|
Als
wij thuiskomen van het boodschappen doen lijkt het allemaal erg rustig.
Stief zet de zware boodschappentas op de keukentafel en ik zet de wat
minder zware tas op de grond. Even later komt Emmetje binnengereden met
het wagentje en begint alles op zijn plaats te zetten. Ma staat nog wat
met de buurvrouw te kleppen en zal zich straks wel gaan bemoeien met het
coördineren waar alles moet staan. Ze houdt van afwisseling want de ene
week moet het vlees op de bovenste plank van de ijskast liggen en de andere
week wil zij het weer twee planken lager hebben. Wij doen het toch nooit
goed.
Jeetje en Adjoe mochten thuisblijven. Die zijn straks weer nodig om de
kleinere boodschappen te doen en als dat niet het geval mocht zijn dan
hebben zij gewoon vreselijk veel geluk.
Als Ma binnenkomt begint Emmetje te zeuren dat hij liever wil gaan voetballen
op het pleintje. Het is prachtig weer en hij heeft op de display van de
telefoon gezien dat zijn vriendje al drie keer gebeld heeft. Net als hij
klaar is met inruimen horen wij geluiden van de eerste etage komen en
rent hij naar boven. Hij is heel altijd alert in dit soort situaties en
hoopt nog eens een inbreker te betrappen. Maar misschien komt het ook
omdat hij denkt dat de kleintjes in onze kamer aan het spelen zijn. Even
later komt hij met een rood hoofd de trap aflopen. Hij drentelt wat in
het rond en kijkt beurtelings naar Stief en naar Ma.
“Wil je wat zeggen?,” kijkt Stief bedenkelijk.
“Weet nog niet,” antwoordt mijn broertje onzeker.
Stief observeert hem en legt het grote stuk kaas dat hij in zijn hand
heeft op de tafel.
“Kom eens hier.”
Emmetje heeft zijn handen diep in zijn zakken gestoken en staart naar
de grond. Daarna besluit hij om naar Stief te lopen en blijft zwijgend
voor hem staan. Hij wacht tot zijn vader hem wat vraagt want uit zichzelf
zal hij niet beginnen.
“Nou, vertel maar. Wat zit je dwars?”
“Niks.”
“Zijn Jeetje en Adje in jullie kamer geweest?”
“Neej.”
“Wat is er dan?”
“Ik heb toch al gezegd dat er niks is.”
Stief neemt er geen genoegen mee. Aan de hele houding van mijn broertje
is te zien dat hij iets aan het verwerken is maar dat hij nog niet weet
hoe hij het onder woorden moet brengen. Emmetje is een denkertje. Meestal
komt hij later op een probleem terug maar vandaag is Stief ongeduldig
en wil meteen weten wat er aan de hand is.
“Wat zijn je broertjes boven aan het doen?”
“Ze zitten in bad,” komt het hoge woord er uit.
“Jakkes,” zegt Ma plagend . “Toch niet met zijn tweeën tegelijk?”
“Ja. Ze zijn elkaar aan het wassen.”
Stief zijn gezicht staat op lachen maar hij weet dat mijn broertje serieus
is en wil hem daar dan ook een serieus antwoord op terug geven.
“En van jou mogen ze elkaar niet wassen? Heb je dat ook tegen ze gezegd?”
“Ik heb gezegd dat ze zo flikkers worden. Ik ga toch ook niet met Robin
in bad?”
“Nee. Maar jullie zijn ook al een heel stukje ouder dan Jeetje en Adjoe.
Dan zit het leven iets anders in elkaar.”
“Niet.”
“Oh nee? Vertel eens.”
En dan steekt Emmetje van wal. Het is net of er dijk is doorgebroken want
de woorden en zinnen blijven stromen.
“Jullie moeten er gewoon wat van zeggen.”
“En waarom dan?”
“Als ze het lekker gaan vinden dan willen zij steeds met elkaar in bad.”
“En wat is daar dan mis mee?”
“Nou. Dan gaan ze leren hoe ze homo moeten worden. En als ze homo zijn
dan kunnen ze geen kinderen krijgen.”
Ma zucht. Ze heeft dit verhaal al vaker gehoord. De eerste keer klonk
het allemaal wel grappig maar nu het een obsessie lijkt te worden voor
mijn broertje wordt het hinderlijk om het telkens opnieuw uit te leggen.
“Ik krijg het idee dat je een beetje jaloers bent op je broertjes.”
“Hoe kom je daar nu bij? Straks gaan ze ook nog aan elkaar zitten friemelen.
Ik heb daarnet zelf gezien dat Jetje een stijve had.”
“Wat zeg je nu? Jetje?,” reageert Ma boos over zijn opmerking.
“Ja. Jetje. Nou goed.”
Stief loopt de keuken uit. Ik zie aan zijn gezicht dat hij zijn lachen
niet kan houden. Ma is verontwaardigd. Zowel over het weglopen van Stief
als over de vasthoudendheid van mijn broertje.
“Als je nog één keertje Jetje zegt dan ga je maar naar je kamer en dan
wil ik je voorlopig niet zien. Ik noem jou toch ook geen…eh…”
“Truus,” help ik haar.
De ogen van Ma schieten vuur. Ze kijkt mij vernietigend aan, maar zwijgt.
“Ik ga zelf wel naar mijn kamer. Ik krijg altijd koppijn van jullie. Je
kan hier nooit eens serieus praten,” schreeuwt Emmetje boos en gooit woedend
een vol pak suiker tegen de grond. Het pak barst open en de inhoud stroomt
over de vloer. Even later horen wij hoe mijn broertje de trap op stampt
en dat hij de deur hard achter zich dichtslaat.
“Hoe komt hij er toch bij dat kinderen homo kunnen worden als ze bij elkaar
in bad zitten? Laat ze toch gaan. Jeetje en Adjoe zijn pas negen acht
jaar.”
Ik haal mijn schouders op en draai mij om. Als ik in de woonkamer kom
staat Stief zijn gezicht op vrolijk. Hij probeert de krant te lezen maar
kan zich niet goed concentreren omdat hij elke keer in de lach schiet.
“Robin, misschien wist je het nog niet maar je hebt er vanochtend een
zusje bij gekregen. Haar naam is Jetje. Wij zullen morgen de geboortekaartjes
versturen,” proest hij het uit.
Het helpt weinig als ik uitleg dat hij Emmetje niet helpt door hem uit
te lachen maar er veranderd niks aan die brede lach op zijn gezicht. Ik
besluit om ook maar naar boven te gaan en kijk nog even naar Jeetje en
Adjoe die in het bad aan het stoeien zijn. Op onze kamer zit Emmetje te
mokken.
“Ze begrijpen er niks van, hé?,” begint hij gelijk als ik binnenkom.
“Als ik eerlijk ben dan snap ik het ook niet helemaal. Hoe kom je er nou
steeds bij dat kinderen homo’s worden als ze bij elkaar in bad zitten?”
“Nou. Dat heeft Martin aan mij gezegd.”
“Welke Martin? Van de Verkades?”
“Ja.”
Ik frons mijn wenkbrauwen omdat ik even moet nadenken. Ik heb Martin al
een hele tijd niet meer gezien. Sinds hij samenwoont met zijn vriend Ruud
hebben zij een druk leven gekregen en komt hij veel minder op visite dan
vroeger.
“Wat heeft die dan gezegd?”
“Nou. Dat ze nog veel gelukkiger zouden zijn als ze kinderen kunnen krijgen.”
“Vandaar dat je er steeds zo op zit te hameren?,” zucht ik opgelucht.
Emmetje buigt het hoofd en speelt wat met zijn handen.
“Jij wilt toch ook dat Jeetje en Adjoe gelukkig worden?,” stamelt hij.
“Natuurlijk. Maar homo’s kunnen toch ook gelukkig zijn?”
“Niet zonder kinderen. Dat heeft Martin zelf gezegd.”
Ik loop naar hem toe en geef hem een flinke knuffel en een kus op zijn
wang.
“Lief van je dat je zo over je broertjes denkt maar wat denk je van de
knuffel en die kus die ik je nu heb gegeven?”
“Nou. Gewoon,” antwoord hij.
“Maar daar kan je toch ook homo van worden als je het lekker gaan vinden?”
Er komt geen antwoord. Hij weet dat ik gelijk heb maar wil het niet toegeven.
Even later gaat de deur open en komt ‘Jetje’ piemeltje naakt binnen lopen.
Het sop zit nog in zijn haar. Hij wordt gevolgd door Adjoe die op zijn
ondeugendst kijkt.
“Gaan wij zo voetballen?,” vraagt Jeetje zich totaal niet bewust hetgeen
zich daarvoor heeft afgespeeld. De aandacht van mij en Emmetje wordt getrokken
door een klein mannelijk dingetje dat fier in de lucht prikt.
Mijn broer schudt zijn hoofd. “Vandaag niet. Ik heb hoofdpijn.”
Jatagan
16-03-2003
Alle
teksten ressorteren onder Jatagan©copyright, tenzij anders is aangegeven.
Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke
toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd,
ingekort of verpersoonlijkt worden.
|
|
Jatagan
|