Verhalen

Jatagan, reisverslag 1 2 3 4 5 6 7 8

Verjaardag

De hele familie is al naar bed. Het is een lange dag geworden maar ik zit nog aan de rand van het zwembad in de achtertuin. Aan de zijkanten branden er kleine fakkeltjes die een mysterieuze gloed over het water laten schijnen. Het water slaapt en als je stil bent kan je de wind horen fluisteren. Het is stil, niemand zegt er wat en ik praat ook niet tegen mijzelf. Ik weet niet hoe laat het is. Het kan me ook eigenlijk niet zoveel schelen. Als ik alleen ben dan rust ik ook uit. Bovendien wil ik terugdenken en nadenken over mijn verjaardag. Ik ben gelukkig, maar toch mis ik iets. Elke keer kijk ik naar de hemel. Miljoenen sterren twinkelen in de donkere nacht. Daar ergens moet hij zijn. Met mijn hand strijk ik over het pakje dat op mijn schoot ligt. Het is een cadeautje van Peertje. Zo ver weg, en hij is mij niet vergeten. Hij zal mij nooit vergeten.

De dag begon al vroeg. Jeetje schudde mij al om halfzeven uit bed. Tijdens mijn slaap had hij alles al klaar gezet. De kop en schotel, het bord met de boterhammen en een grote kan met koffie. Verjaardagen worden nooit overgeslagen en worden altijd uitbundig gevierd. Jeetje gaat ver mee in het enthousiasme. Zelfs zover dat hij het verbod 'vergeten' had om koffie te zetten. Hij is lief, maar onhandig. Misschien is hij zo onhandig omdat er teveel vreugde door zijn hartje stroomt. Dat maakt hem nerveus en trillerig. Aan het begin van het jaar wilde hij mijn ouders verrassen met een zondagsmaal op bed en toen viel hij. De hete kan met koffie kon hij niet meer in zijn handen houden en het bruine vocht stroomde over het dekbed. Mijn ouders waren meteen wakker. Niemand was kwaad op hem maar het had zeer gedaan. Sindsdien mag hij alleen nog maar brood serveren op bed.

Het is vreemd als je jarig bent en je bent zo ver van huis. Net of je dakloos bent en naar de een of andere film zit te kijken. Maar het zingen van Jeetje blijft even erbarmelijk als in Nederland. Als een soldaat bij een plechtigheid staat hij in de houding en doet zijn best. Het is niet om aan te horen en soms zoekt hij naar de woorden. Door de zenuwen is hij dan de tekst volledig kwijt, maar het liedje duurt meestal maar kort. Daarna springt hij bij mij onder de dekens en vraagt honderden keren of ik de boterhammen lekker vind. Ik moet dan nog beginnen.

In het andere bed ligt Emmetje. Natuurlijk is hij wakker geworden door de geluiden van mijn broertje en kijkt wat slaperig in het rond. Zijn handen voelen onder de dekens want daar ergens heeft hij zijn cadeautje verstopt. Als ik jarig ben krijg ik altijd een kus van hem, anders nooit. Hij zit op de rand van mijn bed en ik vraag me af in hoeverre hij het allemaal meemaakt. Hij lijkt nog steeds te slapen en af en toe zakken zijn oogleden toe. Als ik hard met het papiertje kraak schrikt hij op en glimlacht. Het is een cd. Ik wist het, ik heb hem zelf uitgekozen maar daarna heeft hij het weer teruggenomen om het op het juiste tijdstip aan mij te geven.

Als mijn ouders komen dan zijn we allemaal weer in slaap gevallen. Het zal een uur of halftien zijn geweest toen ze op de kamer kwamen. Ma in haar ochtendjas en mijn stief in een rare jurk die hij hier ergens op markt Soerabaja heeft gekocht. Het staat hem niet, de kleuren doen pijn aan mijn ogen. In zijn hand heeft hij een pakje en aan de vorm kan ik zien wat het is. Een samoerai zwaard. Zo eentje die je aan de muur hangt voor decoratie. Het is een cadeautje dat in Jakarta zal achterblijven omdat ze anders denken dat we een vliegtuig gaan kapen. Het geeft niet. Ik kan er nu mee spelen en het zal wel wachten tot ik het over twee jaar weer terug zie. Jeetje pakt het snel uit mijn handen en maakt een beweging alsof hij Emmetje wil onthoofden. Het lukt hem bijna en stief wordt kwaad.

Na de felicitaties vraagt Ma of we naar beneden komen. Als ik opsta legt zij haar handen op mijn wangen en kijkt me vragend aan.

"Gaat het jongen?"

Ik zeg ja, maar ze weet wat er door mijn hoofd speelt.

Later op de middag komen mijn tantes en mijn nichtjes en neefjes. Het is druk. Iedereen zit door elkaar te praten en de kinderen plonzen en spetteren in het zwembad. Het meeste trek ik op met Tsjoek, die zo niet in werkelijkheid heet maar die we gewoon die naam gegeven hebben omdat die graag met treintjes speelt. Dat doet hij nog steeds en hij is al zestien.

In de namiddag krijg ik een bijzonder pakje. Het is van Peertje. Hij had het stiekem meegegeven aan mijn ouders waardoor hij wist dat ik het cadeau ook écht op mijn verjaardag zou krijgen. Ik weet dat hij op dit moment aan mij denkt. Hij zou zo graag bij mij willen zijn, maar er rijdt vanuit Nederland geen bus naar Jakarta. Ma glimlacht. Ze kent de inpak methode van Peertje. Het liefst stort hij een cadeau in een plastic zak of draait er een krant om heen die hij met plakband dicht 'lijmt'. Deze keer heeft hij zijn best gedaan, er zit een mooi papiertje om.

Peertje is gek. Ik zal nooit de eerste keer vergeten dat hij bij mijn ouders op bezoek kwam. Het was midden in de zomer en de deuren naar de tuin stonden open omdat het zo warm was. Peertje zei nauwelijks een woord waardoor mijn moeder en stief flink nerveus werden. Na een tweede bakje koffie ging hij achter de piano zitten en speelde wat in hem opkwam. Hij speelde twee uur lang, zonder onderbreking, en wij luisterden. Bij sommige nummers zong hij. Ik ben waarschijnlijk de enige die iets vreemds hoorde in een tekst of mijn ouders wilden het niet weten.

"Hate to see, the evening sun goes down.

Coz my little baby, he's gonna left this town."

Later werd alles mij duidelijk en inderdaad: ik heb de stad voor twee maanden verlaten maar ik zal altijd weer bij hem terugkomen. Zelf ontkent hij dat hij die tekst ooit heeft aangepast, maar als hij dat zegt krijgt hij pretoogjes. Ik ken hem.

In het pakje zit bladmuziek van een nummer dat zelf heeft gecomponeerd en een cassette bandje dat ik gelijk kan afspelen. Ik draai het vier keer af en luister naar de tekst. Ook dit keer weet ik dat de woorden op mij slaan. Het is een mooi en liefdevol cadeau maar ik vraag me af bij wie hij het heeft opgenomen want zijn piano heeft hij nog niet zo gek lang geleden verkocht.

Na het avondeten kijken we naar een show met wajang poppen en luisteren naar de gamelan muziek. De familie heeft dit ingestudeerd en stief vertaald wat er gezegd wordt. Natuurlijk ken ik wat basiszinnetjes in het Maleis, maar dit is moeilijker en bovendien in een dialect. Mijn broertjes zijn daar beter in. Waarschijnlijk zijn zij geboren met een vertaalcomputertje in hun hoofd.

Er wordt flink gedronken. Buiten in de tuin wordt er wat gedanst en stief is aangeschoten. Hij wil zich uitsloven en loopt over de rand van het zwembad. Hij wankelt en plonst achterover het water in. Er wordt gelachen maar ik hoor het even niet meer. Mijn gedachten zijn even ergens anders.

Iedereen is al in bed en ik denk dat ik ook maar eens moet gaan. Ik doof de kleine fakkeltjes en sla de zwerm muggen, die door het licht worden aangetrokken, uit elkaar. Als de laatste fakkel is gedoofd is het aardig donker. Alleen het buitenlampje brand nog, maar niet zo fel. Vlak voordat ik naar binnen ga kijk ik nog een keer naar de sterrenhemel. Ik zie een lichte streep die van een vliegtuig kan zijn die voorbij trekt. Maar ik stel mij voor dat het een vallende ster is. Dan mag je een wens doen. En ik wens dat de lichte streep een cadeautje van mijn vader is.

Heel ver, waar die ook is, hij heeft vast en zeker meegekeken en plezier beleefd. Hij weet dat ik jarig ben en dat ene kleine signaaltje was het mooiste cadeau dat ik op deze verjaardag gekregen heb.

Nu pas kan ik gaan slapen.

4 augustus 2002

Jatagan

Alle teksten ressorteren onder Jatagan©copyright, tenzij anders is aangegeven. Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd, ingekort of verpersoonlijkt worden.

Jatagan

terug naar boven