Verhalen

Elvin, Salve et virolae

Salve et virolae
(Vicente Goicoechea en Rodoreda)

In de verte hoor ik het bim-bammende lawaai van luidklokken.
Ergens hoog op een dak, dicht bij de grote kerk zijn ze vervelend bezig.
Nog steeds met een zingend hart versnel ik nu mijn stappen.

Ik wil er op tijd bij zijn, kijk nog even met een doordringende blik naar de hoge, lege torenkamer zonder klokken en stap dan door de overkoepelingen van het grote ontvangstblok.

Het binnenplein is adembenemend mooi en heeft veel versierde muren en andere kunstige ornamenten. De marmeren vloer met stijlvolle ronde mozaïeken is er spiegelend glad. Het geeft mij het gevoel alsof ik ga schaatsen. Ik stap er dan ook heel voorzichtig overheen. Vlak voor mij staat het heiligdom dat door de eeuwen heen verwoestingen heeft meegemaakt, maar steeds opnieuw uit de puinen herrezen is : Een gebouw met blijkbaar een sterke wilskracht. Even groet ik nu de twaalf apostelen die boven het bidgebouw netjes een rijtje beelden vormen die de ingang sieren.

Ze kijken op mij neer en zeggen me :
Opgelet, weet je wel waarom je hier komt ?
Ik weet het niet maar wandel toch de heilige ruimte binnen.

De grote kerk is al vol gelopen. De schittering overweldigt mij. De talrijke handgemaakte luchters met zacht roodachtig licht, de beelden en beeldjes en het geheel vol fantasieën en tierelantijnen is indrukwekkend. Haast Minoïsch geschilderde zuilen ondersteunen de brede overkoepelingen. Overal in het rond zijn er vele smaakvol ingerichte bidkapelletjes zowel in middeleeuwse als in hedendaagse stijl. Zelfs een kapel van Gaudi, een groot kunstenaar uit Barcelona, ontbreekt er niet.

In deze kleine ruimte is het heerlijk om tot rust te komen en je af te vragen : Leef ik wel of ben ik iets waard. De zon door de glas-in-loodramen helpt mee om het in de kerk gezellig, kleurig en sfeervol te maken.

Bij de nu vele aanwezigen golft er een zachte fluistering vol verwachting door de ruimte. In een hoek nabij het altaar komt er een pater met zijn vinger tegen een micro tikken. Langs alle kanten klinken er spechten uit de luidsprekers. Duidelijk, hij doet het dus ! En dàt hij het doet wordt nu overduidelijk, want al het zachte geroezemoes deint weg in een veelbelovende stilte. Een andere, misschien ongelovige pater tikt nog maar eens tegen de micro en begint dan in een vijftal talen aan iedereen uit te leggen dat we hier in een heiligdom zijn, waarin respect geboden is. Wat een revelatie, dit wist mijn grootmoeder zelfs, maar ja, met zovele toeristen van diverse pluimage weet je het maar nooit ! Daarna leest hij, ook op internationale wijze, vijf maal een kort stukje uit de Heilige Schrift voor.

Het Nederlands is hier nog niet geboren, maar wat wil je met zulke corrupte lage landen, aan die taal zit er ook wel een luchtje en daar doen zij niet aan mee, voor den duivel niet !

De spanning stijgt want we moeten zo dadelijk samen, hardop en elk in zijn eigen taal, het Onze Vader bidden. Hopelijk wordt het geen moderne aflaat een zinloze mantra zoals het rozenkransgebed, een automatisme zonder hart en ziel.

Het grote moment is gekomen en amper heb ik de tweede zin uitgesproken of ik sla kompleet “tilt”. Met deze talen-mix en met zovele versnellingen is dit hardop bidden al even moeilijk als de uitvoering van de muziek van Stockhausen en stoïcijns zwijg ik verder.

Ik zie het merendeel der ééndagsvliegen hier popelen, zo van : Nu is het ruim genoeg geweest, laat ze nu maar komen. En ja hoor, van vòòr links zwaaien deuren open. Plechtig, netjes geordend en stralend fier treden ze in twee rijen in processie naar het altaar. Twee lange rijen jongetjes, gekleed in een zwart-wit miskleed met verdoken mouwen. Vol trots schrijden ze voort. Ik kan zo de gedachten zien die op de gezichten van de nieuwkomers hier staan te lezen : "Och, wat leuk, een knapenkoor," maar ook : "Zoiets zijn we allang beu, het zal weer wat zijn" !

Het orgel begint te spelen. De ontroerende klanken van het SALVE REGINA kleuren als een hemels vuurwerk van warme stemmen de grote kerk. Het zindert na tot in de verste nokken.

Ik zie die grote sceptici van zojuist platgeslagen worden en sommigen onder hen moeten even slikken van emotie; dit hadden ze niet verwacht, dìt was niet mogelijk ! En voor de eerste maal ontdekken ook zij met gespitste oren en lichtjes bewaasde, ontroerde ogen het schitterende Escolania van Montserrat !!!

In dit bedevaartsoord kunt u vele CD's van hen kopen en het zijn allemaal pareltjes. Het mooiste is echter om dit koor ter plaatse te komen beluisteren en bewonderen.

De kerk heeft een gevleugelde en betoverende akoestiek met een orgel dat vorstelijk klinkt. De meestal Catalaanse kereltjes gebruiken niet alleen hun omfloerste en perfecte stemmetjes zonder meer, maar ze bespelen er ook op meesterlijke wijze de volheid van de hele ruimte mee die als een waardevol instrument weerklinkt en weergalmt.

Nu overdrijft hij schromelijk hoor ik u misschien denken, maar : Heeft u ze al gehoord ? Vele gelijksoortige koren uit de hele wereld heb ik al horen jubelen, zelfs de grote Engelse specialisten, maar met zo'n mistig klimaat is alles uiteindelijk daar soms onbegonnen werk.

. . .

Tijdens de hoogtepunten van de engelenklanken mijmer ik even weg en sta plots oog in oog met vader abt, u weet wel, die vreemde figuur vol bliksems uit een vroeger verhaal van dit geheel. Hij heeft nu geen warme lach meer, maar ook geen ijzige strengheid. Met ernstige, begripsvolle ogen vol tederheid kijkt hij mij aan en wil me iets duidelijk maken.

Als in een flits sta ik samen met hem in het zomerse landschap van duizend jaar geleden in Montserrat. Ik zie hem in zijn lange pij omhoog klauteren tussen flinke rotsen en steeds verder klimt hij. Het wordt uiterst gevaarlijk en een panische angst dat hij zou vallen kropt mijn keel dicht. Dan zou alles in eeuwigheid verloren zijn. Van achter een flinke rotsformatie, zeker honderd meter boven mij hoor ik hem roepen : Wacht maar, je zult wel zien, het kan nog even duren. Het duurt uiteindelijk haast een eeuwigheid en ik denk : O God, help mij !

Plots kraken er struiken en rollen er kleine steentjes weg en hij duikt ineens vlak voor mij op vanuit een niet verwachte hoek. Hij hijgt van de zware inspanningen die vol gevaren waren. Zijn beide armen omhelzen een gigantische bos van onvoorstelbaar mooie bloemen. Zulke bloemen heb ik nog nooit gezien, de ene is nog exotischer dan de andere. Vol lekker geurend groen is dit alles gerangschikt tot een wonderlijk mooie tuil, een haast onmogelijk kleurig geheel. Hij omarmt ze vol liefde alsof ze allemaal nieuwgeboren baby's zijn en hij bekijkt ze vol tederheid. Ook dit zijn de kindertjes waarover ik je in je gek verhaal vertelde, zegt hij mij, jij mag ze schenken aan ... Dan verdwijnt vader abt, en Ik sta er weer alleen voor.

Zoals steeds in mijn geestelijke reizen wordt mij een strikte tijd toegemeten die ik nooit mag overschrijden. Ik heb geen enkele greep op alles wat er dan gebeurt, maar het geheel ervan is uiterst levendig en reëel en ik sta er midden in. Pogingen om het toch wat langer te laten duren zouden mij rampzalig worden.

Ook deze wijsheid leerde ik van de elfjes.

Nog vele andere lessen en valstrikken die uiterst funest zijn kwamen bij deze wezentjes aan bod. Er werd mij niets verborgen gehouden zò vol was onze wederzijdse liefde en eenheid. Ik heb dus godzijdank slechts een beperkte maar mooie mogelijkheid gekregen om te ontdekken en te zien waar en wanneer dan ook en slechts alleen bij absolute noodzaak. Ik ben een beetje gefrustreerd en sta hier nu met dit enorme boeket van de prachtigste en onzichtbare bloemen van vader Oliba, maar wat moet ik ermee ?

Als de laatste wonderlijke klanken van het Salve hun mooiste kleuren in de ruimte schilderen, voel ik weemoed en een sterk verdriet. Ik zie nu een vreemde, veel jongere figuur dit knapenkoor dirigeren.

Waar is hij, die ruim tachtig jaar oude man die dit koor leidde en het meer dan veertig jaren heeft gevormd tot het summum op dit gebied ? Was hij te streng of te hard ? Moesten zijn koorkinderen vlak voor de hoogdagen eindeloos lang in de bergen rennen tot sommigen met pijnlijke steken in de zij en groezelig betraande snoetjes, niet meer konden, want hun stem en longen moesten, zeker bij de grote feesten, totaal geopend zijn ten gunste van de klank-rijkdom ? Had hij misschien te veel wilskracht, die niet aanvaard werd bij de ouders der Escolans, noch bij de andere priesters ?

Werd er vol diplomatie en in stilte gezocht om eventuele interne spanningen op te lossen ?

Of was hij gewoon te oud en had hij er geen zin meer in ? Ik weet het niet ! Als je in een bedevaartsoord niet direct door de knieën gaat ... weet je niets ! (anders, waarschijnlijk ook niet.)

Waar staat hij nu, die afgeschreven oude man met zijn harde bast en zijn diepverborgen peperkoeken hart, waarin er nog steeds vele klanken zingen. Hij lijkt mij enerzijds een gesloten uitbundige, maar anderzijds een open strenge figuur die steeds dirigeerde met flitsende ogen waaraan niets ontging en die alles zag. In de jaren vijftig heeft het vroegere Escolania onder zijn leiding gezongen voor de toenmalige Paus in het Vaticaan van Rome en met een overweldigend succes. Ik vermoed bij hem een koppigheid, een sterke wil en ijzeren wet. Zijn kindertjes, die hij als een strenge vader benaderde, zongen zo goed als het alleen maar mogelijk is bij nachtegalen en bij de engeltjes in de hemel : zegt dat niet alles ? Het geheel leek soms op een liefde-haat verhouding waarin de liefde het uiteindelijk steeds won. De verkozen knaapjes hadden een uiterst respect voor hem en voelden zich de uitverkorenen van dit sublieme koor.

Ik had op een vreemde manier verschillende gesprekken met deze oude, wijze man. We hebben nooit één woord met elkaar gewisseld, maar onze ogen flitsten elkaar soms aan en ze spraken boekdelen. Ons één-zijn bestond slechts uit vragen, ernstige twijfels en gezamenlijke frustraties en dit alles ... in stilte.

Het huidige Escolania zit vol piepjonge kuikentjes en is dus heel pril in alles wat het brengt, maar nog steeds zingen ze even meesterlijk als voorheen. Opnieuw zijn er zelfs zeer veel glansrijke stemmetjes in de kern der groep aanwezig. Ik hoop dat ook de jongere pater en huidige dirigent de muzikale tradities van dit koor zal voortzetten. Hun meesterlijke klanken zullen dan ook in de toekomst tot vreugde zijn van velen ! Vader abt Oliba komt niet meer terug hoe sterk ik het ook hoop.

Even, in een haast onmerkbaar ogenblik glijdt er een mooie, duizend jaar oude schaduw voorbij het mariabeeld met kind dat hoog boven het altaar in goud en zilver glanst. De enorme tuil met prachtige bloemen geurt plots zo hevig in mijn armen dat zelfs de mensen rondom het bemerken en een beetje vreemd kijken. Als in een feest zingt nu iedereen het Virolae, het prachtige en heilige lied dat gewijd is aan de zwarte madonna, patroonheilige van Catalunya. Het is ook het mooiste volkslied der Catalanen. (de vroeger onderdrukte bevolking )

. . .

In een flits denk ik hierdoor even aan het belabberde povere volkslied : O, dierbaar België, maar in de hedendaagse sfeer zie ik hierin slechts misselijke schijnheiligheid en schaamteloosheid !

. . .

In een bedwelmend geurende roes van bloemenkindertjes schenk ik nu de enorme en kleurige tuil aan deze prachtige oude man : Ireneu Segarra ! Het is het enige antwoord dat ik kan vinden in al onze stiltes, een antwoord vol liefde voor al de mooie klanken die hij mij en zovele anderen al die jaren door geschonken heeft. Ik hoop dat jullie alles delende broeders nu even een uitzondering maken en hem dit eerbetoon gunnen, zelfs al wil hij het zelf misschien niet ! (of misschien het idee krijgen om voor hem een groot feest op te bouwen )

. . . . . .

De kerk is nu leeg. Alles ademt hier nu volledige stilte. Je kunt nu zelfs een speld horen vallen.

Na vele trappen en gangen sta ik alleen en oog in oog met de Virolae, die stralende, fiere en lieve moeder met kind.

Ze draagt de sfeer der aarde in haar hand.

Bidden gaat mij niet goed af en vragen lukt mij meestal ook niet meer, zeg ik haar. Ik leg mijn hand op de aardbol die zij vasthoudt en mijmer

Zo weinig liefde, zoveel haat op deze wereld.

Haast geen geloof meer, slechts verwarring.

Lieve moeder, geef die sfeer dan maar het laatste dat nog overblijft : Geef ons allen : Nieuwe hoop !

. . .

Amen.

Elvin

Alle teksten ressorteren onder Elvin©copyright, tenzij anders is aangegeven. Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd, ingekort of verpersoonlijkt worden.

Elvin

terug naar boven