|
Ma
schrikt als Jeetje en Adjoe thuiskomen. Hun kleren zijn kletsnat en ze
zitten helemaal onder de blubber. Het kost mijn moeder moeite om ze buiten
te houden want het liefste zouden ze door de gang rennen om bij de woonkamer
te komen en daarna met hun vuile kleding op de bank te gaan zitten. Je
kent jongens. Stief verhindert dat en pakt de beide jongens bij de arm
en loopt via de zijkant van ons huis naar de tuin. Daar wacht de tuinslang
en hij spuit de eerste lagen blubber zorgvuldig weg. Jeetje staat te bibberen
en ook Adjoe heeft het koud maar ze laten hun kleinood dat ze in hun armen
hebben niet los.
“Wat is dat?.” Vraag stief nors.
“Hondjes,” verduidelijkt Jeetje.
“Wat moeten wij daar nu weer mee? Het is hier al zo’n beestenbende. Brengt
ze onmiddellijk terug naar waar ze vandaan komen.”
Adjoe en Jeetje bewegen niet. Ze blijven demonstratief staan en hun lippen
zijn stijf op elkaar geperst. Ze kijken Stief kwaad aan.
“Nou, komt er nog wat van?.”
“Dit hondje heeft een dokter nodig. Hij is ziek.”
Voorzichtig legt Adjoe ‘zijn’ hondje op het gras. Het is een zwarte puppy,
van een modelletje dat een beetje aan een labrador doet denken. Als hij
het gras raakt valt zijn kopje schuin opzij en sijpelt er wat water uit
zijn bekje. Zijn ogen zijn open en glanzen. Voor de rest blijft het hondje
onbewegelijk liggen. Stief buigt zich voorover en doet zijn controlerende
werk.
“Hm, aan deze is niet veel meer te doen. Hij is dood. Waarschijnlijk heeft
hij teveel water binnen gekregen. Waar komen ze vandaan?.”
Veel antwoord krijgt hij niet want Adjoe begint hard te huilen.
“Ik zei je toch dat die al dood was?,” schreeuwt Jeetje hem toe.
“Niet waar. Toen hij uit het water was bewoog hij nog.”
“Dan is de patiënt onderweg naar het ziekenhuis overleden”, zegt Emmetje
die er ook bij is komen staan.
“Ja. Hou jij nou ook eens op, paniekzaaier. Ga liever naar je kamer of
zo.”
Emmetje kijkt verontwaardigd. Hij voelt zich vaak achtergesteld op zijn
broertjes en is er dan razendsnel bij als ze wat aandacht krijgen.
“Die van mij leeft nog”, tilt Jeetje de andere puppy triomfantelijk omhoog.
Zijn vreugde staat in schril contrast met het verdriet van Adjoe die tegen
Ma staat aangedrukt. Voor hem hebben begrippen als ‘dood’ en ‘verdwijnen’
meer diepgang door zijn leven in Jakarta.
“Ik heb zo mijn best gedaan, Mama”, huilt Adjoe. “Ik heb gezwommen wat
ik kon. Hij is toch niet dood gegaan door mijn schuld?.”
“Nee jongen. Waarschijnlijk heeft al een hele tijd in het water gelegen
en was je net te laat om hem te redden. Blijkbaar was je net te laat.”
“Ik zei nog tegen Jeetje dat wij eerst bij het water moesten gaan kijken
voordat wij zouden gaan voetballen. Het is allemaal zijn schuld.”
Zijn beschuldiging heeft onmiddellijk effect op Jeetje die naar zijn broertje
loopt. Hij geeft hem een dikke kus op zijn wang en biedt hem zijn hondje
aan.
“We hebben deze toch nog?,” zegt hij heel lief. “Jij mag hem ook aaien.”
Voorzichtig streelt Adjoe met zijn hand over het witte hondenkopje en
het beest begint gelijk zijn hand te likken.
“Mogen wij hem houden, Pa. Hij zal heel lief zijn.”
Nog voordat stief iets kan zeggen komt Emmetje tussenbeide.
“Paha, niet doen hoor. Ik krijg altijd hoofdpijnen van honden. Hij lijkt
net op een rat en hij kan niet eens goed lopen.”
Jeetje legt het hondje voorzichtig op het gras en stormt daarna op Emmetje
af. Hij wil met hem vechten en gaat dreigend met zijn vuisten omhoog voor
hem staan.
“Wat een zeikerd ben jij toch altijd. Altijd als wij iets hebben mogen
wij dat van jou niet hebben. Klootzak.”
Adjoe spring hem bij en als stief niet had ingegrepen dan had er een bloederige
rel losgebroken.
“Ja. Pluisje is veel liever dan jij bent,” pruttelt Adjoe nog wat na als
stief de jongens uit elkaar haalt.
“Hier ben ik degene die de beslissingen maakt,” verheft stief zijn stem.
“Die hond is vanavond weg.”
“Zie je wel,” zegt Emmetje triomfantelijk.
Zijn laatste woorden doen pijn. Vreselijk veel pijn. Jeetje en Adjoe buigen
hun hoofdjes en beginnen als op commando tegelijkertijd te huilen. Ma
troost ze maar hun verdriet lijkt niet te stoppen. Ook voor Emmetje doet
zijn opmerking pijn want hij wordt ogenblikkelijk naar zijn kamer gestuurd
om na te denken over datgene wat hij heeft gezegd.
Stief pakt ‘Pluisje’ op en loopt naar binnen gevolgd door de rest van
het gezinnetje. Hij moppert omdat hij weet dat mijn broertjes vasthoudend
zijn en niet zonder slag of stoot zullen toestaan dat hun nieuwe vriendje
het huis zal verlaten.
Op de bank vertellen ze hun verhaal. Ze vertellen hoe ze beide hondje
in een singel van het park hebben gevonden terwijl zij wanhopig probeerden
naar de kant probeerden te zwemmen. Toen mijn broertjes dat zagen zijn
zij in het water gesprongen om de hondjes te redden. Bij één van hen is
het niet gelukt, hij vond de dood in de armen van Adjoe.
“Toe nou Pa, ” vleit Jeetje die hem zachtjes over de binnenkant van zijn
been wrijft. Stief vindt dat lekker en meestal werkt dit strelen positief
als Jeetje meer zakgeld wil hebben of als hij iets gedaan wil krijgen
wat eigenlijk onmogelijk is. Aan de andere kant zit Adjoe tegen hem aangedrukt
en streelt de hond die op de schoot van stief ligt.
“Mag het, plies?, ” vraagt Adjoe met een suikerzoet stemmetje.
“Nee, het kan echt niet jongens. Wie moet de hond dan in de avond uitlaten?.”
“Dat willen wij wel doen.”
“Ja, dat zou je wel willen. Dan mag je meteen langer opblijven. Er komt
niks van in.”
“Maar wij kunnen Pluisje toch opleiden als politiehond,” probeert Jeetje
te onderhandelen. “Als hij dan bij de politie gaat werken dan kan hij
geld verdienen en kan hij ons terugbetalen.”
“Jeetje. Stop. Heb je ooit wel eens een politiehond gezien die Pluisje
heet? Denkt eens in dat de hondeninstructeur zou roepen: ‘Pluisje, bijt
die schurk eens in zijn kontje’ Alle andere honden zouden niet meer bijkomen
van het lachen en de boef zou ontkomen.”
“We kunnen het toch proberen?,” probeert Jeetje nog.
Dan springt stief kwaad op en begint luidkeels te vloeken. Pluisje heeft
op zijn schoot geplast, en als er iets is waar stief een hekel aan heeft
dan is het dat wel.
“Dit beest gaat ogenblikkelijk de deur uit. Hij heeft op mijn broek zitten
zeiken. Godverdomme, hij nog niet eens zindelijk.”
Ma springt bij maar stief rent kwaad weg. Mijn broertje kijken haar hoopvol
aan maar ze kan er geen antwoord op geven. In het hart is zij verliefd
op Pluisje maar vaders wil is wet. Bovendien beseft zij ook de ongemakken
van een nieuw huisdier. Het is nog maar de vraag of Noesse overweg kan
met een nieuweling. Ze is al zo oud en is al zo gewend aan alle rust dat
ook dit onwaarschijnlijk is.
Als wij gaan eten dan hebben mijn broertjes een stelling ingenomen. Ze
zijn boos en diep teleurgesteld. Hun pogingen om een dier van de verdrinkingsdood
te redden heeft niet mogen leiden tot de toestemming om het dier te mogen
behouden. De gedachten dat ze straks afscheid zullen moeten nemen maakt
hun verdrietig. Dat is ook te lezen uit hun ogen die soms op huilen staan
en later weer van kwaadheid oplichten.
“En nu wil ik niks meer horen over dat beest. Nu gaan wij eten,” commandeert
stief.
Jeetje prikt wat in een aardappel en haalt daarna zijn schouders op.
“Ik zei dat wij nu gaan eten,” herhaalt stief.
“Ik ga niet eten,”, schuift Jeetje zijn bord opzij. “Ik wil bij iemand
anders gaan wonen want jij bent mijn vader niet meer. Ik wil bij iemand
gaan wonen die zoveel om mij geeft dat ik dat hondje mag houden.”
Stief kijkt hem vernietigend aan. Ook Adjoe heeft zijn bord weggeschoven.
“Wij kunnen het toch zo doen dat wij geen zakgeld meer krijgen. Dan kan
U van dat geld hondenbrokken kopen voor Pluisje.”
“Jeetje, mond houden en eten.”
“Wij zullen dan ook nooit meer om patat of ijsjes vragen. Nooit meer.
Als wij dat toch doen mag je ons slaan.”
Adjoe schuift zijn stoel weg en pakt Pluisje op die vredig naast Noesse
ligt te slapen. Beide beesten hebben vrede gesloten maar in de mensenwereld
gaat dat kennelijk anders. Het commentaar van stief dat hij de hond weer
terug moet zetten helpt niet en even later loopt de hond tussen de pannen
en borden op de tafel. Hij snuffelt aan het eten en zet zijn voorpoten
tegen een pan met soep. Als hij van de soep probeert te likken valt hij
om maar hij is hardleers waardoor dit zich nog een altijd keren herhaalt.
Stief veegt zijn mond af met een servet en staat op.
“Ik ga patiënten bezoeken,” zegt hij met ingehouden stem. Zijn stem trilt.
Hij met kwaad zijn maar wil dat kennelijk niet laten blijken. Jeetje en
Adjoe springen op en gaan bij de deur staan. De hond ligt warmpjes in
de armen van Jeetje. Mijn kleine broertje begint te huilen en knuffelt
het beestje naar hartelust. Jeetje speelt zijn spelletje en iets zegt
mij dat hij op commando kan huilen omdat hij weet welk effect dit heeft.
Adjoe leert snel en ook hij begint erbarmelijk te huilen.
“En dan moet Pluisje straks op straat gaan zwerven om eten te vinden en
als dat niet lukt dan sterf hij van honger en dat is allemaal de schuld
van Pa.”
Adjoe jammert mee. Het is een huilduet. Tranen die een positief antwoord
forceren. Als stief probeert te passeren grijpen zij zich vast aan zijn
broekspijpen en doen er nog een schepje bovenop.
“Je mag alles met ons doen, Papa,” huilt Jeetje. “Pluisje mag ook onze
plaats in nemen. Dan gaan wij op straat naar eten zoeken. Dat lukt ons
best. Adjoe weet nog wel hoe dat moet.”
Het zijn bengels, schooiers en ratjes die alles voor elkaar krijgen wat
ze willen. Ze weten hoe ze een volwassene moeten manipuleren en als Ma
hen bijspringt dan komt de toestemming er eindelijk. Pluisje mag blijven
onder de strikte voorwaarde dat het beest de nachten moet doorbrengen
in de bijkeuken. Daarna volgt een flinke knuffelpartij met stief. Dan
ineens is hij weer de liefste vader van de wereld en zijn zij alles vergeten
wat daarvoor is gezegd. Stief gaat op in hun knuffelpartij en hoort niet
dat Emmetje op de achtergrond pruttelt.
“Paha. Godverdomme. Ze krijgen altijd hun zin. Ik krijg er hoofdpijn van.”
Die avond gaan we vroeg naar bed. Mijn broertjes als eersten. Wij volgen
daarna tegen een uur of elf en een uur later lijkt het huis in volle rust.
Dan komt Ma onze kamer oprennen.
“Is Pluisje bij jullie?”
“Nee. Wij slapen al bijna.”
“Wij kunnen hem niet vinden. Kom je helpen zoeken?.”
“Lekker pfuh,” antwoordt Emmetje vol vuur en draait zich weer om om verder
te slapen. Hij haat de hond omdat hij uitdrukking geeft aan de vleikracht
van zijn broertjes.
“Oké. Ik help wel zoeken,” zucht ik nog half verdoofd van de slaap.
Even later struinen wij het huis af. Stief lijkt lichtelijk in paniek
omdat hij verwacht dat Jeetje en Adjoe de verdwijning van Pluisje zullen
opvatten als het stiekem wegmoffelen van het hondje dat zij zo graag willen
hebben. Ze zullen het beoordelen als hoogverraad.
Na een half uur zoeken besluiten wij te zoeken op de slaapkamer van mijn
broertjes. Wij schatten de kans gering in en tijdens onze eerste inspectie
blijkt dat hij ook daar niet is. Tot wij een zacht geronk horen. Als wij
het laken op het bed van Jeetje wegtrekken dan zien wij Pluisje die zalig
tegen de blote buik van mijn broertje ligt te slapen. Jeetje droomt. Hij
heeft zijn duim in zijn mond gestoken en met zijn linkerarm ligt hij beschermend
over het slapende hondenlichaampje van Pluisje.
Ma zucht en kijkt verliefd naar het slapende tweetal.
“Die hond moet in de bijkeuken slapen,” fluistert stief.
Ma duwt hem zachtjes weg: “Laat ze nou toch eens. Dat komt morgen wel
weer.”
Stief weet het. Hij heeft de strijd verloren. Het was de strijd van de
aantrekkingskracht van een puppy en de manipulatie van mijn broertjes.
Bovendien kwam de slinkse hulp van Ma daarbij ook niet ongelegen.
De volgende dag is het koninginnedag. Pluisje heeft een grote oranje strik
omgekregen en is de hele dag aan het werk. Als mijn broertje weer thuiskomen
met de hond overhandigen zij stief triomfantelijk een hele hand vol kleingeld.
Bij elkaar is het bijna vijf euro. Dat hebben zij opgehaald door Pluisje
aan de bijna alle buren te presenteren. Ze hebben er bij gehuild, dat
weet ik zeker. En ze hebben er bij verteld dat de hond alleen mag blijven
als hij in zijn eigen kost kan voorzien.
Mijn broertjes, ze weten hoe ze volwassenen moeten manipuleren.
Jatagan
08-06-2003
Alle
teksten ressorteren onder Jatagan©copyright, tenzij anders is aangegeven.
Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke
toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd,
ingekort of verpersoonlijkt worden.
|
|
Jatagan
|