Verhalen

Elvin, Lascia ...

Lieve vrienden,

Op het eerste zicht zou je denken dat het nu volgende allegorische verhaal niets te maken heeft met boylove. Ergens is dit waar, maar ook weer niet waar.
Het is ooit "uit mijn pen gevloeid", en beschrijft op een nogal vreemde manier de emoties die ik als boylover soms ervaar. Het is enerzijds op een verborgen manier doorweven van gevoelens van intense vreugde en humor, maar anderzijds soms een immense uitdrukking van verdriet en verontwaardiging die ik als BL voel ten overstaan van de maatschappij:
Een maatschappij die ons dikwijls "al te snel" veroordeelt en ons soms als "zieke wezens" beschouwt: "Een soms heel "armoedige" maatschappij."

Het geheel dat nu volgt, is geboren in een prachtig natuurgebied. Het komt uit mijn bescheiden boek: "Mijmeringen in Montserrat". (Montserrat ligt, hoog in de bergen,op ongeveer 45 km afstand van Barcelona in Spanje)

Montserrat is een Rooms Katholieke abdij die gezegend is met één der beste knapenkoren in de wereld: Het "Escolania de Montserrat" ! Gedurende vele jaren heb ik er mijn Kerstmis gevierd, en ... alles is er onbeschrijflijk mooi!

Dit nogal paranormale geheel ademt ergens de tederheid van het elfje Windekind uit.

Na talrijke (mooie) missen, en ook nog andere schitterende wandelingen in deze hemels mooie bergen, gooi ik jullie nu midden in een nieuw verhaal uit dit vreemde boek: WAAR IK WEER OP WANDELING GA.

Ik hoop dat jullie het verhaal mogen waarderen.

Lascia ch'io pianga
(G.F. Händel)
((c) - Sabam - Belgium)

We gaan nu samen een sprong maken dwars over alle gebouwen en belanden op een kronkelig zandpad dat aanleunt tegen steile rotsen. Vol avontuur volgt de ene bergwand de andere op. Indrukwekkende reuzen zijn het en elk ervan wil me zijn verhaal kwijt.
Maar ze praten allen door elkaar, hoe kan ik ze dan begrijpen? Ik geef het op en laat ze dan ook hun conversatie onder elkaar uitvechten.

Langs de binnenrand van het pad volgen vele stenen keramiek-tafereeltjes (???) elkaar op, die mij iets moois vertellen over het reilen en zeilen van de gelovigen uit de omgeving.

Maar de woorden: "vele stenen keramiek-tafereeltjes" zijn zoiets als een goederentrein waar haast nooit een eind aan komt. Ik wil het in 't vervolg daarom maar houden op: "echte pareltjes" en natuurlijke versiering in de bergen.

. . .

De lucht is nu zacht elfenblauw. In de verte, ruim vijftig kilometer ver zweven er talrijke andere verhalen door de lucht. Verhalen van totaal verschillende bergen die spreken over eenzaamheid en bittere kou. Van ver lijken ze wel sprookjes, sneeuwdekens met zilversterretjes die twinkelen in de zon,
. . . maar van dichtbij ...
Ik wijk af, dit is nu niet mijn verhaal.

Mijn vriendjes zullen nu wel knus, warm bij elkaar zitten want de winter laat niet met zich spotten. Ze vertroetelen zich aan elkaar en hebben zich voorzien van een warm dekentje dat hen voor de ergste kou behoedt.

Het mijmeren steekt weer zijn vleugeltjes op en ik fladderde neer op gelijke plek. Eigenaardig, er is niets gebeurd, dacht ik, en was een beetje teleurgesteld. Ik kreeg het er vreemd warm van.

Hoe kwam het dat er ineens zoveel vogeltjes zongen en dat ik het overal hoorde ritselen? Links en rechts knapperden er zelfs vele takjes in het lover. Alles geurde opeens heel anders, veel zwaarder en gekruider. De voeten van de rotsen zag ik zelfs niet meer want alles was bedekt met pakken groen.

Toen zag ik ze, mijn vriendjes, en hippe-dippend kwam er al één naar mij: Een donzig pluizig levend pakje op twee sprietfijne pootjes. Een glanzen rood befje versierde zijn fiere vooruitgestoken borstje. Met brutale oogjes en met een kopje dat schuinlinks, schuinrechts sloeg op de maat, zag ik hem denken: Ontzettend leuk, maar màg dit wel?

Alles begon in mij te juichen want het was nu zomer, een zomer die allang voorbij was: een zomer hier, drie jaar geleden, vol verborgen pijn, maar ook vol feest omdat hier de vogeltjes en de bergen mij vertrouwden en even met mij wilden spreken. Dat ik dit nu opnieuw mocht meemaken. Ik werd zo blij dat ik haast zweefde.

Het werd nu nog vreemder, alles was veel lichter, vrolijker en intenser. De lucht, de bomen en planten straalden diepe warme kleuren uit alsof ze elk nu eigen batterijtjes in zich hadden. Ook de enorme rotsen werden eigenaardige dieppaarse kristalblokken, die een vreemd krachtig donkerviolet licht wierpen over een deel van de weg. In deze reuzekristallen flitsten er in alle richtingen blauwe en rode draadjes naaldfijn leven.

Ik zag een natuur vol verborgen kracht, vol beweging en vol écht leven. Tot het uiterste verwonderd wou ik nu verder op deze ontdekkingstocht. Meer los van de grond dan erop wandelde ik voort.

Het lieve, pluizige donsje dat me zo lekker brutaal bekeken had volgde in de bomen op korte afstand. Ik hoorde trouwens honderden andere metgezellen van hem tussen de bladeren van de bomen op grotere afstand meeritselen. Zij waren misschien te bang om dichter te komen en ik begreep ze. Even stopte ik, want het kleine brutaaltje kwam steeds dichter en begon heel duidelijk een liedje te fluiten, een liedje van slechts drie kristalheldere tonen. "Kom maar" zong het, "kom maar dichter en leef maar mee!" Maar, hoe zou ik kunnen vliegen ? ... Nu weerklonk er een wat lagere en trillend aangehouden toon. Dit kleine, tedere eigenwijsje bereikte zijn doel en ik vloog!

Samen, dicht bij elkaar, zaten we in een boom die tussen de hoogste rotsen de onmogelijkheid had gevonden om tòch te groeien. Woorden waren allang vergeten want we begrepen elkaar. Heel vredig en in een grappige stilte genoten we van dat gekke nestje ergens onder ons, waar het er toch zo ongewoon aan toe ging:

Pa vogel bekeek zijn weken oude kroost. Vol vertwijfeling en na eindeloos op en af vliegen in een gezoek naar pieren, rupsen en wat weet ik al werd het hem te veel. Ma vogel zat er een beetje gelaten bij, zij had haar werk gedaan. Het kroost zelf kwetterde en tetterde door elkaar. Ze willen elkaar de loef afsteken met grote woorden. Hun naaktheid was allang bedekt met zachte pluimpjes en krachtige jonge veertjes. Natuurlijk waren ze met vijf, die kleintjes en natuurlijk moest er weer één een durvertje zijn. "Ik doe het" zei hij, "ik ben hier weg!" Voor de eerste keer krabbelde hij met zijn jonge steuntjes naar de zijkant, keek even over de rand, en viel toen met zijn gatje in de lucht, pootjes steil omhoog, diep terug in het nest. Het pluizig stof toefte omhoog en veroorzaakte ergernis en niezerij bij iedereen. "Dat nooit", krijste hij aan zijn broertjes en zusjes, "dit is zo goed als zelfmoord, zo'n sprong is crazy!"

Gelukkig voor mijn vriendje en mij waren we gevleugeld, anders hadden we deze beroemde kleine poging van hieronder niet overleefd en zou mijn verdere verhaal hier stoppen want we bestierven het haast in een dubbelgeplooide lach en verloren beiden ons evenwicht.

Een diepe val werd ons bijna fataal maar de natuur die leeft is sterker en vlak voor het einde flapperden we met onze vier vleugeltjes omhoog en landden we uitgeput en veilig, maar gek gedraaid opnieuw op onze vroegere tak Nog even mochten we de hopeloze pogingen van Pa volgen, die wat later zei: "Nu is het tijd, ze moeten maar."

Met zijn bek duwde hij hen één voor één naar de rand en gaf hen een zetje. We hoorden het fluitende krijsen van angst en ontzetting, die vijfmaal opnieuw klonk. Vervolgens hoorden we direct daarop ook vijfmaal een uitbundig en naast de toon gefloten gesnerp dat waanzinnig blij klonk van: "Pa, kìjk pa we kunnen vliegen !!" "Kijk dan toch pa, want het is zó fantastisch !!!" Vol bewondering leerde ik dat echte beweging in echt leven uiteindelijk niet moeilijk is en door de eeuwen heen steeds opnieuw lukt, ondanks vele dwaze angsten en bedreigingen.

Vele andere nog dollere avonturen beleefde ik samen met mijn gevederde vriendje en ik was gek op hem. Hij leek als twee druppels water op een ander lief wezentje dat ik ook ken. Maar, als ik zo verder vertel, dan kan ik zelfs binnenkort het papier waarop ik schrijf niet meer betalen en loze woorden zijn dode woorden! Op onze vele reizen in dit gebergte kwamen wij tal van andere dieren en diertjes tegen waarmee we mochten spreken. Ze voelden waarschijnlijk dat dit het enige moment was om eens aan iemand anders hun problemen en hun kleine zorgen kwijt te kunnen. Ze babbelden honderd uit en het was vertederend om te zien hoe bezorgd ze waren over hun familie, kinderen en vele vrienden.

Ik merkte amper dat ik belandde op het einde van de bergweg: Een grote ronde zandplek, half omringd met die andere, wat ruigere vrienden, de bergen. Een schok gaat door mijn hele lichaam en ik val haast van een rotsblok waarop ik zit. "Waar ben ik", is mijn vraag aan het blok onder mij, maar dit heerschap zwijgt. Het schepsel is netjes geslepen in een mooiere vorm, te geraffineerd en te deftig om te antwoorden. Het staat niet voor niets in het midden van dit pleintje. Ik laat het daarom maar in zijn waan. Alles is stilgevallen en ik mis mijn vriendje en de diepe geuren van de zomer. Een koelte doet me even rillen. Geen enkel vogeltje fluit er meer en alles is zo kaal. Een beetje mistroostig bekijk ik de vreemde bergwand die me doet denken aan grotten. Er zijn kleine hangende pegels met talrijke verdekte mini-grotten waarin het mos en nog andere planten, die toch alle seizoenen aan kunnen, stevig groeien. Het geheel wordt gevoed met plenzend water dat wild en tomeloos naar beneden stort. Dit is het einde van de wandeling, denk ik. Hier stopt alles. Ik heb juist de tijd om dit te denken en word dan meegesleurd in een koude, akelige wervelwind, die me weg wil uit dit hele oord. Ik doe nog een hopeloze poging om me vast te grijpen, maar word dan meegezogen in een spiraal van ellende. Waar ik nu terechtkom is het onmogelijk om alles in zijn totaliteit te verwoorden. Ik kan er slechts enkele fragmenten van overbrengen en word er dàn zelfs misselijk van. Ik word overal slechts even neergegooid en dan weer weggesleurd. Kleine bossen, wouden, oerwouden en nog tal van andere plaatsen worden er, tegen mijn zin, ontmaskerd. Steeds meer word ik naar van alles toegedwongen om te kijken en te leren zien.

Een vreemde ordening in de natuur wordt me steeds duidelijker, de orde van de jagers en de gejaagden, de orde van de roofdieren en het zwakste wild, de wetmatigheid van de agressieven en de angstigen. Het is de leugen van: een natuurlijke evolutie. De schijnbare tegenpolen vertolken er elk, op hun manier: de angst. Zelfs de remmende en regelende werkingen met een zogenaamd gezonde angst als basis en bescherming komen tijdens deze dwangreis aan bod. Als men een eertste stap zou willen zetten om te bouwen aan en te streven naar een werkelijk gezonde natuur van alles en allen, dan verdwijnt pas langzaam de leugen die men angst noemt, en dit in zijn geheel !!! Men zal dan niet meer uitkramen: dit is Gods wil of dit zijn de natuurwetten. Of, zullen we nog maar eens duizenden jaren voortdobberen in ellende? Zijn we er allen gelukkig mee? Ik zeker niet, u misschien wel? Als u denkt dat ik hiermee stop, dan heeft u het nog eventjes mis. Ik heb begrip voor de situatie, maar heb haast geen enkel begrip voor de verre oorsprong. Ik weet ook niet hoe lang het duurt voor er weer echte lieve ordening komt, een ordening van totale warme hartelach! Misschien vindt u het cru maar ik zeg dat dit nu het minste is van al mijn zorgen. Ik heb veel ergere drama's gezien tijdens deze ongewilde stormreis.

* * *

Het is een kolos, een enorme kolos en ondanks haar grootte blijft er niets meer waar van alles wat zij was. Haar massa is er nog, maar in een bad van bloed en in een angstig slaan van dikke poten beleeft zij de laatste onvoorstelbaar gruwelijke pijnen. Een klein kolosje rent vol paniek, in doodsangst om haar heen. Hij weet niet wat hij moet doen en is hulpeloos en gebroken van verdriet. Mama is haar grote, dikke hoorn kwijt. Zij is platgeslagen en zonder verdoving is haar verdediging door monsters afgezaagd. Ze beleeft nu de mooiste momenten die haar zo lieflijk gegund werden door een ander schitterend schepsel.

* * *

Ik zie op een ijskoude plaats een enorme grote familie samen die lieflijk elkaar proberen te helpen om het koude weer te doorstaan. Ze zijn prachtig in hun levende schitterwitte pelzen, maar ook hier kleurt de sneeuw en het ijs bloedrood, ik bespaar u de details ... Als u nu nog durft te zeggen: Is dit alles ? Dan schenk ik u een boek dat u vol ergernis mag lezen. Voor u het uitgelezen hebt zijn uw haren grijs. Het boek gaat eindeloos verder en wordt nog akeliger en onvoorstelbaar wreed. Het vertelt ook veel over deze schitterende schepsels, de kroon op het werk die elkaar vermoorden en uithongeren. Ze zijn meesters van intriges. Ze sparen zelfs hun kinderen niet, die ze soms beroven van hun organen of ze zelfs vol lust misbruiken, martelen en zelfs doden. Hun ouderen worden meermaals met de vuilnis meegegeven en totaal afgeschreven. Ze klampen zich vast aan geraffineerde dode stenen. U kunt zich niet de afgrijselijkheden voorstellen die men mij allemaal laat zien en in een hulpeloze oerkreet schreeuw ik: stop!!! Ik word brutaal teruggesmeten op het pleintje waar er druipstenen zijn en krabbel overeind. In het plenzend water zie ik nu de bergen wenen en ik weet ... waarom! (???)

Na al de akelige en gruwelijke beelden die aan mijn geestesoog voorbijtrokken, voel ik mij totaal gebroken en platgeslagen.

Als ik heel blij ben of groot verdriet heb, ervaar ik steeds de aanwezigheid van elfen. Als u mij vraagt of elfen bestaan is mijn antwoord: NEE! Ze duiken ons bestaan binnen op de meest vreemde momenten en flitsen nadien weer weg. Probeer ze nooit te begrijpen want het lukt u nooit. Ze hebben mij veel geleerd. Als u het met dit alles moeilijk hebt, noemt u ze maar gerust beschermengelen, voor mij niet gelaten. Op de meest vreemde manier brengen ze mij de troost of de grote vreugde die ik nodig heb. Ik voel dat ze nog even op grote afstand blijven, want ze weten dat ik eerst nog veel kwijt wil.

Ik hoor nu de duiveltjes (demonen) allersoort uit diepe valleien opstaan om mij uit te lachen en te bespotten. Elk woord dat ik schrijf of schreef wordt misschien door hen gekraakt of in een vals licht geplaatst. Deze monsters bootsen alles na zowel natuur als mens. Ze bijten zich vast met slogans zoals: het natuurlijke evenwicht van goed en kwaad. Ze worden steeds meer nieuw geloof: prachtige schijnwaarden en schijnhernieuwing overal! Een parasiet die uiteindelijk hoopt op een bloedbad en veel haat. Hun meester (?) is een drager van het grote licht, de tweede zoon. Ze zijn een valse processie vol toewijding, strompelend in hun eigen kwaad ! Ze dragen zorg voor een licht dat meester is in het schaduwwerpen. Ze zijn de verbijstering als tegenpool van de verwondering, een bedrieglijk licht dat ooit zal doven!!! Ze bestaan zo reël in zoveel kleinigheden dat niemand ze meer ziet. Ze zijn de verheerlijking (?) zelve, alhoewel heerlijkheid niets te maken heeft met hun macht en dwang en hun marionettentheater! Woorden zoals zuivere levenskracht en vredelievendheid worden bij hen met grimmige maskers nagebootst in taferelen waarin het aan komedie niet ontbreekt. Als decadenten eten ze hun buik vol met sensatie. Daarna woekeren ze verder met angst. Mijn enige respect voor hen is, dat ook zij een stukje leven zijn, maar ze verliezen geen eeuwen maar zelfs AEONEN in de tijd. Reeds lang zijn ze overwonnen door een stralende lieve kracht, die hen de vrije keuze liet en hen het geweten schonk, maar dat is juist hun grootste probleem. De krachtige wapens waarmee deze wonderlijke kracht tegen hen streed heten: Vrede, liefde en erbarmen. In hun verblinding vol machtswellust is echter veel van dit weten verloren gegaan. Een warme hartelach is hun daarom vreemd!

Ik zie nu het elfje Windekind dat altijd zo heerlijk glinsterblauw is. Hij heeft scherpe vleugeltjes gezet en blitsende straaltjes zuiver wit licht petsen wild in alle richtingen. Zijn vossenoogjes staan gloeiend naar mij gericht en zijn vol toorn. Hij flitst in mijn hoofd: "MET OF OVER VIJANDEN SPREEK JE NIET!!!"

Ik sta aan de grond genageld en voel mijn mooiste en allerliefste illusie verloren gaan. Mijn lichaam, geest en al wat er nog is verliest totaal zijn waarde. Ik word nu verbitterd, stram en stijf! Alles wat nog een beetje leven in mij is wordt koud en vlak en zelfs de laatste gevoelens verlaten mij. ... Ik ben nu een spiegel, maar niemand wil de moeite doen om vóór mij te komen staan. In mijn geest duurt het haast een eeuwige hel voor ik het begrijp.........

Hij duikt voor mij op als een schaduw, een vreemde figuur, vol mysterieuze bedoelingen. Als spiegel ben ik heel afstandelijk. Daarom tracht ik hem te mijden, die rare snuiter, die zich zo intelligent wil voordoen en die zo stomweg in mij kijkt. Diep in mij herinner ik mij vaagweg enkele begrippen zoals: geloof, vertrouwen en warmte, maar mijn glas wordt een aangedampt en wazig geheel waarin zich al het verdriet verliest. In mijn oppervlak scheurt er iets en ik zie nu duidelijk wie er voor mij staat: Ik ben het zelf, mijn eigen ik! Naast die vreemde man staan er elfenoogjes te glinsteren, twee warme ondeugend grappige kijkertjes waarin een vraag verborgen ligt: Zou hij mij nu eindelijk herkennen?

Ik voel mij verder scheuren en kraken en zie mijzelf in duizenden stukjes breken en ter aarde vallen. De spiegel is doorbroken!!! Zo vlak als ik ooit was, zo vol tracht ik nu te zijn, gevuld met een vlam die liefde voor alles tracht waar te maken en die probeert om goed te doen. Nu pas heb ik weer iets van het elfje Windekind geleerd en waarom elfen soms als spiegels worden.

Tesamen met dit elfje kniel ik om te bidden. Alhoewel ik bidden zoiets vreemds vind, verzet ik er mij nu niet meer tegen. Samen vragen we aan God om het echte licht dat alleen hem toebehoort ook aan de demonen te mogen schenken. ( zie ook I Petrus 3: 19,20 ) Hopelijk komen dan ook zij tot inzicht en tot blijdschap al duurt het misschien eeuwen, wat is tijd! Gedaan met rampen en leed!

Nadat ik als spiegel brak wordt er mij een mooi geschenk gegeven, een wapen. Ik voel dat ik dit geschenk niet aankan, maar het is nu mijn laatste houvast en ik neem het met beide handen aan. Het is een magisch zwaard met onvoorstelbare kracht. Het werd ooit in de tuinen van Engelen gesmeed en is reeds ettelijke eeuwen oud. Ik mag het maar op één manier hanteren, nooit om te kwetsen, te verwonden of te doden, maar om het recht te houden en te laten stralen. Ik mag het slechts eenmaal gebruiken, dan moet het verder werken in mijn hart. Ogenblikkelijk nadien mag en zal ik het verder geven aan anderen zodat iedereen het even mag gebruiken. Het moet de wereld rondreizen en iedereen gelukkig maken.

Het zwaard werkt als de toverstok van een fee. Iedereen die het aanraakt verandert heel zijn leven. Zelfs na aanraking is men totaal uit zijn lood geslagen en voelt men zich verloren. Wees gerust, het is niet zinloos. Geef de moed niet op want het werkt uiterst traag, maar feilloos!!! Wreed-samen zijn verandert langzaam in Vreedzaamheid, eigenliefde wordt tot naastenliefde, angst kwijnt weg door vreugde, de natuur wordt weer natuurlijk en: de wereld verandert dan van hel ...tot Hemel!

. . .
. . .

Windekind komt nog even voor mij staan en bekijkt me met een schuin hoofdje waarin vinnige lieve vosseoogjes staan vol guitigheid en vrolijkheid. Hij laat een kristalfijne hoge toon weerklinken, waarin voor mij een wereld ligt. Hij fladdert als een vlinder om mij heen en duikt dan de spetterende rivier in, die van de druipstenen in een stortvloed naar beneden plenst. Terwijl hij zijn bad neemt vliegt het water in het rond en hij maakt mijn hele gezicht nat. De druppels lopen zelfs langs mijn ogen en mijn neus omlaag. Ik voel mij als herdoopt! Dan zie ik een stralende regenboog met glinsterende kleuren en plots flitst het elfje weg en verdwijnt. Stil en gelukkig mijmer ik: De bergen hoeven niet meer te wenen, laat ze nu maar blij zijn voor hun zuiverend water. Vol vreugde verlaat ik de druipsteenwandeling met een hart dat opnieuw kan zingen!!!

De wandeling naar de druipstenen
Als dagotalls - Montserrat - CATALUNYA

Elvin

Alle teksten ressorteren onder Elvin©copyright, tenzij anders is aangegeven. Niets van deze pagina mag elders worden geplaatst tenzij nadrukkelijke toestemming van de auteur is verleend. De teksten mogen ook niet gewijzigd, ingekort of verpersoonlijkt worden.

Elvin

terug naar boven