Verhalen

Elvin, Passacaglia: koraal en fuga

Passacaglia: koraal en fuga
(Uit Mijmeringen in Montserrat)

( Met hulde aan Jef Denijn, de beste beiaardier ter wereld, die tijdens zijn leven zoveel schitterende klokken-klanken wist om te toveren tot de meest wonderlijke sprookjes. Dit verhaal is op een magische wijze doorweven van zijn aanwezigheid. )

Mijn geliefkoosde plek, mijmer ik, een plaats waar mijn denken en voelen oog in oog staan. Een stukje onbegrepen groen, vol contradictie, dat mij spreekt van leven en dood. Een beetje verborgen natuur, wat hoger in de bergen, ver weg van veel rumoer, verwijderd van emoties. Een Eden, waar er nog getoverd wordt, een oord dat wat dichter bij de hemel ligt. Vaag herinnert het mij aan een ander deel in het heelal, waar mens en elf nog eenheid vormden. Een oase zonder angst waar de onmogelijkheid de scepter zwaait.

Het standbeeld van vader Oliba wijst me de weg. Achter dit monument ligt er, diep verscholen een klauterpad dat opstijgt in de bergen. Een klimmerij waar alle koelte in het zweet verloren gaat. Het begint met het tellen van eindeloos veel stenen trappen, met stoppen en met hijgen. Als compensatie zijn er enkele vlakkere gedeeltes tussen door. Het pad slingert tussen vervaarlijke rotsen met een natuur die er feest houdt. Vol heerlijke woekering striemt het groene leven in mijn gezicht om niet te vergeten dat het hier de baas is. Ik hoop vol verlangen dat de laatste trede komt. Mijn overmoed is nu diep in mijn broekzakken weggestopt en zit dicht bij mijn vermoeide knieën. Tot schijnbare overmaat van ramp duidt plots een kleurig pijltje in de richting van een stukje waanzin, een eerste les in alpinisme. Het is zoiets als een onvoorbereid examen voor de universiteit, met moeilijk beklimbare woeste rotsen die steil omhoog prijken. De enige kracht die mij nog overblijft is humor. "Godsheremetijd", denk ik, waarna ik mijn examen begin en slaag! Hoe ik het doe, ik weet het niet, maar ik kom vooruit. Mijn hart bonst nu om heel andere redenen in mijn borstkas. ... Vele uitdagingen zijn al overwonnen. Ik sta nu op een tweesprong, een vlak weggetje, linksaf dat half verborgen ligt in het groen of verder weer omhoog, de grandioze toppen van de bergen tegemoet. Ik kies de laatste mogelijkheid. Verbeten staat mijn besluit nu vast, maar ik houd geen rekening met het toeval : het kleine wonder, dat ik niet verwacht. Met rode kop en parelend van het zweet, denk ik : Mij krijgen ze niet klein. Ik start vol ongeduld de laatste fase en streef in klimwoede naar het heiligste der heiligen, het hoogte punt, daar waar ik alles kan overstijgen.

Mijn pogingen duren niet lang want ineens staat mijn hart een fractie van een seconde even stil. Een schok gaat er door mij heen : brand!!! Een flink stuk lager in de bergen brandt het ergens. Het is niet de eerste keer dat dit valse vuur hier de natuur belaagt en veel vernietigt. Het is nu nog slechts een klein wit rookpluimpje, maar ik weet hoe snel zo'n vuur zich kan uitbreiden.

Mijn ideaal wordt onbelangrijk, er dreigt een groot gevaar en ik verander daarom mijn eerst genomen besluit. Even probeer ik om een goede alpinist te zijn, maar of het lukt ? Halsbrekende toeren haal ik uit, rollende steentjes doen mij op mijn achterwerk omlaag glijden, ik grijp me links en rechts aan takken vast, ik daal in sneltreinvaart, en kom weer terug aan de splitsing.

Dààr komt het vandaan! Ik ren rechtsaf het half verborgen pad op. Haast buiten adem storm ik over de kronkelige weg en ga door een smalle pas van hoge, als met messen uitgesneden rotsen die ik van mij af wil duwen. Dan kom ik op een kuipvormig pleintje dat volledig omringd wordt door majestueuze bergen. Daar staat hij : een vreemde figuur met een pijp in zijn mond. De stenen pijp doet walmende en kringelende rookpluimen opstijgen naar het heiligste der heiligen. “Ben je daar eindelijk”, zegt de man, alsof hij mij allang verwachtte. Even voel ik mij rood worden door weggedrukte kwaadheid, maar dan dan wint de humor het van mijn dromen en angsten. Hij is heel vriendelijk en gemoedelijk, en kent mij blijkbaar goed, anders zou hij misschien niet zo joviaal zijn. Mijn gedachten besmeuren mij met de vraag : Waar heb je dit wezen weer leren kennen ? Maar ik negeer de vraag, mijn logica mag even stikken! Hoe lang ben ik met deze prachtige figuur samen ? Ik weet het niet, het blijft verborgen als een groot wonder, een mysterie dat ik met u allen wil delen. Het duurt niet lang voor we dikke vrienden worden en haast als broers samen even leed en vreugde mogen delen in de vele gesprekken die ons samenbrengen. We vertellen dan ook al onze geheimen aan elkaar en bouwen een onverbreekbare band op. Het is grappig hoe hij soms bij moeilijke vragen of nieuwe ideeën even met zijn vingers door zijn sikkebaardje gaat alsof dààr het antwoord ligt.

Zijn korte grijze haren verbergen een moeizaam leven en benadrukken het verhaal dat hij vertelt : Het is een weg vol eenzaamheid terwijl hij toch veel mensen om zich heen krijgt die de drang hebben om hem te ontmoeten. Zelfs grote schrijvers en dichters komen hem regelmatig bezoeken.

Ik begrijp hoe moeilijk zijn weg was nadat zijn vader blind en zwaar ziek werd : - problemen met de familiezaak - alles op eigen schouders krijgen - en - zijn wilskracht die toen nog niet begrepen werd. Ook zijn droom om ingenieur te worden viel door die tegenslagen in het water.

Gelukkig is hij een optimist en zijn ogen dringen het verdriet weg in een tinteling vol plezier als hij vertelt over het kleine, sfeervolle café ergens in een middeleeuwse stad waar hij zijn troost vindt in een pot schuimend bier!

Terwijl hij zijn pijp opnieuw stopt gaat hij verder met een ongewoon verhaal. “Mijn eerste mooie idee kreeg ik als kind”, zegt hij, “toen droomde ik er nog van om pianist te worden”. “Daarna liep alles even mis, zoals ik je reeds vertelde en mijn levensloop veranderde van weg”. “Trouwens van weg veranderen kun jij ook goed, alleen is het bij jòu erg sletig voor je broeken”, zegt hij mij met een kwinkslag en zijn ogen twinkelen.

In zijn stem klinkt er plots een blije verzuchting en zijn verdere verhaal wordt magisch alsof het eigen vleugels krijgt. “Nu ben ik gelukkig : zowel een ander soort pianist als alpinist”, mijmert hij en zijn gezicht krijgt een vreemde, mooie lach vol raadsels. “En”, fluistert hij opeens, “ik beklim nu regelmatig een vreemde berg die er uitziet als een steile vierkantige zuil”. “Bijna aan de top staat er een krachtig, wonderlijk instrument dat heerlijk kan zingen en waarmee ik mensen blij mag maken”. “Maar, of ze de klanken die ik speel kunnen vatten ... dat weet ik niet “

Peinzend en dromerig zwijgt hij nu. In een lange en blije stilte luisteren wij samen naar de wind die tussen de hoge rotsen ruist. Wij gaan op de grond zitten en genieten van de vredige rust. De bergen omringen ons als een krans, een gebed, als gevouwen handen. In de palmen ervan leeft er veiligheid en bescherming. Tijd en ruimte worden hier doorbroken en vervangen door een wonder : de vreugde van dit onmogelijke en heerlijke samen zijn.

* * *

Zijn pijp heeft opgehouden met walmen, maar deze keer vult hij hem niet meer. Hij tikt hem uit tegen een rots en steekt hem weg. Een beetje ongerust kijkt hij nu regelmatig omhoog naar het blauwe stukje hemel. Hij wacht ergens op, maar waarop ? Dan gebeurt er iets dat bijna onbeschrijfelijk is. Vlak boven en rondom ons begint er ontroerend mooie muziek te zingen. Het vult met prachtige klankkleuren de hele ruimte. Dit keer zijn deze klanken niet slechts als echo's en niet vaag, maar duidelijk en klaar. We zitten er middenin, midden tussen het heerlijkste zingen van klokken. Het is overweldigend! Mijn emoties laten mij nu alles doorheen een waas zien. Dankbaarheid als nooit tevoren vult nu heel mijn wezen. Krachten van intense blijdschap en heiligheid gaan even hand in hand. Ze vertellen aan onze vrienden, de bergen en ook aan ons beiden een moeilijk, maar ook wondermooi verhaal. *

*( Gebaseerd op het Passacaglia, koraal en fuga van Benoit Franssen. )

De eerste klanken laten de klokken mijmeren en ze dragen een nog verborgen en gespannen lading in zich. Als een gebed vol twijfels smeken ze daarna heel rustig en lief om een antwoord te krijgen op hun vele vragen. Maar er komt niets, of ... niets wordt er verhoord. Steeds nieuwe beden volgen. Ze zijn smachtend, daarna vol onrust en ze worden zelfs ongedurig. Als een vlucht van vogels die uit elkaar geslagen wordt weerklinkt er daarna zelfs verontwaardiging en machteloosheid. De klokken nemen dikwijls geen tijd meer om nog te hopen en te verwachten. Een intense frustratie zingt zijn lied. Dan, in die totale wanhoop komt het wonder : Volledig anders dan verwacht : een antwoord! Een hemels mooie psalm laat de klokken zingen van blije berusting, van vertrouwen en van leven dat uiteindelijk heerlijk is. De klokken hebben alles begrepen en vol enthousiasme krijgen ze nu vleugels en gaan even hun eigen leven leiden. Ze willen zo graag opnìeuw dit mooie lied zingen en ditmaal helemaal uit zichzelf!

En voor de tweede maal weerklinkt de psalm. Hij is nog prachtiger dan ooit tevoren en tintelt van nieuw leven en totale verwondering!!!

Alles wordt in een snel tempo door hen in gereedheid gebracht om te bouwen aan een volledige verandering. Het zuivere gevoel wordt hun meester. Hun gedachten vol twijfels worden in zoverre vernietigd dat ze worden vervangen door dit nieuwe grenzeloze vertrouwen. Deze gedachten mogen enkel nog als ondergeschikten werken, om te ordenen, en voor niets anders! Natuurlijk klinken er soms nog angsten en twijfels door wat verder in dit prachtige lied dat uit de hemel komt ... alles heeft zijn tijd nodig! Maar nu hebben de klokken een zuiver doel en een onverbreekbaar houvast! er begint in hen een mooie ziel te groeien. Ze bouwen nu vol enthousiasme aan een groot feest want ze hebben de moeilijkste stap overwonnen. Al komen er nu nog vele stappen, nooit zullen die nog zo zwaar zijn want de weg is hen duidelijk. Waanzinnig blij laten ze dan ook hun laatste gezangen vol heerlijkheid de vrije vlucht en loop. Ze hopen dat vele anderen hun blijdschap delen en hun hart openstellen om samen met hen mee te zingen! De laatste grandioze slotaccoorden brengen een intense vrede en smelten samen tot één wonderlijk en levend woord : AMEN.

* * *

Alles zindert nog even na en wordt daarna langzaam vervangen door een volstrekte sereniteit. Ik voel mij wegdoezelen en dan zelfs wegdromen naar een stukje eeuwigheid. In een tijdelijk en onmeetbaar moment vind ik er even mijn volledige geluk terug. Dan ontwaak ik want ik hoor vanuit een ijle verte mijn vriend uit de bergen naar mij toekomen. Genoeglijk lurkt hij aan zijn pijp.

“Dat was schoon hè”, zegt hij mij gemoedelijk, “je hebt goed geluisterd”, en hij voegt er op een veel omvattende wijze nog aan toe, “moet je horen!” Maar dan zwijgt hij plots.

Sommige hemelse klanken zijn zò sterk en zò onvoorstelbaar mooi dat ze niet in noten of in woorden te vatten zijn, zelfs al was mijn pen van goud of diamant. Het zou dan ook een zinloze poging zijn om een duidelijke beschrijving te geven van hetgeen ik nu mag horen! Slechts met enige losse gensters uit het geheel ervan hoop ik u enkele vage indrukken te geven die uw verbeelding misschien even mogen strelen.

De klokken beginnen opnieuw hun zelfde lied maar klinken nu nog eindeloos veel mooier. Een grote meester is hun drijfveer en hun drager. Twijfels, agressie en machteloosheid weerklinken nu een tweede maal, maar stellen zich nu op als een verhaal en niet als doel. De grote meester weet hoe belangrijk elke zin is in het geheel, maar hoeft er niet meer over na te denken. In elke noot geeft hij zijn hart en ziel prijs aan de klokken die hij zo liefheeft. En de klokken belonen hem door zelf even meester te mogen worden. Het is een wederzijdse gift. Wonderlijke edelsteentjes vinden nu hun mooiste drager! De klokken belonen hem nog meer!! Ze nemen die drager in volledige omarming in zich op, en ...
de meester vindt zijn geluk!!! Tussen elke zin in dit heilige gebeuren zingen er nu kristallen engelenstemmetjes steeds opnieuw hun antwoorden na elke vraag van de klokken. Maar wat ik verder nog hoor is onmogelijk in woorden te vatten en is met geen pen te beschrijven.

Alles gebeurt nu heel snel. Ik ben niet alleen in extase, maar word de extase zelf!

Acht slagen, als van een zware klok, doen zelfs de bergen daveren en bij elke zware klank krijgt de man, mijn vriend, meer en meer een wonderlijke straling als een enorme schitterende bergkristal vol blauw en wit licht.

Bij elke dreun wordt hij meer doorschijnend.

Een verre tijd die even voor ons mocht open gaan neemt hem langzaam en vol koestering weer in zich op.

Een hemels lichtgordijn sluit zich nu en rafelt verre sferen volledig uit elkaar.

Even klinken er nog snelle hoge kinderklokjes die in een speelse opeenvolging van klanken vol blijdschap hun afscheid dansen.

Alles wordt duister maar heeft op mij even geen invloed meer. Mijn hart wil nu alles verlichten!!! Ik verlaat het sfeervolle kuipje en begin mijn afdaling. Een groot respect en eerbied voor het afgelopen gebeuren trilt door heel mijn lichaam. Even besef ik hoe ver deze reis ging in de drang om naar mijn eigen sfeer en oorsprong terug te gaan. Ik verwacht dan ook een tegenkanting van sommige dwazen die niet meer kunnen dromen. Zij zullen mij misschien nog even vernederen, maar ik ben er nu voldoende tegen gewapend.

* * *

Diep in de verte bemerk ik het grote plein met de lege torenkamer.

Een laatste droom doet mij perplex staan :

Op een warme zomeravond komt het Escolania de kerk uitstappen en ze wandelen het grote plein op. Die grote open ruimte wemelt van het volk, het hele plein ziet er zelfs zwart van. Ze zijn vol verwachting naar het grootse en nieuwe gebeuren dat nu zal plaatsvinden. In verwondering kijkt iedereen omhoog naar de torenkamer. En dan wordt mijn droom zo sterk dat ik hem haast niet meer kan vasthouden. Engelengezang ... zingende klokken en ... het weerklinken van het laatste prachtige lied dat ik mocht horen in de bergen ....

“Ben je daar weer met je onmogelijke dromen, leer zelf beiaard spelen en leer ook mooie muziek voor knapenkoor en klokken te schrijven”, happen mijn gedachten me plots toe. Ze gaan nog verder en snoeren mij nu zelfs mijn keel af : “dan is er toch al iemand hier ter plaatse om jouw onbestaande bim-bam te bespelen en om een knapenkoor uit zijn kerk te komen sleuren!” “Je bent hier toch thuis ?” Tegen zulke argumenten kan ik niet op. Ik sta nu voor schut, weer opnieuw lelijk platgeslagen en met mijn mond vol tanden. “Nooit gevoelige thema's aanraken en niet te veel overhoop gooien”, fluisteren mijn gedachten mij nu een beetje laat maar op verzachtende en verontschuldigde wijze toe. Ik krijg een vieze en venijnige smaak in mijn mond en spuw in eenmaal al dat slijmende en misplaatste denken ver van mij weg. Langzaam begin ik het doel van mijn laatste wandeling in de bergen te vatten en waarom ik niet slechts moest luisteren, maar ook mocht horen.

Diep in mij komt er een zangerig stemmetje dat zacht ruist als een koel briesje op een warme zomerdag. Het fluistert mij enkele vreemde, haast magische woorden toe :

Als jij mijn wil mag horen, daarna jouw wil de mijne wordt, dan smelten we in eenheid samen, en worden als "de steen der wijzen". We zullen zijn als kostbaar levend goud. Niets zal dan nog onmogelijk zijn.

Tijdens de afgelopen wandeling smolten de klokken ook in eenheid samen met hun vertolker, mijmer ik. Hiervoor is er een grote wilskracht als drijfveer nodig en ook een liefdevolle afstemming die helemaal in harmonie is met de levende wil. Dan pas kan er een volledige omarming plaatsvinden waardoor de ziel ontwaakt.

In een flits doordringt mij nu de essentie van een andere zin, die mij niet meer zinloos schijnt, maar levend wordt, hij spreekt over : De wil die zal geschieden, zowel in de hemelen als ook op de aarde

Ik mocht horen en ik zie nu,

VREDE in mij wonen.

Elvin

Alle teksten ressorteren onder Elvin©copyright, tenzij anders is aangegeven. Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd, ingekort of verpersoonlijkt worden.

Elvin

terug naar boven