Jatagan, reisverslag 1 2 3 4 5 6 7 8
|
Voor Hakim Sowibroto, een lieve vriend Altijd als wij in Jakarta zijn dan is Hakim er ook. Hij is een verlegen jongen uit een groot gezin. Maar als hij je eenmaal kent is hij de beste vriend die je maar kan verzinnen. Zijn diepbruine ogen en gitzwarte haar onderscheiden hem niet van de andere 'binkies' uit de buurt. Maar zijn vrolijke lach en opgewekte karakter maken hem heel bijzonder. Hij is uiterst hulpvaardig en als hij op visite komt dan is hij de eerste die klaar staat om mijn moeder met klusjes op te vangen. Hij wordt zelfs kwaad als hij niks kan doen om te helpen. Dat zie je aan zijn gezicht en aan zijn lippen die hij dan boos op elkaar pers. Eigenlijk lijkt hij een beetje op Jeetje. Zij zijn bijna even oud en het is dan ook geen wonder dat zij goede maatjes zijn. Deze vakantie hebben wij hem nog niet gezien. Verderop lig 'de bak'. Dat is geen gevangenis maar een plein met gravel dat omringd is door een half laag muurtje. De naam voor het 'veldje' heeft Ma verzonnen omdat zij altijd zegt dat al het gajes uit de buurt daar samenkomt om te voetballen. En daar heeft ze ook een klein beetje gelijk in. Alle jongens die in houten krotten wonen komen daar naar toe om daar een balletje te schoppen. Wij kennen ze allemaal maar weten niet veel van hun achtergronden omdat ze daar over zwijgen. Ze willen niet laten blijken dat ze arm zijn en honger hebben. Ze doen stoer om toch maar zo rijk mogelijk over te komen. Elke dag lachen zij en hebben plezier, maar als ze weer naar huis moeten gaan dan zie je hun gezichten betrekken. Geen wonder. Elektriciteit ontbreekt omdat het te duur is om te betalen. Daarmee zijn ze afgesneden van televisie, radio en licht. Het koken van eten gaat nog op een ouderwets primus stelletje. En toch…toch zijn zij heel gastvrij. Als wij de jongens, die in 'de bak' aanwezig zijn, vragen waarom Hakim niet meer komt Hakim voetballen dan draaien zij hun hoofden weg. Niemand wil blijkbaar antwoord geven op onze vraag. Wij filosoferen maar wat en onze gedachten komen er op neer dat hij verhuisd is. Misschien is hij wel ziek of is hij opgepakt door de politie. Tijdens de vorige vakanties hebben wij gehoord dat hij elke dag bij de kruispunten loopt te bedelen. Als de auto's voor de stoplichten stilstaan dan kijkt hij de mensen zielig aan en zegt dat hij honger heeft. Hij liegt niet, hij acteert niet. Het is de werkelijkheid. Als de raampjes in de portieren gesloten blijven en zijn uitgestoken hand leeg blijft, dan huilt hij. Niet alleen omdat hij teleurgesteld is maar ook omdat hij niks van de wereld begrijpt. Of…begrijpt de wereld niks van hem? Wij weten waar Hakim woont. Eén keertje zijn wij bij hem thuis geweest en hebben kennis gemaakt met zijn familie. Hij is trots op zijn ouders en zijn grote broers betekenen alles voor hem. Tegen beter weten in geven zij hem hoop op een beter leven. Maar niemand weet hoe zij de armoede moeten doorbreken. 's Nachts slapen met zijn achten in één kamer die aan de woonkamer grenst. Eigenlijk is het één ruimte want er staat geen muur tussen de vertrekken, de ruimtes worden afgescheiden door een gordijn. Meer kamers hebben ze niet. Er is ook nog een toilet, maar dan moet je aan de achterkant van het huis zijn. De wc stinkt. Het enige water dat zij hebben komt uit een nabijgelegen riviertje. Toen wij thuis vertelden dat wij bij Hakim waren geweest kregen wij er flink van langs en moesten beloven dat wij er nooit meer alleen naar toe zouden gaan. Stief was bang dat we nooit meer zouden terugkomen omdat er veel afgunst is tussen rijk en arm. Nu wij Hakim nog niet hebben gezien besluiten wij het maar op een broederlijk akkoordje te gooien. Vanmiddag als vader en moeder naar familie zijn dan moeten wij het er maar op wagen. Stiekem, zonder iemand wat te vertellen. We moeten het vriendje van Jeetje zien te vinden al was het maar omdat het ook onze vriend is. Er zal wel een verklaring zijn voor zijn afwezigheid, maar toch, we willen hem nog wel zien voordat wij weer naar huis gaan want anders moeten wij weer twee jaar wachten voordat wij naar Jakarta gaan.
Het duurt niet lag voordat wij in 'the slumbs' zijn. Het is nog een van de enige wijken die overeind staat. De meeste krottenhuizen worden neergehaald omdat Jakarta afstand wil doen van de armoede. De autoriteiten komen niet veel verder dan afbreken want een plaatsvervangend onderkomen is er niet voor de mensen die in de houten huisjes wonen. Een van de jongens van het pleintje is ooggetuige geweest van een ontruiming. Hij heeft gezien hoe honderden agenten de bewoners wegjoegen en de huisjes met grof geweld omtrokken. Bulldozers en cirkelzagen werden in de woningen en schamele huisraad gezet. Een brandstichting maakte dan aan alles een einde en de mensen bleven ontredderd achter. De familie van de jongen die het vertelde heeft nu weer een nieuwe woning. Die kan je ergens vinden onder een fly-over. Een huisje, opgebouwd uit planken, wachtend op een nieuwe laffe aanval van de politie. Als wij bijna bij het huisje zijn waar de familie van Hakim woont, kruipt Jeetje tegen mij aan. Hij is bang maar kan niet zeggen waarvoor hij angst heeft. Ik voel zijn armpje om mijn middel en zijn hoofd drukt hij zachtjes tegen mijn zij. Ook Emmetje aarzelt en loopt minder snel dan de minuten daarvoor. Stief zegt dat kinderen situaties kunnen aanvoelen zonder dat ze kunnen uitleggen wat er aan de hand is. Katten hebben dat ook. Die kunnen dingen zien die een normaal mens niet kan zien. Even denk ik er over om terug te gaan maar bedenk mij. Misschien zijn mijn broertjes wel bang omdat zij weten dat wij 'verboden' dingen doen. Stief heeft ons nadrukkelijk gezegd dat wij niet naar de krottenwijken toe mogen gaan. We overtreden zijn regels. Dat is duidelijk. Ik denk dat dit de angst veroorzaakt. Een minuutje later zien wij het huisje waar Hakim woont. Het is een houten krot, net als alle andere. Zijn moeder staat voor de deur. Het is een magere vrouw van ongeveer veertig jaar en draagt nog steeds hetzelfde bloemetjesjurkje van twee jaar geleden. Zij heeft niks anders. Als ze ons ziet draait ze zich om en loopt het huisje binnen. Jeetje ontsnapt van mijn zijde en rent naar de deuropening. Wij volgen. Als wij binnenkomen zit de vrouw gehurkt en schudt haar hoofd heftig heen en weer. Steeds heft zij haar armen naar de hemel en jammert. Waarschijnlijk roept zij de goden aan, maar ik kan ze niet echt verstaan. Haar ogen zijn vochtig. Jeetje en Emmetje spreken vloeiend Maleis en die moeten de woorden van de vrouw maar voor mij vertalen. Zij zijn stil en kijken geschrokken voor zich uit. "Wat zegt ze nou?, " wil ik weten. "Ik weet niet. Ze is alleen maar verdrietig?." "Alleen maar omdat wij er zijn? Vraag dan wat er aan de hand is." Emmetje gaat voor de vrouw staan en probeert met haar te praten. Het lukt niet. Ze geeft geen antwoord en gaat door met jammeren. Achter ons is de vader van Hakim binnengekomen. Hij staat vlak achter Jeetje en strijk hem door zijn haar. Mijn broertje draait zich om en kijkt hem aan. Ook de man schudt zijn hoofd. "Jullie moeten maar weer naar huis gaan. Hakim is hier niet meer" "Waarom?" "Wij zetten elke avond een extra bord voor hem klaar als wij gaan eten. Maar hij eet niet meer bij ons." Mijn broertjes hebben het niet meteen door. Maar ik schrik. Ik ken het gebruik van een extra bord op tafel neerzetten voor iemand die niet meer onder ons is. Stief doet dat ook tijdens kerstdagen voor zijn broer die overleden is. Stilte valt. Jeetje is het eerste die het door heeft en spring de vrouw in haar armen. Hij legt zijn hoofd in haar nek en huilt. Zij strijkt hem zachtjes over zijn rug maar zijn lichaampje blijft schokken. Emmetje staat versteend. Ook hij voelt zich verslagen en eenzaam. Ik loop naar hem toe en druk hem tegen mij aan. Hij probeert zich te ontladen, maar het lukt niet snel. Het grote verlies is nog niet helemaal tot hem doorgedrongen. Even later komen ook bij hem de tranen. De vader van Hakim slaat zijn armen om ons heen. Wij delen ons verdriet. Op de achtergrond hoor ik Jeetje tegen de vrouw praten. "Maar ik kan toch Uw zoontje zijn? Mijn moeder kan me wel even missen. Ik kan toch zijn plaatsje overnemen? Dan heeft U niet zo'n verdriet." "Dat gaat niet Jeetje." "Dat kan wél. Ik kan toch af en toe naar huis komen." Hij is lief, maar mist realiteit. Mama zou hem net zo missen als deze vrouw haar zoontje mist. Na een kwartiertje proberen wij opnieuw te vragen wat er is gebeurd. Het verhaal komt er met horten en stoten uit. Hakim was ziek geworden en er was geen geld voor medicijnen. Vlak voor zijn verjaardag is hij heengegaan van zijn lieve ouders en broertjes en zusjes. Moegestreden en ten onder gegaan in een lange lijdensweg. Ik vloek, als we eerder waren geweest dan had Hakim waarschijnlijk nog geleefd. Stief is arts en had hem kunnen helpen. Hij is de beste dokter ter wereld en heeft al zoveel mensen genezen. Waarom Hakim niet? We nemen afscheid maar besluiten om terug te komen om bloemen te brengen. Maar eerst willen wij het thuis vertellen. Dat moeten wij. Op de terugweg veegt Jeetje met zijn shirt de tranen van zijn gezicht. Hij is helemaal in de war, het was zijn vriendje. Het was ons vriendje. Hij was het vriendje van ons allemaal. Ook van mijn ouders. Emmetje is stil. Hij zegt geen woord maar hij is lijkbleek. Zijn grote verdriet zal nog komen als hij thuis is en begrijpt wat er allemaal is gebeurd. Accepteren doen wij het niet maar we zullen het wel moeten. Toen wij het thuis vertelden reageerden mijn ouders lief en begrijpend. Zij waren niet kwaad dat wij de regels overtreden hadden. Maar wij zullen niet meer terugkeren naar de sloppenwijken want Hakim Sowibroto woont daar niet meer. Die avond staan er tijdens het eten twee extra borden op tafel. Eén klein bord voor Hakim en één voor de broer van mijn stief. Maar wij? Wij hebben geen honger. Hakim Sowibroto, lieve vriend, rust zacht. 17-08-2002 Jatagan Alle teksten ressorteren onder Jatagan©copyright, tenzij anders is aangegeven. Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd, ingekort of verpersoonlijkt worden. |
|
Jatagan |