net of het een plechtig staatslied is.

Als het na een uurtje volkomen stil is gaat Ma op onderzoek uit en wenkt ons te komen. Mijn broertjes liggen weerszijden van Nenek op de lakens van het grote tweepersoonsbed. Zij slapen. Stief neemt een foto. Geruisloos, voor later. Wij laten ze slapen totdat stief en ma besluiten om op te stappen. Na een paar knuffels keren wij huiswaarts.

De volgende dag staat Nenek weer trots en fier in de vertrekhal van het vliegveld. Ze komt ons uitzwaaien en staat het niet toe dat iemand anders haar verdriet nog kan zien. Ze houdt zich groot voor de rest van de familie. Alleen wij weten wat diep in haar hart leeft. Een moederlijke liefde die zo krachtig is dat er geen grenzen zijn om die liefde tegen te houden. Wij weten dat haar gedachten altijd dicht bij ons zullen zijn. Als mijn broertjes en ik afscheid nemen stopt ze ons nog wat snoep toe.

"Voor in het vliegtuig," zegt ze.

Het afscheid nemen van stief gebeurt met een stevige knuffel. Even laat zij een traantje maar wrijft die snel weg met haar zakdoek. Die zakdoek geeft ze mee aan stief. Symbolisch, waarmee ze ook haar verdriet mee geeft en wil zeggen dat zij haar krachten hervonden heeft. Voor de ingang draaien wij ons nog één keertje om en zwaaien naar al de familieleden die zijn meegekomen. Het zijn er veel. Stief is de eerste die door de ingang gaat. Het afscheid doet ook hem pijn. Nu is het zijn beurt om te huilen. Even maar, maar toch. Hij droogt de tranen in de zakdoek die hij van Oma heeft gekregen. Hij lacht plotseling en geheimzinnig. Ik vraag waarom.

"Omdat het verdriet van mij en Oma nu in deze zakdoek met elkaar vermengd zijn."

Nadat hij de zakdoek in zijn jack stopt slaat hij de armen om mij en Ma.

"We gaan naar huis. Gaan jullie mee?"

Jatagan

Alle teksten ressorteren onder Jatagan©copyright, tenzij anders is aangegeven. Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd, ingekort of verpersoonlijkt worden.

Jatagan

terug naar boven